← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.18 Rolnummer: P.24.1377.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-02-10 Raadplegingen: 617 - laatst gezien 2026-06-18 18:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.18 Fiches 1 - 3 Volgens artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet verjaart de vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht; de vordering tot herroeping van het probatie-uitstel heeft betrekking op de uitvoering van de straf en is dan ook een vordering die behoort tot de strafvordering

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Verband met de strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Vonnisgerechten - Veroordeling met probatieuitstel - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Verband met de strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: Vonnisgerechten - Veroordeling met probatieuitstel - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Verband met de strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Fiches 4 - 6 De wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I, die op 28 april 2024 in werking is getreden, heeft de regeling van de verjaring van de strafvordering gewijzigd; de nieuwe regeling is van toepassing op alle vorderingen die volgens de oude wet nog niet waren verjaard op het ogenblik van de inwerkingtreding van de nieuwe wet; de eenjarige verjaringstermijn van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet kon volgens artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals van toepassing tot de opheffing ervan door artikel 60 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I op 28 april 2024, worden gestuit; door de opheffing van die bepaling kan die verjaringstermijn niet langer worden gestuit
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Art. 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, in de versie van na de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Opheffing van de stuiting van de verjaring door de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 - Onmiddellijke toepassing van de nieuwe regel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 22 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Veroordeling met probatieuitstel - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Opheffing van de stuiting van de verjaring door de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 - Onmiddellijke toepassing van de nieuwe regel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 22 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Opheffing van de stuiting van de verjaring door de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 - Onmiddellijke toepassing van de nieuwe regel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 22 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Fiches 7 - 9 Uit de met de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I ingevoerde regeling en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat de wetgever het onderscheid heeft willen behouden tussen de in artikel 23 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalde nieuwe gemeenrechtelijke regeling van de verjaring van de strafvordering, die stelt dat de verjaringstermijn van de strafvordering niet meer loopt vanaf de dag van de aanhangigmaking van de strafvordering voor de politierechtbank, de correctionele rechtbank, het hof van assisen of het hof van beroep zetelend in eerste en laatste aanleg, en de bijzondere verjaringsregeling van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet betreffende de herroepingsvordering; het is uitgesloten dat de wetgever zou hebben gewild dat het feit van aanhangigmaking van de vordering zowel de verjaring van de herroepingsvordering zou doen ingaan als het verloop van die verjaring zou schorsen
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 23 en 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, in de versie van na de Wet Strafprocesrecht I van 9 april
  1. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Nieuwe regel dat de verjaring niet meer loopt vanaf de aanhangigmaking van de zaak bij het vonnisgerecht - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Veroordeling met probatieuitstel - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Nieuwe regel dat de verjaring niet meer loopt vanaf de aanhangigmaking van de zaak bij het vonnisgerecht - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing Vrije woorden: Veroordeling met probatieuitstel - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Nieuwe regel dat de verjaring niet meer loopt vanaf de aanhangigmaking van de zaak bij het vonnisgerecht - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1377.N K. N., gedaagde tot herroeping van het probatie-uitstel, eiser, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 12 september
  2. De eiser voert geen middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 26 december 2024 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 14 januari 2025 heeft voorzitter Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet
  3. Volgens artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet verjaart de vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht.
  4. De vordering tot herroeping van het probatie-uitstel heeft betrekking op de uitvoering van de straf en is dan ook een vordering die behoort tot de strafvordering.
  5. De wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I, die op 28 april 2024 in werking is getreden, heeft de regeling van de verjaring van de strafvordering gewijzigd. De nieuwe regeling is van toepassing op alle vorderingen die volgens de oude wet nog niet waren verjaard op het ogenblik van de inwerkingtreding van de nieuwe wet.
  6. De eenjarige verjaringstermijn van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet kon volgens artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals van toepassing tot de opheffing ervan door artikel 60 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I op 28 april 2024, worden gestuit. Door de opheffing van die bepaling kan die verjaringstermijn niet langer worden gestuit.
  7. Artikel 23 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd door artikel 35 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I met ingang vanaf 28 april 2024, bepaalt dat de verjaringstermijn van de strafvordering niet meer loopt vanaf de dag van de aanhangigmaking van de strafvordering voor de politierechtbank, de correctionele rechtbank, het hof van assisen of het hof van beroep zetelend in eerste en laatste aanleg.
  8. Artikel 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd door artikel 37 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I met ingang vanaf 28 april 2024, bepaalt dat onder meer artikel 23 van toepassing is op de verjaring van de strafvordering betreffende de in de bijzondere wetten, decreten en ordonnanties bepaalde misdrijven, voor zover die niet anders bepalen.
  9. Uit de met de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I ingevoerde regeling en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat de wetgever het onderscheid heeft willen behouden tussen de in artikel 23 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalde nieuwe gemeenrechtelijke regeling van de verjaring van de strafvordering en de bijzondere verjaringsregeling van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet betreffende de herroepingsvordering. Het is uitgesloten dat de wetgever zou hebben gewild dat het feit van aanhangigmaking van de vordering zowel de verjaring van de herroepingsvordering zou doen ingaan als het verloop van die verjaring zou schorsen.
  10. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de vordering tot herroeping van het probatie-uitstel toegekend bij vonnis van de correctionele rechtbank Gent van 22 februari 2021 werd aanhangig gemaakt bij de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, op 3 april 2023; - na herhaalde uitstellen werd de zaak behandeld op de rechtszitting van 4 december 2023 en bij op tegenspraak gewezen vonnis van 8 januari 2024 werd het probatie-uitstel herroepen; - ingevolge het hoger beroep van de eiser werd de zaak vastgesteld voor behandeling door het appelgerecht op de rechtszitting van 17 april 2024 en na behandeling op de rechtszitting van 20 juni 2024 werd op 12 september 2024 op tegenspraak het thans bestreden arrest gewezen, dat het probatie-uitstel heeft herroepen; - op 28 april 2024, dit is de datum van inwerkingtreding van de nieuwe verjaringsregeling, de verjaring van de herroepingsvordering ingevolge voorafgaande daden van stuiting nog niet was bereikt.
  11. Vanaf 28 april 2024 kunnen voor die herroepingsvordering niet langer daden van stuiting in aanmerking worden genomen. Gronden van schorsing zijn niet voorhanden.
  12. Het arrest dat nalaat vast te stellen dat voor de herroepingsvordering op grond van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet de verjaring was ingetreden op 3 april 2024 en toch uitspraak doet over de herroepingsvordering, schendt artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 68,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.18 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250225.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.