id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.3 Rolnummer: C.23.0326.N Zaak: V. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2025-01-21 Raadplegingen: 927 - laatst gezien 2026-06-18 13:51 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 Fiches 1 - 3 Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling kunnen in de regel enkel in het raam van de gerechtelijke vereffening-verdeling worden aangebracht en kunnen enkel door de notaris-vereffenaar door de neerlegging van een proces-verbaal van bezwaren bij de vereffeningsrechter worden aanhangig gemaakt, zodat deelgenoten, in de regel, geen geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling rechtstreeks bij de vereffeningsrechter kunnen aanhangig maken
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór en na de wijziging ervan bij wet van 13 augustus 2011. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERDELING Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling - Aanhangigmaking bij de vereffeningsrechter - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 4 - 5 Een deelgenoot kan zich, in geval van spoedeisendheid en volstrekte noodzakelijkheid, bij eenzijdig verzoekschrift rechtstreeks wenden tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg met het oog op een kortgedingmaatregel dan wel de aanstelling van een sekwester
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór en na de wijziging ervan bij wet van 13 augustus 2011. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Spoedeisendheid - Volstrekte noodzakelijkheid - Vereffening-verdeling - Deelgenoot - Kortgedingmaatregel - Aanstelling sekwester Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste, tweede en vijfde lid, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 585, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961, 2° - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BEWAARGEVING Vrije woorden: Vereffening-verdeling - Deelgenoot - Gerechtelijk sekwester - Aanstelling - Kortgedingrechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste, tweede en vijfde lid, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 585, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1207 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1208 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1209 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1210 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1211 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1212 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1213 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1214 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1215 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1216 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1217 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1218 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1219 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1220 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1221 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1222 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1223 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1224 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961, 2° - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 6 - 7 De aanstelling van een sekwester is een bewarende en voorlopige maatregel; de rechter oordeelt in feite of het opportuun of wenselijk is om een sekwester aan te stellen in de gevallen waarin dit wettelijk mogelijk is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEWAARGEVING Vrije woorden: Gerechtelijk sekwester - Begrip - Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Aanstelling - Gerechtelijk sekwester - Begrip - Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1961 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 8 Het in artikel 584, tweede en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde verzoekschrift is het eenzijdig verzoekschrift in de zin van de artikelen 1026 en volgende Gerechtelijk Wetboek
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Spoedeisendheid - Volstrekte noodzakelijkheid - Verzoekschrift - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste, tweede en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1026 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 9 Een zaak is spoedeisend wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen; de kortgedingrechter beschikt dienaangaande over een ruime feitelijke beoordelingsmacht en, in de juiste mate, over de grootste vrijheid
(1).
(1)Zie concl. MP. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg - Bevoegdheid in spoedeisend geval - Spoedeisend karakter - Begrip - Controle - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 10 Er is volstrekte noodzakelijkheid wanneer er uitzonderlijke omstandigheden zijn die verantwoorden dat in de beginfase van de procedure afbreuk wordt gedaan aan het recht op tegenspraak; dit is het geval wanneer te vrezen valt dat de gevorderde maatregelen die redelijk en proportioneel zijn, anders zonder voorwerp zouden worden of hun doeltreffendheid zouden verliezen of ingeval zij gericht zijn tegen een onbekende of niet-geïdentificeerde partij; de rechter houdt hierbij rekening met de gerechtvaardigde belangen van de respectieve partijen; de rechter beoordeelt in feite of er volstrekte noodzakelijkheid is voor zover hij het wettelijk begrip ‘volstrekte noodzakelijkheid' niet miskent
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg - Volstrekte noodzakelijkheid - Begrip - Controle - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, tweede en vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0326.N Y. V. D. A., eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen A. V. D. A., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de verweerster woonplaats kiest, mede inzake A. L., gerechtsdeurwaarder, in zijn hoedanigheid van sekwester, daartoe aangewezen door de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, bij beschikking van 13 april 2022, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 mei
- Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 27 november 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Eerste middel in zijn geheel
- Uit de artikelen 1207 tot en met 1224 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór en na de wijziging ervan bij de wet van 13 augustus 2011, en de centrale rol van de notaris als notaris-vereffenaar in een gerechtelijke vereffening-verdeling, volgt dat geschillen die verband houden met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling in de regel enkel in het raam van de gerechtelijke vereffening-verdeling kunnen worden aangebracht en enkel door de notaris-vereffenaar door de neerlegging van een proces-verbaal van bezwaren bij de vereffeningsrechter kunnen worden aanhangig gemaakt. Deelgenoten kunnen bijgevolg, in de regel, geen geschillen met betrekking tot de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling rechtstreeks bij de vereffeningsrechter aanhangig maken.
- Krachtens artikel 1210 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wet van 13 augustus 2011, kan de vereffeningsrechter, op vordering van een deelgenoot, een notaris aanwijzen met het oog op beheer van het onverdeelde vermogen. Krachtens artikel 1212 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing na de wet van 13 augustus 2011, kan de vereffeningsrechter, in elke stand van het geding, op vordering van een deelgenoot of de notaris-vereffenaar middels een gewoon schriftelijk verzoek aan de vereffeningsrechter, een beheerder aanwijzen met het oog op beheer van het onverdeelde vermogen.
- Voormelde regel en bepalingen sluiten niet uit dat een deelgenoot, in geval van spoedeisendheid in de zin van artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek en volstrekte noodzakelijkheid in de zin van artikel 584, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, zich bij eenzijdig verzoekschrift rechtstreeks wendt tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg met het oog op een kortgedingmaatregel dan wel de aanstelling van een sekwester in de zin van artikel 1961, 2°, Oud Burgerlijk Wetboek juncto de artikelen 584, vijfde lid, 1°, en 585, 1°, Gerechtelijk Wetboek. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De aanstelling van een sekwester is een bewarende en voorlopige maatregel. De rechter oordeelt in feite of het opportuun of wenselijk is om een sekwester aan te stellen in de gevallen waarin dit wettelijk mogelijk is.
- Krachtens artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek doet de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt. Krachtens artikel 584, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de zaak, als deze behoort tot de bevoegdheid van de familierechtbank, enkel in geval van volstrekte noodzakelijkheid bij de voorzitter aanhangig gemaakt. Krachtens artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de zaak in geval van volstrekte noodzakelijkheid voor de voorzitter aanhangig gemaakt bij verzoekschrift. Het in voormelde bepaling bedoelde verzoekschrift is het eenzijdig verzoekschrift in de zin van de artikelen 1026 en volgende Gerechtelijk Wetboek.
- Een zaak is spoedeisend wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen. De kortgedingrechter beschikt dienaangaande over een ruime feitelijke beoordelingsmacht en, in de juiste mate, over de grootste vrijheid.
- Er is volstrekte noodzakelijkheid in de zin van artikel 584, tweede en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer er uitzonderlijke omstandigheden zijn die verantwoorden dat in de beginfase van de procedure afbreuk wordt gedaan aan het recht op tegenspraak. Dit is het geval wanneer te vrezen valt dat de gevorderde maatregelen die redelijk en proportioneel zijn, anders zonder voorwerp zouden worden of hun doeltreffendheid zouden verliezen of ingeval zij gericht zijn tegen een onbekende of niet-geïdentificeerde partij. De rechter houdt hierbij rekening met de gerechtvaardigde belangen van de respectieve partijen. De rechter beoordeelt in feite of er volstrekte noodzakelijkheid is in de zin van artikel 584, tweede en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, voor zover hij het wettelijk begrip ‘volstrekte noodzakelijkheid’ niet miskent.
- De appelrechters stellen vast dat: - de eiser op 4 oktober 1984 werd aangeduid als bewaarnemer van alle geïnventariseerde goederen die deel uitmaakten van de verschillende onverdeeldheden tussen de partijen en die zich bevonden in zijn toenmalige verblijfplaats; - de eiser op 5 mei 2015 een overeenkomst sloot met een transportfirma voor de huur van een parkeerplaats voor vier opleggers, waarbij werd bedongen dat, in geval van huurachterstallen voor meer dan zes maanden, de verhuurder de overeenkomst kon opzeggen en de inboedel kon verkopen om de achterstallige huur te recupereren; - de eiser bij een strafrechtelijk verhoor op 3 december 2016 aan de verbalisanten onder meer verklaarde dat zijn goederen bij zijn verhuis uit zijn verblijfplaats werden opgeslagen in een container en hij niet wenste te vermelden waar die container staat; - de verweerster op 28 februari 2019 klacht met burgerlijkepartijstelling neerlegde bij de onderzoeksrechter te Brugge, waarbij zij onder meer verduistering van goederen in de vereffening-verdeling aan de eiser verweet; - in het kader van dit strafonderzoek zes containers in eigendom van of gehuurd door de eiser in beslag werden genomen, waarvan de inhoud nooit werd geïnventariseerd; - de verhuurder in het raam van dit strafonderzoek liet weten dat de achterstallige huur voor de bedoelde parkeerplaatsen 9.600 euro bedroeg en dat het belangrijk was dat de zes containers zouden worden weggehaald, gelet op een recent gesloten overeenkomst met een derde onderneming; - de eiser meermaals heeft gepoogd het beslag te doen lichten en de containers te laten ontzegelen, doch zonder succes, onder meer omdat
(1)de in beslag genomen goederen volgens de kamer van inbeschuldigingstelling leken te behoren tot de in het raam van de lopende vereffening-verdeling geïnventariseerde goederen,
(2)de eiser zelf aangaf dat verschillende goederen aan derden toebehoren, zonder evenwel aan te geven welke goederen van wie zijn en
(3)de eiser evenmin tegemoetkwam aan de door de kamer van inbeschuldigingstelling gedane suggestie om een lijst op te stellen van de documenten en stukken die zich in deze containers zouden bevinden en die hij noodzakelijk acht om zijn verdediging waar te nemen in het kader van de procedures tot vereffening-verdeling; - de raadkamer bij definitieve beschikking van 30 maart 2022 besliste tot buitenvervolgingstelling; - de eiser ter terechtzitting bevestigde dat de huurgelden voor de containers tot op heden niet zijn betaald, terwijl hij niet betwistte dat er mogelijk goederen inzake de te vereffenen boedels in de containers zitten. 9. Op grond van deze vaststellingen met betrekking tot een geschil dat verband houdt met de notariële werkzaamheden tot vereffening-verdeling oordelen de appelrechters dat: - de eerste rechter terecht de hoogdringendheid heeft aanvaard en het sekwester heeft bevolen, aangezien
(1)de inhoud van de zes containers onbekend was en bleef,
(2)door de beslissing van de raadkamer een einde was gekomen aan het strafrechtelijke onderzoek en
(3)het strafrechtelijke beslag en de huur van de opslagplaats was beëindigd; - er uitzonderlijke omstandigheden waren die de toepassing van artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek rechtvaardigden; - de mogelijkheid tot het voeren van tegenspraak hier immers tot gevolg zou hebben dat niet meer op nuttige wijze over de gevraagde maatregel zou kunnen worden beslist omdat de eiser op het gevorderde zou kunnen hebben anticiperen; - anders dan de eiser stelt, een eenvoudig briefje van de advocaten van de verweerster aan het openbaar ministerie niet zou volstaan om deze te laten afzien van het vrijgeven van goederen na het beëindigde strafonderzoek; - sprake is van een dreigende schending van een ernstig recht van de verweerster, aangezien voormelde elementen afdoende aannemelijk maken dat zich in de containers stukken bevinden waarop de verweerster ook aanspraken kan laten gelden, zoals ook de eiser ter terechtzitting niet heeft betwist; - de aanwijzing van een sekwester als bewarende maatregel in het kader van de betwistingen en belangentegenstellingen tussen de eiser en de verweerster nuttig voorkomt tot behoud van de bedoelde zaken en/of tot bescherming van de bedreigde eigendomsrechten/aanspraken van de verweerster en, anders dan de eiser voorhoudt, niet disproportioneel of onevenredig is; - welke goederen aan wie of welke boedel toebehoren, betwist is of nog niet is uitgeklaard; - anders dan de eiser stelt, wat bij wie is terechtgekomen na een verkoop van de bedoelde onroerende goederen niet zo zuiver is en ook omtrent de tussenkomsten van nader genoemde personen de eiser onvoldoende klaarheid biedt.
- Met deze redenen verwerpen en beantwoorden de appelrechters het verweer van de eiser dat de zaak niet spoedeisend is, zonder dat zij dienden te antwoorden op elk afzonderlijk argument tot staving van dat verweer. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- Met voormelde redenen sluiten de appelrechters uit dat de verweerster in het kader van de procedure tot vereffening-verdeling, desnoods anticipatief, aan de notaris diende te vragen om de nodige maatregelen te nemen, zoals de aanstelling van een beheerder van de containers bij de afloop van het strafrechtelijke onderzoek en het strafrechtelijke beslag, gelet op de spoedeisendheid en de volstrekte noodzakelijkheid, en verantwoorden zij naar recht hun beslissing dat, in afwijking van de in ro 1 vermelde regel en de in ro 2 vermelde bepalingen, de verweerster als deelgenoot, omwille van spoedeisendheid en volstrekte noodzakelijkheid, zich bij eenzijdig verzoekschrift rechtstreeks kon wenden tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg met het oog op aanstelling van een sekwester. In zoverre kan het onderdeel evenmin worden aangenomen.
- Met voormelde redenen verantwoorden de appelrechters bovendien naar recht hun beslissing tot aanstelling van een sekwester met de nader omschreven opdracht, zonder dat zij daarom verplicht waren om aan deze kortgedingmaatregel een termijn te koppelen. Het gebrek aan een termijn doet als zodanig geen afbreuk aan het voorlopige karakter ervan. In zoverre kan het onderdeel evenmin worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Artikel 1022, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt: “Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand geniet, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie. Wat dit punt betreft, omkleedt de rechter zijn beslissing tot verlaging met redenen.”
- Bij appelconclusie voerde de eiser aan dat: - hij reeds in eerste aanleg het bewijs heeft bijgebracht dat hij tweedelijns juridische bijstand genoot, zodat de eerste rechter de rechtsplegingsvergoeding te zijnen laste op het minimumbedrag had moeten bepalen; - hij daartoe de bijkomende stukken C7 tot C9 neerlegt.
- Wat betreft de gedingkosten in eerste aanleg richten de appelrechters zich naar de beslissing van de eerste rechter om als rechtsplegingsvergoeding ten laste van de eiser het basisbedrag van 1.680 euro toe te kennen, aangezien de eiser “geen vermindering [vraagt] van de door de verweerster gevorderde rechtsplegingsvergoeding, terwijl uit niets blijkt dat de eiser tweedelijns juridische bijstand geniet”.
- Wat betreft de gedingkosten in hoger beroep oordelen de appelrechters vervolgens dat: - de eiser als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij dient te worden verwezen in de gedingkosten in hoger beroep, waaronder de rechtsplegingsvergoeding; - de verweerster de hoofdzakelijk in het gelijk gestelde partij met een advocaat is, zodat alleen voor haar een rechtsplegingsvergoeding moet worden bepaald; - de bedoelde vordering niet in geld waardeerbaar is; - in dat geval het toepasselijke geïndexeerde basisbedrag 1.800 euro is; - het hof van beroep zich richt naar dit basisbedrag, zonder redenen te zien in de zin van artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek om ervan af te wijken; - de door de eiser bijgebrachte stukken niet volstaan om in onderhavige procedure de door hem verschuldigde rechtsplegingsvergoeding te herleiden tot het minimum; - de voorliggende stukken slaan op andere procedures en/of niet voldoende recent zijn.
- De appelrechters die aldus nalaten concreet na te gaan of de eiser effectief tweedelijns juridische bijstand geniet voor de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, zodat de rechtsplegingsvergoeding voor deze procedure dient te worden bepaald op het minimumbedrag, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie, schenden artikel 1022, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit uitspraak doet over de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en in hoger beroep. Verklaart dit arrest bindend ten aanzien van de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen en in openbare rechtszitting van 3 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250103.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div