← België

FEDASIL contra A.

Obsah (6)Art. 3Art. 6Art. 4Art. 10Art. 11Art. 35

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 3

- 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën

Art. 6

, § 1 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën

Art. 4

- 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën

Art. 4

/1 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën

Art. 10

, 2° - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën

Art. 11

, § 1, 1° - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën

Art. 35

/1 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën

Art. 35

/2 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 KB 12 januari 2011 betreffende de toekenning van materiële hulp aan asielzoekers die beroepsinkomsten hebben uit een activiteit als werknemer - 12-01-2011 - Art. 9 - 03 ELI link Pub nr 2011011039 KB 12 januari 2011 betreffende de toekenning van materiële hulp aan asielzoekers die beroepsinkomsten hebben uit een activiteit als werknemer - 12-01-2011 - Art. 10 - 03 ELI link Pub nr 2011011039 KB 12 januari 2011 betreffende de toekenning van materiële hulp aan asielzoekers die beroepsinkomsten hebben uit een activiteit als werknemer - 12-01-2011 - Art. 11 - 03 ELI link Pub nr 2011011039 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0026.N FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE OPVANG VAN ASIELZOEKERS (FEDASIL), met zetel te 1000 Brussel, Kartuizersstraat 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0860.737.913, eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen S. A., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 8 januari

  1. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 3 van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, hierna Opvangwet, heeft elke asielzoeker recht op een opvang die hem in staat moet stellen om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Dit artikel verstaat onder opvang de materiële hulp die op grond van deze wet toegekend wordt of de maatschappelijke dienstverlening die wordt verstrekt door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn overeenkomstig de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  3. Krachtens het hier toepasselijke artikel 6, § 1, Opvangwet geldt, onverminderd de toepassing van de artikelen 4, 4/1 en 35/2 van dezelfde wet, het voordeel van materiële hulp voor elke asielzoeker vanaf het doen van zijn asielaanvraag en is dit van kracht gedurende de hele asielprocedure.
  4. Krachtens artikel 10, 2°, Opvangwet wijst Fedasil een verplichte plaats van inschrijving toe aan vreemdelingen die een asielaanvraag gedaan hebben, nadat hun verblijfsvergunning was verlopen en krachtens artikel 11, § 1, 1°, van dezelfde wet wordt aan de asielzoeker bedoeld in artikel 10, 2°, een opvangstructuur als verplichte plaats van inschrijving toegewezen zolang de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of één van zijn adjuncten geen definitieve beslissing genomen hebben over hun asielaanvraag.
  5. Overeenkomstig artikel 4, § 1, 4°, Opvangwet kan Fedasil het recht op materiële hulp beperken of, in uitzonderlijke gevallen, intrekken en dit onder meer met toepassing van artikel 35/2 Opvangwet. Volgens de derde paragraaf van dit artikel worden de in het artikel 4 bedoelde beslissingen tot beperking of intrekking van materiële opvangvoorzieningen individueel gemotiveerd en genomen met inachtname van de specifieke situatie van de betrokkene, met name voor personen die onder artikel 36 Opvangwet vallen, en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
  6. Krachtens artikel 35/1 Opvangwet bepaalt de Koning de voorwaarden en de nadere regels volgens dewelke de opvang, in de zin van artikel 3, tweede lid, wordt toegekend aan de asielzoeker die over professionele inkomsten beschikt. De Koning bepaalt met name, enerzijds, de voorwaarden en nadere regels voor de bijdrage aan de materiële hulp en, anderzijds, onverminderd de artikelen 11 tot 13 Opvangwet, de voorwaarden en nadere regels voor de wijziging of opheffing van de verplichte plaats van inschrijving. In uitvoering van dit artikel bepaalt het koninklijk besluit van 12 januari 2011 betreffende de toekenning van materiële hulp aan asielzoekers die beroepsinkomsten hebben uit een activiteit als werknemer, hierna KB 12 januari 2011, in de artikelen 9, 10 en 11 de voorwaarden waaronder Fedasil de verplichte plaats van inschrijving al dan niet kan opheffen.
  7. Krachtens artikel 35/2, eerste lid, Opvangwet is de in artikel 6, § 1, bedoelde materiële hulp, met uitzondering van de medische begeleiding bedoeld in de artikelen 23 en 24, niet verschuldigd indien de asielzoeker over voldoende financiële middelen beschikt om te voorzien in zijn basisbehoeften. Met voldoende middelen wordt bedoeld een inkomen dat gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Het derde lid van dit artikel 35/2 bepaalt dat Fedasil bij een met redenen omklede beslissing de materiële hulp, met uitzondering van de medische begeleiding bedoeld in de artikelen 23 en 24, beëindigt indien een asielzoeker financiële middelen verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte aanspraak maakt op materiële hulp.
  8. Uit de samenhang van deze artikelen volgt dat: - de beslissingen tot opheffing van de verplichte plaats van inschrijving op grond van de artikelen 9 en 10 KB 12 januari 2011, beslissingen zijn die worden genomen met toepassing van artikel 35/2, eerste lid, Opvangwet, en - de vereisten die artikel 4, § 3, Opvangwet stelt aan de beslissingen tot beperking of intrekking gelden voor alle op grond van artikel 35/2 Opvangwet genomen beslissingen tot beperking of intrekking van materiële hulp en niet alleen voor de beslissing tot beëindiging bedoeld in artikel 35/2, derde lid, Opvangwet. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de verplichting die artikel 4, § 3, Opvangwet oplegt inzake de individuele motivering, met inachtname van de specifieke situatie van de betrokkene en het evenredigheidsbeginsel, enkel geldt voor de door artikel 35/2, derde lid, Opvangwet, beoogde beslissingen, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  9. Wanneer een administratief orgaan een beslissing neemt op grond van een gebonden bevoegdheid oordeelt de rechter, die is aangeduid om deze beslissing te toetsen, met volle rechtsmacht. Dit houdt in dat de rechter uitspraak doet over alle rechts- en feitelijke vragen zoals zij door het administratief orgaan zijn beoordeeld en zijn beslissing in de plaats van dit orgaan kan stellen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  10. Het onderdeel dat voor het overige niet specificeert of de bedoelde beslissing tot opheffing op een gebonden dan wel op een discretionaire bevoegdheid berust, is onnauwkeurig en bijgevolg in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 884,45 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Bruno Lietaert en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting 13 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250113.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.