id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 61q
uinquies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling waarbij een verzoek tot aanvullend onderzoek wordt afgewezen - Verzoek tot aanvullend onderzoek opnieuw geformuleerd voor het hof van beroep en afgewezen - Eindarrest ten gronde - Cassatie ingesteld tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling - Belang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 61q
uinquies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling waarbij een verzoek tot aanvullend onderzoek wordt afgewezen - Verzoek tot aanvullend onderzoek opnieuw geformuleerd voor het hof van beroep en afgewezen - Eindarrest ten gronde - Cassatie ingesteld tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling - Belang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 61q
uinquies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 7 - 9 Het cassatiemiddel dat opkomt tegen de beschikking van de raadkamer die oordeelt dat de zaak in staat is en ze verwijst naar de correctionele rechtbank, vertoont geen belang meer na een beslissing van het vonnisgerecht alwaar het verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen ook werd geformuleerd en door het vonnisgerecht werd beoordeeld. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: Beschikking van de raadkamer - Oordeel dat de zaak in staat is - Verwijzing naar de correctionele rechtbank - Verzoek tot aanvullend onderzoek opnieuw geformuleerd voor het hof van beroep en afgewezen - Eindarrest ten gronde - Cassatie ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer - Belang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 127
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 135
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Raadkamer - Beschikking van de raadkamer - Oordeel dat de zaak in staat is - Verwijzing naar de correctionele rechtbank - Verzoek tot aanvullend onderzoek opnieuw geformuleerd voor het hof van beroep en afgewezen - Eindarrest ten gronde - Cassatie ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer - Belang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 127
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 135
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Beschikking van de raadkamer - Oordeel dat de zaak in staat is - Verwijzing naar de correctionele rechtbank - Verzoek tot aanvullend onderzoek opnieuw geformuleerd voor het hof van beroep en afgewezen - Eindarrest ten gronde - Cassatie ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer - Belang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 127
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 135- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.0846.N Ch. D.L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
- S. K., in eigen naam en als vertegenwoordigster van I. B.H., burgerlijke partij,
- S. B.H., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen: - de beschikking van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, raadkamer, van 2 april 2021 (hierna de beschikking); - het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 oktober 2021 (hierna het arrest I); - het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 13 mei 2024 (hierna het arrest II). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest veroordeelt door bevestiging van het beroepen vonnis de eiser tot betaling aan de verweerster 1 in eigen naam van onder meer een provisionele schadevergoeding, het beveelt een deskundigenonderzoek en het houdt de beslissing over de interesten en de kosten aan. Het verwijst voor wat betreft de verdere afhandeling van de burgerlijke vordering van de verweerster 1 in eigen naam de zaak terug naar de eerste rechter.
- Dat is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin, behoudens wat betreft de beslissing over het beginsel van aansprakelijkheid, een beslissing als bedoeld door het tweede lid van die bepaling. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: het arrest II weigert meerdere door de eiser gevraagde bijkomende onderzoekshandelingen te laten uitvoeren; dit betrof het testen van inbeslaggenomen kledij op brandversnellers, de analyse van genomen microsporen en verder onderzoek door de branddeskundige; de eventuele resultaten van het onderzoek van de kledij en de analyse van de microsporen hadden, ook al sluiten ze de schuld van de eiser niet uit, belangrijke elementen à décharge kunnen opleveren; het verslag van de branddeskundige vormt de basis van het oordeel van de appelrechters dat er sprake is van opzettelijke brandstichting; dit verslag wordt gekenmerkt door een duidelijke tegenstrijdigheid, waarbij het arrest II oordeelt dat dit een materiële misslag is; de appelrechters zijn niet gespecialiseerd in deze niet-juridische materie en zijn dan ook niet goed geplaatst om te oordelen dat de deskundige een materiële misslag heeft begaan zonder deze deskundige te horen; de eiser heeft geen input mogen geven tijdens het opstellen van het verslag van de deskundige en de deskundige is niet op de rechtszitting gehoord.
- Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de rechter op basis van een volledige lezing van een deskundigenverslag oordeelt dat een tegenstrijdigheid in dat verslag slechts het gevolg is van een materiële vergissing en dat bij de bewijswaardering daarmee rekening moet worden gehouden. Uit artikel 6.1 EVRM volgt niet dat de rechter slechts tot dat oordeel kan komen na het horen van de deskundige. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest II (p. 21) oordeelt met opgave van redenen dat de eiser zich ten onrechte baseert op een interne tegenstrijdigheid in het verslag van de branddeskundige in een poging twijfel te doen rijzen over de oorzaak van de brand, alsook dat de zin op pagina 8 van het verslag als zou er op verzekeringstechnisch gebied geen aanwijzingen zijn in de richting van een brandstichting berust op een materiële misslag gelet op de onmiddellijk daaropvolgende zin dat in de stand van het dossier, zowel professioneel als brandtechnisch en op basis van de bekende gegevens en vaststellingen, er positieve aanwijzingen kunnen worden geformuleerd voor een mogelijke brandstichting met gebruik van brandversnellers. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar de noodzakelijkheid, de raadzaamheid en de gepastheid van bijkomende onderzoeksmaatregelen. De omstandigheid dat hij met opgave van redenen de gevraagde onderzoeksmaatregelen afwijst omdat hij deze niet nuttig of noodzakelijk acht voor de waarheidsvinding en om tot zijn overtuiging te komen, levert als dusdanig geen schending op van artikel 6 EVRM. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest II (p. 18-19) verwerpt met opgave van redenen eisers verzoek om bijkomend onderzoek. In zoverre het middel opkomt tegen die onaantastbare beoordeling door het arrest, is het niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 127 Wetboek van Strafvordering: het arrest I oordeelt dat het verzoek van de eiser om aanvullend onderzoek te laten uitvoeren krachtens artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering laattijdig is en dat de regeling van de rechtspleging niet onbepaald dient te worden uitgesteld; de raadkamer had een termijn van vijftien dagen bepaald die eindigde twee dagen voor de rechtszitting van de raadkamer; uit de bewoordingen van de wet volgt nochtans dat de termijn slaat op minstens vijftien dagen voor de rechtszitting en dat alleen het beginpunt van de termijn kan worden aangepast.
- Het middel komt op tegen de beslissing van het arrest I die het verzoek om aanvullend onderzoek afwijst. Na het arrest II vertoont die beslissing voor de eiser evenwel geen belang meer, aangezien hij hetzelfde verzoek kon formuleren voor het vonnisgerecht, dat ook heeft geformuleerd en daarover met het arrest II werd beslist. De loutere mogelijkheid dat bij een andersluidende beslissing met het arrest I de onderzoeksrechter het verzoek om bijkomend onderzoek had kunnen inwilligen, laat niet toe anders te oordelen. Het middel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en de artikelen 127, 135 en é Wetboek van Strafvordering: de beschikking wijst eisers verzoek om de zaak niet in staat te verklaren af zonder te antwoorden op de argumenten ontwikkeld in eisers conclusie; uit het antwoord dat slechts uit één zin bestond, blijkt niet duidelijk dat alle essentiële punten van de zaak zijn behandeld, noch wordt de voornaamste reden tot staving meegedeeld of een specifiek en expliciet antwoord gegeven op de argumenten die doorslaggevend zijn wat betreft het verzoek en dus ook de uitkomst van de zaak.
- Artikel é Wetboek van Strafvordering is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Het middel komt op tegen de beslissing vervat in de beschikking dat de zaak in staat is. Na het arrest II vertoont die beslissing voor de eiser geen belang meer, aangezien hij ook het vonnisgerecht om bijkomende onderzoekshandelingen kon verzoeken, hij dat ook heeft gedaan en daarover met het arrest II werd beslist. In zoverre is het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 212,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 7 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250107.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150526.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div