← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Verzoek tot verzending van de zaak wegens een taalwijziging - Hoger beroep tegen het vonnis dat het verzoek tot verzending afwijst en uitspraak doet ten gronde - Aankruisen van de grieven procedure en schuld - Afstand van de grief schuld - Invloed op het verweer over de taalwijziging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - AFSTAND VAN PROCESHANDELING Vrije woorden: Verzoek tot verzending van de zaak wegens een taalwijziging - Hoger beroep tegen het vonnis dat het verzoek tot verzending afwijst en uitspraak doet ten gronde - Aankruisen van de grieven procedure en schuld - Afstand van de grief schuld - Invloed op het verweer over de taalwijziging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1584.N E. A. A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gilles Rousseau, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 2 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, de artikelen 10 en 11 Grondwet, de artikelen 203 en volgende Wetboek van Strafvordering en artikel 23 Taalwet Gerechtszaken, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het bestreden vonnis wijst eisers verzoek om taalwijziging niet af op grond van objectiveerbare omstandigheden eigen aan de zaak; het oordeelt ten onrechte dat de eiser door afstand te doen van de grief over de schuld ermee heeft ingestemd dat de procedure in het Nederlands zou worden voortgezet; het is tegenstrijdig om uit de afwezigheid van een betwisting, wat verband houdt met de grond van de zaak, een gevolg af te leiden over een procedureel verzoek dat de behandeling over de grond van de zaak voorafgaat; het recht op taalwijziging staat volledig los van de schuldvraag; de schuldvraag laten bepalen of een verzoek om taalwijziging kan worden ingediend, leidt tot ongewenste gevolgen en zorgt voor een onverantwoord en onrechtvaardig verschil tussen bekennende en ontkennende beklaagden; de eiser heeft het verzoek van taalwijziging als grief aangeduid, zodat niet kan worden geoordeeld dat hij daaraan heeft verzaakt. Aan het Grondwetttelijk Hof moet de volgende prejudiciële vraag worden gesteld: “Schendt artikel 23 Taalwet Gerechtszaken de artikelen 10 en 11 Grondwet, geïnterpreteerd in die zin dat, in tegenstelling tot een beklaagde die de ten laste gelegde feiten betwist, de beklaagde die afstand doet van de grief over de schuld door de eerste rechter en zich dus verenigt met diens beoordeling, hierdoor onvermijdelijk afstand doet van zijn recht op taalwijziging?”
  3. Volgens artikel 23, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken kan de beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank waarvan de taal van de rechtspleging het Nederlands is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt. Indien het rechtscollege ingaat op dat verzoek gelast het overeenkomstig artikel 23, vierde lid, Taalwet Gerechtszaken de verwijzing naar het dichtst bijgelegen gerecht van dezelfde rang waarvan de taal van de rechtspleging die is welke door de beklaagde is gevraagd.
  4. Het verzoek om taalwijziging kan niet voor het eerst in hoger beroep worden geformuleerd, maar indien de eerste rechter het verzoek om taalwijziging afwijst en ten gronde uitspraak doet, kan tegen de afwijzende beslissing hoger beroep worden ingesteld en dient het appelgerecht daarover uitspraak te doen.
  5. Indien evenwel voor het appelgerecht een beklaagde die om taalwijziging heeft verzocht, afstand doet van zijn grief betreffende de schuldbeoordeling door de eerste rechter en zich dus verenigt met die beoordeling, houdt dit noodzakelijkerwijze een verzaking in van zijn verzoek om taalwijziging.
  6. De beklaagde geeft aldus onmiskenbaar te kennen dat hij zich niet gegriefd acht door het gegeven dat de tegen hem ingestelde strafvervolging werd behandeld in de taal van de rechtspleging. De grondslag voor de verzaking van het verzoek om taalwijziging ligt dan ook niet in het al dan niet ontkennen maar wel in het aanvaarden van een beslissing die werd gewezen na een behandeling in de taal van de rechtspleging. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. De aangevoerde miskenning van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel is afgeleid uit die onjuiste rechtsopvatting. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  8. Er is bijgevolg evenmin grond om de prejudiciële vraag te stellen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.13 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.39 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.27 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260421.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.