id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.1 Rolnummer: C.23.0199.N Zaak: M. contra G. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-01-21 Raadplegingen: 527 - laatst gezien 2026-06-18 23:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Procespartijen hebben tegenstrijdige belangen in de zin van artikel 1053, eerste en derde lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer zij voor de eerste rechter tegenovergestelde standpunten hebben ingenomen, conclusie tegen elkaar hebben genomen, al dan niet wederkerig vorderingen tegen elkaar hebben ingesteld of ten aanzien van elkaar zijn veroordeeld. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil Vrije woorden: Onsplitsbaar geschil - Tegenstrijdige belangen - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1053 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: ONSPLITSBAARHEID (GESCHIL) Vrije woorden: Hoger beroep - Tegenstrijdige belangen - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1053 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0199.N
- D. M.,
- H. M.,
- A. M., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- M. G., , eerste verweerder, vertegenwoordigd door meester Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste verweerder woonplaats kiest,
- BELGISCH ARABISCHE PAARDENSTAMBOEK vzw, met zetel te 2200 Herentals, Oud-Strijderslaan 13a, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0415.358.453, tweede verweerster, in aanwezigheid van
- O. P.,
- D. V., advocaat, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van EQUESTRIAN DE MERODE bv, met zetel te 1210 Sint-Joost-Ten-Node, Scailquinstraat 60/286, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0679.599.915, tot gemeen- en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het tussenarrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 maart 2022 en het eindarrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 december
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 1053, eerste en derde lid, Gerechtelijk Wetboek moet, wanneer het geschil onsplitsbaar is, het hoger beroep, op straffe van niet-ontvankelijkheid, worden gericht tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellant.
- Procespartijen hebben tegenstrijdige belangen in de zin van voormelde bepaling wanneer zij voor de eerste rechter tegenovergestelde standpunten hebben ingenomen, conclusie tegen elkaar hebben genomen, al dan niet wederkerig vorderingen tegen elkaar hebben ingesteld of ten aanzien van elkaar zijn veroordeeld.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eisers en de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen voor de eerste rechter samen conclusie hebben genomen op 11 oktober 2019, waarbij zij eenzelfde standpunt hebben ingenomen; - de eerste tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij verder geen conclusie meer heeft genomen; - de eerste rechter vaststelt en oordeelt dat “[de tweede tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij] in vereffening [werd] gesteld bij vonnis van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank te Brussel van 26 juni 2020, waarbij mr. D.V. werd aangesteld als vereffenaar”, “die per e-mail van 19 februari 2021 aan deze rechtbank [meldde] dat hij nog steeds zonder enig bericht was vanwege de voormalige bestuurder ([eerste tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij]) en zich genoodzaakt zag het geding niet te hervatten” en “[er] in deze omstandigheden geen zekerheid [is] dat [de tweede tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij] haar vorderingen handhaaft zodat de rechtbank daar ook geen uitspraak over doet”; - de eisers in hun navolgende conclusie van 16 november 2020 voor de eerste rechter geen vordering tegen de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen hebben ingesteld; - de eerste rechter bij vonnis van 22 maart 2021 de eisers en de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen samen heeft veroordeeld tot de afgifte van een aantal paarden aan de eerste verweerder onder verbeurte van een dwangsom.
- De appelrechters die oordelen dat de eisers en de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen tegenstrijdige belangen hebben, zodat de eisers ook hoger beroep hadden moeten instellen tegen de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen, verantwoorden niet naar recht hun beslissing dat het hoger beroep niet ontvankelijk is. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten. Verklaart dit arrest bindend ten aanzien van de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde arresten. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen en in openbare rechtszitting van 3 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div