← België

ING BELGIE nv contra GEGEVENSBERSCHERMINGSAUTORITEIT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250110.1N.2 Rolnummer: C.20.0220.N Zaak: ING BELGIE nv contra GEGEVENSBERSCHERMINGSAUTORITEIT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-01-31 Raadplegingen: 1738 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.2 Fiche 1 Het Marktenhof oordeelt in het kader van een beroep tegen een beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit met volle rechtsmacht; dit impliceert dat het Marktenhof, binnen de grenzen van de devolutieve werking van het beroep, uitspraak doet over alle rechts- en feitelijke vragen zoals zij door de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit werden onderzocht

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALLERLEI Vrije woorden: Marktenhof - Beroep tegen beslissing gegevensbeschermingsautoriteit - Volle rechtsmacht Wettelijke bepalingen: Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 108, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Fiches 2 - 3 De vaststelling door het Marktenhof van de niet-naleving van de formele motiveringsverplichting door de beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, doet niet af aan zijn bevoegdheid uitspraak te doen over het recht op rectificatie van onjuiste persoonsgegevens aangezien deze bevoegdheid een gebonden bevoegdheid is; de eventuele nietigheid van de beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit wegens miskenning van de formele motiveringsverplichting en de omstandigheid dat het Marktenhof deze nietigheid niet heeft vastgesteld, heeft bijgevolg geen invloed op de wettigheid van de beslissing van het Marktenhof
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALLERLEI Vrije woorden: Marktenhof - Beroep tegen beslissing gegevensbeschermingsautoriteit - Motiveringsgebrek beslissing gegevensbeschermingsautoriteit - Rechtsmacht Marktenhof - Recht op rectificatie Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 16 Thesaurus CAS: PRIVELEVEN (BESCHERMING VAN) Vrije woorden: Inbreuk op grondbeginselen van bescherming van persoonsgegevens - Gegevensbeschermingsautoriteit - Klacht - Geen verwerking van persoonsgegevens van de klager - Recht op rectificatie - Bevoegdheid van het Marktenhof - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 16 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0220.N ING BELGIE nv, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.200.393, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT, met zetel te 1000 Brussel, Drukpersstraat 35, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0694.679.950, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Marsveldplein 5, waar de eerste verweerster woonplaats kiest,
  2. M.I., tweede verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof, van 9 oktober
  3. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 9 december 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde middel
  4. Artikel 78.1 AVG bepaalt: “Onverminderd andere mogelijkheden van administratief of buitengerechtelijk beroep heeft iedere natuurlijke of rechtspersoon het recht om tegen een hem betreffend juridisch bindend besluit van een toezichthoudende autoriteit een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen.”
  5. De honderddrieënveertigste overweging van de preambule van de AVG bepaalt onder meer: “(…) Onverminderd dit recht uit hoofde van artikel 263 VWEU dient iedere natuurlijke of rechtspersoon het recht te hebben om tegen een besluit van een toezichthoudende autoriteit dat ten aanzien van die persoon rechtsgevolgen heeft, voor het bevoegde nationale gerecht een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen. (…) Een vordering tegen een toezichthoudende autoriteit dient te worden ingesteld bij de gerechten van de lidstaat waar de toezichthoudende autoriteit is gevestigd, en dient in overeenstemming te zijn met het procesrecht van die lidstaat. Die gerechten dienen volledige rechtsmacht uit te oefenen, waaronder rechtsmacht om alle feitelijke en juridische vraagstukken in verband met het bij hen aanhangige geschil te onderzoeken.”
  6. Artikel 108, § 1, eerste zin, van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit bepaalt: “De geschillenkamer stelt de partijen in kennis van haar beslissing en van de mogelijkheid om beroep aan te tekenen binnen een termijn van dertig dagen, vanaf de kennisgeving, bij het Marktenhof.”
  7. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het Marktenhof in het kader van een beroep tegen een beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit oordeelt met volle rechtsmacht. Dit impliceert dat het Marktenhof, binnen de grenzen van de devolutieve werking van het beroep, uitspraak doet over alle rechts- en feitelijke vragen zoals zij door de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit werden onderzocht.
  8. De vaststelling door het Marktenhof van de niet-naleving van de formele motiveringsverplichting door de beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, doet niet af aan zijn bevoegdheid uitspraak te doen over het recht op rectificatie van de tweede verweerder overeenkomstig artikel 16 AVG aangezien deze bevoegdheid een gebonden bevoegdheid is.
  9. Het Marktenhof stelt vast en oordeelt dat: - artikel 16 AVG onder meer bepaalt dat de betrokkene het recht heeft om van de verwerkingsverantwoordelijke onverwijld rectificatie van hem betreffende onjuiste persoonsgegevens te verkrijgen; - de eerste verweerster terecht laat gelden dat overeenkomstig artikel 4.1 AVG “persoonsgegevens” “alle informatie [omvatten] over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (“de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator als naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon”; - de eerste verweerster terecht stelt dat de maatstaf om de correcte schrijfwijze van een (familie)naam te bepalen, vanzelfsprekend de officiële schrijfwijze van deze naam is, zoals geregistreerd in de databank met bevolkingsgegevens van de betrokken lidstaat (wat België betreft, het rijksregister) waarbij uit de identiteitskaart van de tweede verweerder blijkt dat de officiële schrijfwijze van zijn familienaam een accent aigu op de “e” (é) bevat; - de eerste verweerster terecht stelt dat na de vaststelling dat de eiseres zijn familienaam heeft verwerkt zonder rekening te houden met dit diakritisch teken, de tweede verweerder derhalve gerechtigd was om een onverwijlde rectificatie van deze onjuiste spelling van zijn familienaam te vragen, overeenkomstig artikel 16 AVG en de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit vervolgens terecht een inbreuk heeft vastgesteld op artikel 16 AVG, toen de eiseres weigerde dit verzoek in te willigen; - het een deugdelijk werkende bankinstelling behoort de namen van haar klanten correct en behoorlijk te vermelden en te verwerken en de stelling dat een ouderwets computerprogramma daarin niet slaagt, niet dienstig is; - de stelling dat het aanpassen van een computerprogramma een aantal maanden werk zou vergen en/of financiële meerkosten voor de bankinstelling zou uitmaken, de eerste verweerster niet toelaat de rechten van de tweede verweerder te miskennen; - de rechten die aan de persoon worden toegekend gelijk te stellen zijn met resultaatsverbintenissen aan de zijde van de verwerker van de persoonsgegevens; - de bewoordingen van artikel 16, eerste zin, AVG geen ruimte laten om de ‘redelijkheid’ van een rectificatieverzoek te beoordelen, en minstens door de eerste verweerster kon worden vastgesteld dat de motieven die de eiseres opgaf om het rectificatieverzoek van de tweede verweerder te weigeren, onvoldoende zijn. Het Marktenhof stelt aldus vast en oordeelt dat de tweede verweerder aan alle voorwaarden voldoet om van de verwerkingsverantwoordelijke onverwijld rectificatie van hem betreffende onjuiste persoonsgegevens te verkrijgen zodat het rectificatieverzoek van de tweede verweerder gegrond is.
  10. Ook indien het Marktenhof zou hebben vastgesteld dat de beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit nietig was wegens miskenning van de formele motiveringsverplichting, had het zich moeten uitspreken over het recht op rectificatie van de tweede verweerder overeenkomstig artikel 16 AVG. De eventuele nietigheid van de beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit wegens miskenning van de formele motiveringsverplichting en de omstandigheid dat het Marktenhof deze nietigheid niet heeft vastgesteld, heeft bijgevolg geen invloed op de wettigheid van de beslissing van het Marktenhof dat de eiseres een inbreuk pleegde op artikel 16 AVG.
  11. Het middel, dat enkel steunt op het verzuim van het Marktenhof om aan de vaststelling dat de beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit prima facie niet voldoet aan de formele motiveringsverplichting zoals opgelegd door de artikelen 2 en 3 Wet Motivering Bestuurshandelingen, juridische gevolgen te verbinden louter op grond van de reden dat de eiseres dit middel niet zelf heeft aangevoerd en dat het geen middel van openbare orde betreft, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Eerste middel
  12. Uit het antwoord op het tweede en het derde middel volgt dat het arrest wettig oordeelt dat de eiseres een inbreuk pleegde op artikel 16 AVG.
  13. Het middel dat opkomt tegen de beslissing van het arrest dat het beroep van de eiseres, in zoverre gericht tegen de tweede verweerder, niet ontvankelijk is, vertoont geen belang en is bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 556,80 en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 10 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250110.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.2 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260115.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.