← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafzaken - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Antigoon criteria - Subcriteria bij de beoordeling van het criterium van het recht op een eerlijk proces - Overzicht - Grove onachtzaamheid die daardoor moet gelijk gesteld worden met een opzettelijke onregelmatigheid - Draagwijdte - Vaststelling dat andere wettelijke verplichtingen voor de bewijsgaring zijn nageleefd - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Antigoon criteria - Subcriteria bij de beoordeling van het criterium van het recht op een eerlijk proces - Overzicht - Grove onachtzaamheid die daardoor moet gelijk gesteld worden met een opzettelijke onregelmatigheid - Draagwijdte - Vaststelling dat andere wettelijke verplichtingen voor de bewijsgaring zijn nageleefd - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 4 - 5 De rechter dient bij de beoordeling van het criterium van de strijdigheid met het recht op een eerlijk proces weliswaar de door hem vastgestelde onregelmatigheid niet te toetsen aan al de subcriteria, zoals de vraag of de onregelmatigheid al dan niet opzettelijk werd begaan; hij kan ook andere subcriteria gebruiken, maar dat belet niet dat opzettelijk begane of daarmee gelijk te stellen onregelmatigheden die getuigen van een grove onachtzaamheid, principieel niet te verenigen zijn met de loyaliteit en de regelmatigheid van de bewijsgaring die in een rechtsstaat moeten kunnen worden verwacht van de opsporende en vervolgende instanties; bijgevolg is het recht op een eerlijk proces in de regel miskend en moet het onregelmatige bewijsmateriaal uit het debat worden geweerd wanneer de vermelde instanties een opzettelijke onregelmatigheid hebben begaan, dan wel een onregelmatigheid die getuigt van een grove onachtzaamheid, rekening houdend met alle concrete omstandigheden van de zaak, waaronder hun opdracht, hun handelwijze, de beschikbare informatie en hun normaal te verwachten kennis van de toepasselijke regelgeving ten tijde van het begaan van de onregelmatigheid; het is slechts anders wanneer de rechter vaststelt dat deze gevolgtrekking kennelijk onevenredig is met een of meer andere subcriteria die hij concreet toelicht, in het bijzonder de verhouding tussen de begane onregelmatigheid en de ernst en het belang van hetgeen op het spel staat

(1).
(1)Cass. 12 maart 2024, AR P.24.0049.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.4, T. Strafr. 2024, 254; Cass. 25 april 2023, AR P.23.0081.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230425.2N.8, T. Strafr. 2023, 235; Cass. 4 april 2024, AR P.22.1730.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.10, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.10, RW 2023-24, 751; RDPC 2023, 861 noot F. LUGENTZ, “Preuve irrégulière dont l'usage porte atteinte au droit à un procès équitable: une approche particulière de la sanction en cas d'illégalité commise intentionnellement ou par l'effet d'une négligence grave?" (863-878), T. Strafr. 2023, 233, noot M. VANDERMEERSCH, “Antigoon herzien: zet het Hof van Cassatie het licht op rood? (213-220), RABG 2023, 1659, noot V. VEREECKE, “De Antigoon-toets is geen witwasmachine” (1662-1668).Zie ook Cass. 5 mei 2020, AR P.19.1272.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200505.2N.1, AC 2020, nr. 267 en Cass. 28 mei 2013, AR P.13.0066.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130528.9, AC 2013, nr. 327, met concl. van eerste advocaat-generaal P. DUINSLAEGER, RW 2013-14, 1616 noot B. DE SMET. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Toetsing aan Antigoon criteria - Opzettelijk begane onregelmatigheid - Grove onachtzaamheid - Bewijsuitsluiting - Loyauteit in de opsporing - Gevolgtrekking die kennelijk onevenredig is - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafzaken - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Toetsing aan Antigoon criteria - Opzettelijk begane onregelmatigheid - Grove onachtzaamheid - Bewijsuitsluiting - Loyauteit in de opsporing - Gevolgtrekking die kennelijk onevenredig is - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 6 - 7 Uit de omstandigheid dat de rechter bij het beoordeling van het criterium van het strijdig zijn van het gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs met het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd moet onderzoeken of de onregelmatigheid al dan niet opzettelijk werd begaan of ingevolge een grove onachtzaamheid die daardoor moet worden gelijkgesteld met een opzettelijke onregelmatigheid, volgt evenwel niet dat de rechter verplicht is daarvan uitdrukkelijk in zijn beslissing melding te maken; dat is enkel het geval indien werd aangevoerd dat de onregelmatigheid opzettelijk is begaan of daarmee moet worden gelijkgesteld of de rechter dit zelf vaststelt; het Hof onderzoekt of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Toetsing aan Antigoon criteria - Opzettelijk begane onregelmatigheid - Grove onachtzaamheid - Bewijsuitsluiting - Beoordeling - Redenen voor het aanwenden van het onregelmatig bekomen bewijs - Geen verweer over het subcriterium van de opzettelijk begane onregelmatigheid of grove nalatigheid - Toezicht op de motieven door het Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafzaken - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Toetsing aan Antigoon criteria - Opzettelijk begane onregelmatigheid - Grove onachtzaamheid - Bewijsuitsluiting - Beoordeling - Redenen voor het aanwenden van het onregelmatig bekomen bewijs - Geen verweer over het subcriterium van de opzettelijk begane onregelmatigheid of grove nalatigheid - Toezicht op de motieven door het Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 8 - 10 Bij de beoordeling van het middel over het gebruik van onregelmatig bekomen bewijs dat in strijd is met het recht op een eerlijk proces kan het Hof rekening houden met 1°het feit dat de beklaagde voor het appelgerecht geen verweer heeft gevoerd over het feit dat de onregelmatigheid door de verbalisant opzettelijk werd begaan dan wel met een opzettelijk begane onregelmatigheid moet worden gelijkgesteld en 2° het feit dat de appelrechters zelf niet vaststellen dat de onregelmatigheid door de verbalisant opzettelijk werd begaan dan wel met een opzettelijk begane onregelmatigheid moet worden gelijkgesteld. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Toetsing aan Antigoon criteria - Opzettelijk begane onregelmatigheid - Grove onachtzaamheid - Bewijsuitsluiting - Geen verweer over het subcriterium van de opzettelijk begane onregelmatigheid of grove nalatigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafzaken - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Toetsing aan Antigoon criteria - Opzettelijk begane onregelmatigheid - Grove onachtzaamheid - Bewijsuitsluiting - Geen verweer over het subcriterium van de opzettelijk begane onregelmatigheid of grove nalatigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik in strijd met recht op een eerlijk proces - Toetsing aan Antigoon criteria - Opzettelijk begane onregelmatigheid - Grove onachtzaamheid - Bewijsuitsluiting - Geen verweer over het subcriterium van de opzettelijk begane onregelmatigheid of grove nalatigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.1579.N P. V. T., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 11 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: uit de feitelijke vaststellingen van de appelrechters volgt dat zij niet wettig kunnen oordelen dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat het ademanalysetoestel niet naar behoren heeft gefunctioneerd en dat de meting foutief zou zijn en de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs niet heeft aangetast; de aangenomen onregelmatigheid bestaat in de niet uitvoering van een bloedproef overeenkomstig artikel 63, § 1, Wegverkeerswet na drie ademanalyses waarvan de resultaten een grotere afwijking opleverden dan omschreven in de in bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften; die regel is ingegeven door de bekommernis dat wanneer de afwijking tussen drie metingen telkens de maximale marges overschrijdt, er mogelijk iets mis is met het meettoestel, de hoogst gemeten waarde (0,86 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht) is meer dan 30 procent hoger dan de laagst gemeten waarde (0,66 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht). Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis dat oordeelt dat het gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs eisers recht op een eerlijk proces niet miskent omdat de eiser door de politie in kennis werd gesteld van de resultaten van de alcoholprocedure, hij werd gewezen op zijn recht op een tegenexpertise, hij kennis kreeg van het aanvankelijk proces-verbaal, hij het antwoordformulier retourneerde en hij in de mogelijkheid was zijn grieven aan te voeren met de bijstand van een raadsman, is niet naar recht verantwoord; die redenen vloeien voort uit wettelijke verplichtingen die uiteraard moeten worden nageleefd; die motieven die er enkel op neerkomen dat een aantal andere wettelijke voorschriften niet werden miskend, kunnen niet wettig de beslissing schragen dat het gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs eisers recht op een eerlijk proces niet miskent; bovendien komen die redenen erop neer dat de onrechtmatigheid de eiser niet heeft belet tegenspraak te voeren over het bewijs of de verkrijging ervan, wat ontoereikend is voor dat oordeel. Het derde onderdeel voert schending aan van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis onderzoekt niet of de onrechtmatigheid, die te kwalificeren is als een opzettelijk begane onrechtmatigheid of een daarmee gelijk te stellen onregelmatigheid die getuigt van een grove onachtzaamheid, al dan niet kennelijk onredelijk is in het licht van één of meer andere criteria die concreet worden toegelicht, in het bijzonder de verhouding tussen de begane onregelmatigheid en het belang van hetgeen op het spel staat.
  3. Overeenkomstig artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering oordeelt de rechter onaantastbaar of voor een onregelmatig verkregen bewijselement, waarvoor geen op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvoorwaarde is miskend, de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast en of het gebruik van het bewijs niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd.
  4. Voor de beoordeling van het criterium of het gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs strijdig is met het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd, kan de rechter onder meer één of meer van volgende subcriteria in aanmerking nemen: - de onregelmatigheid werd al dan niet opzettelijk begaan of ingevolge een grove onachtzaamheid die daardoor moet worden gelijkgesteld met een opzettelijke onregelmatigheid; - de ernst van het misdrijf overstijgt veruit de begane onregelmatigheid; - de onregelmatigheid betreft alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf; - de onregelmatigheid heeft een louter formeel karakter; - de onregelmatigheid heeft geen weerslag op het recht of de vrijheid die door de overschreden norm wordt beschermd.
  5. Voor de beoordeling van het criterium of het gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd miskent, kan de rechter wel degelijk in aanmerking nemen dat andere wettelijke verplichtingen wel werden nageleefd.
  6. De rechter dient bij de beoordeling van het criterium van de strijdigheid met het recht op een eerlijk proces weliswaar de door hem vastgestelde onregelmatigheid niet te toetsen aan al de voormelde subcriteria. Hij kan ook andere subcriteria gebruiken, maar dat belet niet dat opzettelijk begane of daarmee gelijk te stellen onregelmatigheden die getuigen van een grove onachtzaamheid, principieel niet te verenigen zijn met de loyaliteit en de regelmatigheid van de bewijsgaring die in een rechtsstaat moeten kunnen worden verwacht van de opsporende en vervolgende instanties.
  7. Bijgevolg is het recht op een eerlijk proces in de regel miskend en moet het onregelmatige bewijsmateriaal uit het debat worden geweerd wanneer de vermelde instanties een opzettelijke onregelmatigheid hebben begaan, dan wel een onregelmatigheid die getuigt van een grove onachtzaamheid, rekening houdend met alle concrete omstandigheden van de zaak, waaronder hun opdracht, hun handelwijze, de beschikbare informatie en hun normaal te verwachten kennis van de toepasselijke regelgeving ten tijde van het begaan van de onregelmatigheid.
  8. Het is slechts anders wanneer de rechter vaststelt dat deze gevolgtrekking kennelijk onevenredig is met een of meer andere subcriteria die hij concreet toelicht, in het bijzonder de verhouding tussen de begane onregelmatigheid en de ernst en het belang van hetgeen op het spel staat.
  9. Uit de omstandigheid dat de rechter bij het beoordeling van het criterium van het strijdig zijn van het gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs met het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd moet onderzoeken of de onregelmatigheid al dan niet opzettelijk werd begaan of ingevolge een grove onachtzaamheid die daardoor moet worden gelijkgesteld met een opzettelijke onregelmatigheid, volgt evenwel niet dat de rechter verplicht is daarvan uitdrukkelijk in zijn beslissing melding te maken. Dat is enkel het geval indien werd aangevoerd dat de onregelmatigheid opzettelijk is begaan of daarmee moet worden gelijkgesteld of de rechter dit zelf vaststelt.
  10. Het Hof onderzoekt of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn.
  11. In zoverre de onderdelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  12. Het bestreden vonnis oordeelt dat de onregelmatigheid die erin bestaat dat na het uitvoeren van drie ademanalyses waarbij de nauwkeurigheidsvoorschriften niet werden nageleefd, werd overgegaan tot een nieuwe ademanalyse met een nieuwe meetcyclus in plaats van het afnemen van een bloedproef, de betrouwbaarheid van het aldus verkregen onregelmatig bewijsmateriaal niet heeft aangetast. Dit oordeel is gesteund op het volgende: - nadat de eiser, aan wie een wachttijd van vijftien minuten werd toegekend, een positieve ademtest had afgelegd, werd om 15.30 u, na een wachtcyclus van vijf minuten, een ademanalyse uitgevoerd met als resultaat 0,67 mg alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht; - aangezien er geen mondalcohol werd gedetecteerd werd onmiddellijk overgaan tot een tweede meting die om 15.32 u een resultaat gaf van 0,86 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht; - aangezien het verschil tussen beide resultaten meer bedroeg dan de wettelijke nauwkeurigheidsvoorschriften werd onmiddellijk een derde meting uitgevoerd overeenkomstig artikel 59, § 3, Wegverkeerswet; - een derde meting om 15.35 u gaf een resultaat van 0,75 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht; - hoewel het verschil tussen de tweede en derde meting meer bedroeg dan de nauwkeurigheidsvoorschriften en dus een bloedproef had moeten worden uitgevoerd, startte de verbalisant een nieuwe ademanalyse met een nieuwe meetcyclus waarbij de meting om 15.44 u een resultaat gaf van 0,71 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht en die om 15.47 u een resultaat van 0,66 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht; - de resultaten van de tweede meetcyclus moeten niet worden afgezet tegen die van de eerste meetcyclus die op grond van artikel 59, § 3, laatste lid, Wegverkeerswet als niet uitgevoerd moet worden beschouwd; - voor de nieuwe ademanalyse is een verschil tussen de twee metingen toegestaan dat niet groter is dan 7,5 procent, waardoor het resultaat van de tweede meting, zijnde 0,66 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht, nadat de eerste meting een resultaat gaf van 0,71 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht, diende te liggen tussen de 0,76325 (0,71 + 0,05325) en 0,65675 (0,71 – 0,05325), afgerond tussen de 0,76 en 0,66; - terecht werd het laagste resultaat van de tweede meting, namelijk 0,66 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht, in aanmerking genomen; - de eiser betwist niet alcohol te hebben genuttigd; - hij maakte voor het aanvatten van de alcoholprocedure gebruik van de wachttijd van vijftien minuten; - de ademtest was positief, wat betekent dat de alcoholconcentratie van de gemeten adem naar indicatie ten minste 0,35 milligram alcohol per liter bedroeg; - het tijdsverloop tussen de eerste en de tweede ademanalyse was kort; - er zijn geen redenen om aan te nemen dat het toestel niet naar behoren functioneerde en de meting foutief zou zijn; - op geen enkel moment gaf de verbalisant aan dat het toestel een foutmelding gaf of dat er een weigering was van resultaat overeenkomstig de voorschriften; - het ademanalysetoestel respecteerde de nauwkeurigheidsvoorschriften; - het aangenomen resultaat van 0,66 milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht wordt ondersteund door het antwoord van de eiser op het grievenformulier en de objectieve vaststellingen van de verbalisant over de tekenen van intoxicatie op gevolg 1 van het aanvankelijk proces-verbaal en in het administratief opvolgingsdocument; - deze vaststellingen over de uiterlijke tekenen tijdens de duurtijd van de controle hebben een bijzondere bewijswaarde; - in het administratief opvolgingsdocument werden manueel enkele wijzigingen aangebracht; - het is niet aannemelijk dat de verbalisant diens bevindingen over de tekenen van intoxicatie zou hebben aangepast naargelang het resultaat van de alcoholprocedure. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de vastgestelde onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs niet heeft aangetast. In zoverre kan het eerste onderdeel niet worden aangenomen.
  13. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor het appelgerecht heeft aangevoerd dat de onregelmatigheid door de verbalisant opzettelijk werd begaan dan wel met een opzettelijk begane onregelmatigheid moet worden gelijkgesteld. Evenmin blijkt dat de appelrechters zelf die vaststelling doen.
  14. Het bestreden vonnis oordeelt dat het gebruik van het resultaat van de tweede ademanalyse het recht op een eerlijk proces niet miskent, de eiser door de politie in kennis werd gesteld van de resultaten van de alcoholprocedure, hij werd gewezen op zijn recht op een tegenexpertise, hij kennis kreeg van het aanvankelijk proces-verbaal, hij het antwoordformulier retourneerde en hij in de mogelijkheid was om zijn grieven aan te voeren met bijstand van een raadsman.
  15. Op grond van die redenen, die niet beperkt zijn tot het loutere oordeel dat tegenspraak over het onregelmatig verkregen bewijs mogelijk is, kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat het gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs eisers recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd niet miskent. In zoverre kunnen het tweede en derde onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250225.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130528.9 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200505.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230425.2N.8 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240312.2N.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.10 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250930.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.