id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.11 Rolnummer: P.24.1581.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-01-17 Raadplegingen: 507 - laatst gezien 2026-06-15 10:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR Fiches 1 - 2 Geen enkele bepaling belet de rechter bij het motiveren van het opleggen van de beveiligingsmaatregel van het alcoholslot het gedragscorrigerend effect van een dergelijke maatregel te betrekken. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: Artikel 37/1 - Maatregel van het alcoholslot - Gedragscorrigerend effect van de maatregel - Motivering - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37/1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Wegverkeer - Maatregel van het alcoholslot - Gedragscorrigerend effect van de maatregel als reden - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37/1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1581.N P.-P. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kilian Rabau, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kasteelpleinstraat 30, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 11 oktober 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek en artikel 37/1 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis wijst eisers verzoek om een werkstraf af met een verwijzing naar de op te leggen beveiligingsmaatregel van het alcoholslot; aldus miskent het bestreden vonnis het verschil in finaliteit tussen een straf en een beveiligingsmaatregel; de maatregel van het alcoholslot wordt minstens onrechtstreeks gebruikt om het gedrag van de eiser te sanctioneren; aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. 2. Het bestreden vonnis wijst eisers verzoek om een werkstraf af met de volgende reden: “De rechtbank acht het niet opportuun om [de eiser] – naast een verval van het recht tot sturen en een alcoholslot (…) – een werkstraf op te leggen in plaats van een geldboete, gelet op zijn blanco strafregister en de hoge aantal minimum uren van een werkstraf.” Daaruit volgt niet dat het bestreden vonnis het verzoek om een werkstraf afwijst teneinde een alcoholslot te kunnen opleggen. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag. 3. Geen enkele bepaling belet de rechter bij het motiveren van het opleggen van de beveiligingsmaatregel van het alcoholslot het gedragscorrigerend effect van een dergelijke maatregel te betrekken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 4. Het bestreden vonnis oordeelt met betrekking tot het alcoholslot onder meer dat het “alcoholslot met bijhorende omkaderingsprogramma het meest geschikte beveiligingsmiddel (
- is)om [de eiser] de ernst van zijn gedragingen te doen inzien en hem ervan te weerhouden plaats te nemen achter het stuur als hij teveel gedronken heeft”. Aldus legt het deze maatregel niet op als een straf maar wijst het enkel op de noodzakelijkheid van deze maatregel ter beveiliging van het wegverkeer. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek 5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.11 Gerelateerde publicatie(
- s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250318.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.