← België

R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 203

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Principaal beroep. Vorm. Termijn - Grievenformulier - Saisine van het appelgerecht - Beslissingsonderdelen vermeld in het grievenformulier - Beslissingsonderdelen onafscheidelijk verbonden met die vermeld in het grievenformulier - Artikel 42 Wegverkeerswet - Vervallenverklaring van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Vereiste van een bewezenverklaring aan een overtreding van de politie over het wegverkeer of aan een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 203

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Hoger beroep - Grievenformulier - Saisine van het appelgerecht - Beslissingsonderdelen vermeld in het grievenformulier - Beslissingsonderdelen onafscheidelijk verbonden met die vermeld in het grievenformulier - Vervallenverklaring van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Vereiste van een bewezenverklaring aan een overtreding van de politie over het wegverkeer of aan een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 203

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1675.N J. R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Nelson Vanlocke, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 20 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de redelijke termijn niet is overschreden; het heeft ongeveer een jaar geduurd voor het openbaar ministerie een dagvaarding heeft uitgebracht; er liggen twee maanden tussen de beslissing tot dagvaarding en de inleidingszitting; het heeft bijna drie maanden geduurd om de getuige op te roepen.
  3. Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen of rekening houdend met de complexiteit van de zaak, de houding van de met opsporing, vervolging en berechting belaste overheden, de houding van de partijen en het belang dat de zaak heeft voor de beklaagde over de strafvervolging werd beslist binnen een redelijke termijn.
  4. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
  5. De appelrechters hebben een gedetailleerd overzicht verstrekt van de diverse procedureverrichtingen vanaf het ogenblik van de feiten tot het bestreden vonnis (bestreden vonnis, p. 11). Op basis daarvan kunnen zij en dit ongeacht de in het middel aangevoerde feitelijkheden wettig oordelen dat er geen sprake is van een onverantwoord lange periode waarin het dossier onaangeroerd is gebleven, daar de procedure zowel in haar geheel genomen als naar de afzonderlijke fases binnen de procedure, alle omstandigheden in acht genomen, relatief snel is verlopen en derhalve de redelijke termijn niet is overschreden. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 203, § 1 en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en artikel 42 Wegverkeerswet
  6. Artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het recht van hoger beroep vervalt indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen uiterlijk dertig dagen na de dag van de uitspraak indien het een op tegenspraak gewezen vonnis betreft.
  7. Artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat op straffe van verval van het hoger beroep het verzoekschrift of het grievenformulier (hierna het grievenformulier) nauwkeurig de grieven moet bepalen die tegen het vonnis worden ingebracht en dat dit grievenformulier moet worden ingediend binnen dezelfde termijn als de verklaring van hoger beroep.
  8. Een grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming vraagt door het appelgerecht.
  9. Uit de artikelen 203, § 1 en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en hun wetsgeschiedenis volgt dat de saisine van het appelgerecht in de eerste plaats wordt bepaald door de verklaring van hoger beroep en vervolgens binnen de door die verklaring bepaalde grenzen verder door de in het grievenformulier opgegeven grieven.
  10. Indien in de verklaring van hoger beroep wordt aangegeven dat het hoger beroep is beperkt tot de in het grievenformulier vermelde grieven, is de saisine van het appelgerecht beperkt tot de in het grievenformulier vermelde beslissingsonderdelen, alsook tot de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden.
  11. Artikel 42, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt: “Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. De uitspraak van dit verval is mogelijk in elk graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld.”
  12. Uit die bepaling volgt dat de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid een bewezenverklaring vereist van een overtreding van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader.
  13. Uit de voormelde bepalingen volgt verder dat indien een appellant in zijn verklaring van hoger beroep verwijst naar de in het grievenformulier vermelde grieven en hij in dat grievenformulier als grief het beslissingsonderdeel aanwijst betreffende de schuldigverklaring van de appellant aan een of meerdere overtredingen van de politie over het wegverkeer of aan een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader en daarvan de hervorming door het appelgerecht vraagt, het daarvan niet te onderscheiden beslissingsonderdeel waarbij bij toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid wordt uitgesproken, noodzakelijk ook tot de saisine van het appelgerecht behoort. De omstandigheid dat de appellant in zijn grievenformulier uitdrukkelijk aangeeft dat zijn hoger beroep niet is gericht tegen het beslissingsonderdeel betreffende die vervallenverklaring en daarover dus formeel geen grief aanvoert, laat niet toe anders te oordelen. Het appelgerecht moet een dergelijke beperking in de verklaring van hoger beroep en in het grievenformulier buiten beschouwing laten.
  14. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - het beroepen vonnis van 26 juni 2023 heeft de eiser veroordeeld tot straffen wegens de onder de telastleggingen A tot en met D omschreven overtredingen inzake de politie over het wegverkeer en tegen de eiser tevens een vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid uitgesproken; - de eiser heeft verklaard hoger beroep in te stellen tegen alle beschikkingen van het beroepen vonnis “conform het grievenformulier”; - in zijn grievenformulier heeft de eiser als grief de rubriek “Schuld” aangekruist met de vermelding “schuldigverklaring voor A, B, C en D. Reden(en)= [de eiser] vraagt de vrijspraak”; - boven de rubriek “Nauwkeurige bepaling van de grieven die tegen het vonnis worden ingebracht” heeft de eiser het volgende vermeld: “Beperkt hoger beroep volgens onderstaande grieven. Er wordt geen beroep aangetekend tegen de veiligheidsmaatregel gezien het rechtsmiddel van hoger beroep de tenuitvoerlegging van de veiligheidsmaatregel niet schorst en er een zeer lange wachttijd is voor de fixatie van dossiers in hoger beroep. [De eiser] meent dat hij sneller zijn rijbewijs kan terugvorderen voor de eerste rechter nadat het bestreden vonnis in kracht van gewijsde getreden is via (de) procedure van art. 44 WVW. Dit beperkt hoger beroep wordt gedaan onder voorbehoud van alle rechten en zonder enige schulderkenning”; - uit de rechtspleging voor het appelgerecht blijkt dat de eiser het appelgerecht heeft verzocht te zeggen dat de saisine van dit gerecht geen betrekking had op de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel; - uit die rechtspleging blijkt ook dat de eiser geen afstand heeft gedaan van enige grief en dat hij heeft betwist zich aan de hem verweten overtredingen van de Wegverkeerswet te hebben schuldig gemaakt; - het bestreden vonnis oordeelt dat bij gebrek aan hoger beroep door het openbaar ministerie en door de eiser de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel definitief is.
  15. Het bestreden vonnis (p. 5) dat oordeelt dat eisers hoger beroep en de in kader daarvan aangevoerde grief is gericht tegen de bewezenverklaring van de eiser aan de hem verweten overtredingen inzake de politie over het wegverkeer, kan niet terzelfdertijd oordelen dat de door de eerste rechter bij toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet bevolen beveiligingsmaatregel definitief is en dus buiten de saisine van het appelgerecht valt. Dit beslissingsonderdeel van het beroepen vonnis valt immers niet af te splitsen van het beslissingsonderdeel over eisers schuld aan de hem verweten overtredingen inzake de politie over het wegverkeer. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt dat het appelgerecht geen saisine heeft betreffende de door artikel 42 Wegverkeerswet bevolen beveiligingsmaatregel. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot vier vijfden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 195,58 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 7 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250107.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251028.2N.10 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.