← België

Provincie Limburg contra J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250117.1N.3 Rolnummer: C.21.0083.N Zaak: Provincie Limburg contra J. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-11 Raadplegingen: 1036 - laatst gezien 2026-06-18 14:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250117.1N.3 Fiche Het recht op planschadevergoeding vereist geen volledig bouwverbod met betrekking tot het optrekken of plaatsen, afbreken, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van een constructie; een beperking van de bouwmogelijkheden op een perceel volstaat op basis van het in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Vrije woorden: Planschadevergoeding - Bouwverbod - Omvang Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 2.6.1, § 2 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 4.2.1, 1° - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0083.N PROVINCIE LIMBURG, publiekrechtelijke rechtspersoon, vertegenwoordigd door haar Deputatie, met kantoor te 3500 Hasselt, Universiteitslaan 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.725.203, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. L.J.,
  2. M.M., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 oktober
  3. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 17 december 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Artikel 2.6.1, § 1, VCRO, zoals van toepassing, bepaalt dat de ruimtelijke uitvoeringsplannen erfdienstbaarheden van openbaar nut kunnen doen ontstaan en eigendomsbeperkingen kunnen inhouden, met inbegrip van bouwverbod. In de gevallen, vermeld in § 2 en § 3, kan een bouw- of verkavelingsverbod aanleiding geven tot een beperkte planschadevergoeding. Artikel 2.6.1, § 2, VCRO, zoals van toepassing, bepaalt dat planschadevergoeding wordt toegekend wanneer, op basis van een in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan, een perceel niet meer in aanmerking komt voor een vergunning om te bouwen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, of voor het verkavelen van gronden, terwijl het de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat definitieve plan wel in aanmerking kwam voor een vergunning om te bouwen of voor het verkavelen van gronden. Krachtens artikel 4.2.1, 1°, VCRO mag niemand zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen de hiernavolgende bouwwerken verrichten, met uitzondering van onderhoudswerken: a) het optrekken of plaatsen van een constructie, b) het functioneel samenbrengen van materialen waardoor een constructie ontstaat en c) het afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van een constructie.
  5. Uit deze bepalingen en de wetsgeschiedenis blijkt dat het recht op planschadevergoeding geen volledig bouwverbod met betrekking tot het optrekken of plaatsen, afbreken, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van een constructie vereist, maar een beperking van de bouwmogelijkheden op een perceel volstaat op basis van het in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 599 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 17 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250117.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250117.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.