← België

P. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.4 Rolnummer: P.24.1708.N Zaak: P. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-01-17 Raadplegingen: 709 - laatst gezien 2026-06-19 01:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.4 Fiches 1 - 3 Volgens artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet verjaart de vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht; de vordering tot herroeping van het probatie-uitstel heeft betrekking op de uitvoering van de straf en is dan ook een vordering die behoort tot de strafvordering

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Verband met de strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Vonnisgerechten - Veroordeling met probatieuitstel of uitstel van de veroordeling met probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Verband met de strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: Vonnisgerechten - Veroordeling met probatieuitstel of uitstel van de veroordeling met probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Verband met de strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Fiches 4 - 6 De wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I, die op 28 april 2024 in werking is getreden, heeft de regeling van de verjaring van de strafvordering gewijzigd; de nieuwe regeling is van toepassing op alle vorderingen die volgens de oude wet nog niet waren verjaard op het ogenblik van de inwerkingtreding van de nieuwe wet; de eenjarige verjaringstermijn van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet kon volgens artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals van toepassing tot de opheffing ervan door artikel 60 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I op 28 april 2024, worden gestuit; door de opheffing van die bepaling kan die verjaringstermijn niet langer worden gestuit
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Art. 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, in de versie van na de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEOPSCHORTING Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Opheffing van de stuiting van de verjaring door de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 - Onmiddellijke toepassing van de nieuwe regel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 22 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Veroordeling met probatieuitstel of uitstel van de veroordeling met probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Opheffing van de stuiting van de verjaring door de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 - Onmiddellijke toepassing van de nieuwe regel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 22 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Stuiting Vrije woorden: Veroordeling met probatieuitstel of uitstel van de veroordeling met probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Opheffing van de stuiting van de verjaring door de Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 - Onmiddellijke toepassing van de nieuwe regel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 22 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Fiches 7 - 9 Uit de met de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I ingevoerde regeling en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat de wetgever het onderscheid heeft willen behouden tussen de in artikel 23 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalde nieuwe gemeenrechtelijke regeling van de verjaring van de strafvordering, die stelt dat de verjaringstermijn van de strafvordering niet meer loopt vanaf de dag van de aanhangigmaking van de strafvordering voor de politierechtbank, de correctionele rechtbank, het hof van assisen of het hof van beroep zetelend in eerste en laatste aanleg, en de bijzondere verjaringsregeling van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet betreffende de herroepingsvordering; het is uitgesloten dat de wetgever zou hebben gewild dat het feit van aanhangigmaking van de vordering zowel de verjaring van de herroepingsvordering zou doen ingaan als het verloop van die verjaring zou schorsen
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 23 en 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, in de versie van na de Wet Strafprocesrecht I van 9 april
  1. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEOPSCHORTING Vrije woorden: Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Nieuwe regel dat de verjaring niet meer loopt vanaf de aanhangigmaking van de zaak bij het vonnisgerecht - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Veroordeling met probatieuitstel of uitstel van de veroordeling met probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Nieuwe regel dat de verjaring niet meer loopt vanaf de aanhangigmaking van de zaak bij het vonnisgerecht - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing Vrije woorden: Veroordeling met probatieuitstel of uitstel van de veroordeling met probatieopschorting - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Vordering ingesteld vóór 28 april 2024 - Nieuwe regel dat de verjaring niet meer loopt vanaf de aanhangigmaking van de zaak bij het vonnisgerecht - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 3, tweede zin - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1708.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen L. D., gedaagde tot herroeping van het probatie-uitstel, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 13 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 26 december 2024 ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend. Op de rechtszitting van 14 januari 2025 heeft voorzitter Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 23 en 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest is gegrond op een onvolledige en derhalve onwettige lezing van artikel 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering; het arrest oordeelt contra legem dat de in artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet bepaalde termijn van één jaar een specifieke verjaringstermijn in een bijzondere wet is, waarop artikel 23 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering geen toepassing vindt; de in fine van artikel 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering vermelde uitzondering heeft geen betrekking op afwijkende verjaringstermijnen in bijzondere wetten in het algemeen, maar wel op afwijkende verjaringstermijnen voor in bijzondere wetten bepaalde misdrijven; artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet voorziet zelf niet in misdrijven maar enkel in een van het gemeen recht afwijkende verjaringstermijn voor een herroepingsvordering; het vervolgde misdrijf is niet bepaald in een bijzondere wet maar in het Strafwetboek; bijgevolg is volgens artikel 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering artikel 23 van die titel van toepassing; de beide regelingen kunnen niet samen bestaan, zodat moet worden aangenomen dat de nieuwe regel de oude wet impliciet heeft opgeheven; aangezien volgens de nieuwe regeling de verjaring niet meer liep vanaf de aanhangigmaking van de zaak voor de correctionele rechtbank op 3 februari 2023 kunnen de appelrechters niet oordelen dat de herroepingsvordering is verjaard.
  4. Volgens artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet verjaart de vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht.
  5. De vordering tot herroeping van het probatie-uitstel heeft betrekking op de uitvoering van de straf en is dan ook een vordering die behoort tot de strafvordering.
  6. De wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I, die op 28 april 2024 in werking is getreden, heeft de regeling van de verjaring van de strafvordering gewijzigd. De nieuwe regeling is van toepassing op alle vorderingen die volgens de oude wet nog niet waren verjaard op het ogenblik van de inwerkingtreding van de nieuwe wet.
  7. De eenjarige verjaringstermijn van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet kon volgens artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals van toepassing tot de opheffing ervan door artikel 60 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I op 28 april 2024, worden gestuit. Door de opheffing van die bepaling kan die verjaringstermijn niet langer worden gestuit.
  8. Artikel 23 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd door artikel 35 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I met ingang vanaf 28 april 2024, bepaalt dat de verjaringstermijn van de strafvordering niet meer loopt vanaf de dag van de aanhangigmaking van de strafvordering voor de politierechtbank, de correctionele rechtbank, het hof van assisen of het hof van beroep zetelend in eerste en laatste aanleg.
  9. Artikel 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd door artikel 37 van de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I met ingang vanaf 28 april 2024, bepaalt dat onder meer artikel 23 van toepassing is op de verjaring van de strafvordering betreffende de in de bijzondere wetten, decreten en ordonnanties bepaalde misdrijven, voor zover die niet anders bepalen.
  10. Uit de met de wet van 9 april 2024 Strafprocesrecht I ingevoerde regeling en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat de wetgever het onderscheid heeft willen behouden tussen de in artikel 23 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering nieuw bepaalde gemeenrechtelijke regeling van de verjaring van de strafvordering en de bijzondere verjaringsregeling van artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet betreffende de herroepingsvordering. Het is uitgesloten dat de wetgever zou hebben gewild dat het feit van aanhangigmaking van de vordering zowel de verjaring van de herroepingsvordering zou doen ingaan als het verloop van die verjaring zou schorsen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 33,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.