← België

GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT c. MIN FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250110.1N.4 Rolnummer: C.22.0110.N Zaak: GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT c. MIN FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Unierecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2025-01-31 Raadplegingen: 2066 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.4 Fiches 1 - 2 Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt dat de toepassing van een nationale regel inzake rechtsmisbruik geen afbreuk mag doen aan de volle werking en de eenvormige toepassing van de Uniebepalingen in de lidstaten; in het bijzonder mogen de nationale rechterlijke instanties bij de beoordeling van de uitoefening van een uit een Uniebepaling voortvloeiend recht de strekking van deze bepaling niet wijzigen noch de daardoor nagestreefde doelstellingen in gevaar brengen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Rechtsmisbruik - Unirechtelijk begrip - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Internrechtelijk begrip - Toepassing op Uniebepalingen - Voorwaarde Fiches 3 - 4 Het recht van iedere betrokkene om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit, met name in de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft, hij zijn werkplek heeft of waar de beweerde inbreuk is begaan, indien hij van mening is dat een inbreuk is begaan op de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens, kan worden onderworpen aan het nationaalrechtelijk verbod van rechtsmisbruik
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: PRIVELEVEN (BESCHERMING VAN) Vrije woorden: Klacht - Gegevensbeschermingsautoriteit - Verbod van rechtsmisbruik Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 77.1 Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Klacht inbreuk verwerking persoonsgegevens - Toepassing Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 77.1 Fiche 5 Het Marktenhof oordeelt in het kader van een beroep tegen een beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit met volle rechtsmacht; dit impliceert dat het Marktenhof, binnen de grenzen van de devolutieve werking van het beroep, uitspraak doet over alle rechts- en feitelijke vragen zoals zij door de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit werden onderzocht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALLERLEI Vrije woorden: Marktenhof - Beroep tegen beslissing gegevensbeschermingsautoriteit - Volle rechtsmacht Wettelijke bepalingen: Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 108, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0110.N GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT, met zetel te 1000 Brussel, Drukpersstraat 35, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0694.679.950, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, met kantoor te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33/49, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, sectie Marktenhof, van 1 december
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 9 december 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 77.1 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, hierna AVG, heeft iedere betrokkene, onverminderd andere mogelijkheden van administratief beroep of een voorziening in rechte, het recht een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit, met name in de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft, hij zijn werkplek heeft of waar de beweerde inbreuk is begaan, indien hij van mening is dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens inbreuk maakt op deze verordening.
  3. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt dat de toepassing van een nationale regel inzake rechtsmisbruik geen afbreuk mag doen aan de volle werking en de eenvormige toepassing van de Uniebepalingen in de lidstaten. In het bijzonder mogen de nationale rechterlijke instanties bij de beoordeling van de uitoefening van een uit een Uniebepaling voortvloeiend recht de strekking van deze bepaling niet wijzigen noch de daardoor nagestreefde doelstellingen in gevaar brengen. Mits naleving van deze voorwaarden, kan een uit een Uniebepaling voortvloeiend recht, waaronder het in artikel 77.1 AVG bedoelde recht, bijgevolg worden onderworpen aan het nationaalrechtelijk verbod van rechtsmisbruik.
  4. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  5. Krachtens artikel 108, § 1, van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit stelt de Geschillenkamer de partijen in kennis van haar beslissing en van de mogelijkheid om binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving beroep aan te tekenen bij het Marktenhof.
  6. Uit de wetsgeschiedenis van voormelde bepaling blijkt dat het Marktenhof in het kader van een beroep tegen een beslissing van de Geschillenkamer van de eiseres oordeelt met volle rechtsmacht. Dit impliceert dat het Marktenhof, binnen de grenzen van de devolutieve werking van het beroep, uitspraak doet over alle rechts- en feitelijke vragen zoals zij door de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit werden onderzocht.
  7. De appelrechters oordelen niet alleen dat de eiseres het zorgvuldigheidsbeginsel heeft miskend door niet te onderzoeken of de administratieve klachtenprocedure niet wordt misbruikt voor een ander doel dan waarvoor de klachtenprocedure bedoeld is, maar ook dat: - uit de klachtbrief zelf blijkt dat de uitoefening van het recht op informatie voor klaagster ertoe strekte om te trachten kennis te krijgen van alle dossiers waarin zij mogelijkerwijze als stroman werd vermeld evenals de rectificatie en de gegevenswissing in alle dossiers; - uit de bijlage nr. 1 aan de klacht, meer bepaald de brief van de raadsman van klaagster van 18 juli 2019 aan de verweerder, overigens blijkt dat de klaagster niet enkel een vordering instelt met betrekking tot gegevensverwerking, maar dat zij tegelijk vordert om inzage van het administratief dossier; - waar de klaagster, in de gegeven omstandigheden en in de fiscale context waarin zij mogelijkerwijze geviseerd zou kunnen worden, de klacht gebruikt om informatie te verkrijgen over haar fiscaal dossier (een zogenaamde Fishing Expedition), dit een misbruik uitmaakt van het klachtenrecht in het kader van de AVG aangezien het klachtenrecht, dat kan aangewend worden om inbreuken op de privacywetgeving te bestrijden, wordt aangewend voor een ander doel, namelijk gegevens van fiscale aard te verkrijgen vanwege de overheid die mogelijkerwijze tot vervolging voor fiscale inbreuken zou kunnen overgaan en het wissen van deze informatie trachten te verkrijgen, dan waarvoor het klachtenrecht bedoeld is, namelijk het stoppen van een inbreuk op de AVG.
  8. Deze niet-bekritiseerde redenen dragen de beslissing tot vernietiging van de beslissing van de Geschillenkamer van 4 juni
  9. Het onderdeel dat gericht is tegen overtollige redenen, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 266,42 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 10 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250110.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.