id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250117.1N.4 Rolnummer: C.21.0435.N Zaak: Garagecomplex Canadezenplein c. Gemeente De Panne Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-02-11 Raadplegingen: 1477 - laatst gezien 2026-06-17 15:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche 1 De verjaring, dat een verweer is tegen een laattijdige vordering, begint te lopen vanaf de dag waarop die vordering ontstaat. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Aanvang Fiches 2 - 3 Een vordering op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid ontstaat op het ogenblik dat alle constitutieve bestanddelen van deze aansprakelijkheid verenigd zijn; wat betreft het constitutieve bestanddeel van de schade, is dit het ogenblik waarop de schade tot stand komt of haar toekomstige verwezenlijking naar redelijke verwachtingen vaststaat
(1).
(1)Cass. 22 januari 2021, AR C.20.0187.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.19, AC 2021, nr. 61. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - ALGEMEEN Vrije woorden: Ontstaan vordering - Vereniging constitutieve bestanddelen Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Vrije woorden: Totstandkoming of redelijke verwachting verwezenlijking Fiche 4 De omstandigheid dat de schade het gevolg is van een voortdurende fout verhindert niet dat de schade dag per dag ontstaat en de vordering op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid ontstaat naargelang de schade zich voordoet
(1).
(1)Cass. 22 januari 2021, AR C.20.0187.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.19, AC 2021, nr.
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen Vrije woorden: Voortdurende fout - Ontstaan schade dag per dag - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. C.21.0435.N
- VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS GARAGECOMPLEX CANADEZENPLEIN, met zetel te 8660 De Panne, Canadezenplein ZN, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0865.744.103, vertegenwoordigd door haar syndicus, AGENCE LEROY bv, met zetel te 8660 De Panne, Duinkerkelaan 116, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0875.863.577,
- L.V.,
- C.V.H.,
- S.V., ,
- B.V.,
- E.V.,
- H.R.,
- M.C.,
- eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen GEMEENTE DE PANNE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 8660 De Panne, Zeelaan 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.434.597, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van: VUYLSTEKE-EIFFAGE nv, met zetel te 8760 Meulebeke, Pittemstraat 56, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0412.068.173, tot gemeen- en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 28 mei
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerster voert aan dat het cassatieberoep, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk is in zoverre dit is ingesteld door de zevende en achtste eisers.
- Het middel dat de eisers tot staving van hun cassatieberoep aanvoeren, bekritiseert noch de beslissing van de appelrechters om de vordering van de zevende en achtste eisers af te wijzen omdat een tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling niet voor de eerste maal kan plaatsvinden in hoger beroep, noch de beslissing waarbij de zevende en achtste eisers enkel in hun eigen kosten van het hoger beroep worden verwezen.
- De vernietiging waartoe het middel kan leiden, heeft geen invloed op die beslissingen. Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond. Gegrondheid
- De verjaring, dat een verweer is tegen een laattijdige vordering, begint te lopen vanaf de dag waarop die vordering ontstaat. Een vordering op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid ontstaat op het ogenblik dat alle constitutieve bestanddelen van deze aansprakelijkheid verenigd zijn. Wat betreft het constitutieve bestanddeel van de schade, is dit het ogenblik waarop de schade tot stand komt of haar toekomstige verwezenlijking naar redelijke verwachtingen vaststaat. De omstandigheid dat de schade het gevolg is van een voortdurende fout verhindert niet dat de schade dag per dag ontstaat en de vordering op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid ontstaat naargelang de schade zich voordoet.
- Hoewel de rechter onaantastbaar in feite oordeelt of een fout al dan niet van voortdurende aard is, kan het Hof niettemin nagaan of de rechter, op grond van de feitelijke elementen die hij vaststelt, wettig tot zijn oordeel is kunnen komen.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de problematiek in essentie betrekking heeft op waterinfiltraties opgetreden in een ondergronds garagecomplex en bepaalde privatieve garages daarin; - de verweerster in 2002 besliste tot de renovatie van het Canadezenplein in twee fases, beginnend in fase 1 met de bouw van een ondergronds garagecomplex via een PPS-constructie en in fase 2 de verfraaiing van de bovenbouw; - de verjaring van de buitencontractuele vordering gesteund op artikel 544 Oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1382, 1383 en 1384, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek wettelijk geregeld is in artikel 2262bis, § 1, tweede en derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek; - uit een krantenartikel blijkt dat de eisers al ruim sinds 2005 de waterinfiltratieproblemen kennen die in deze aan de orde zijn; - de eisers zelf schrijven dat de verweerster de herstelwerken niet vrijwillig wou uitvoeren; - de eisers genotsderving vorderen ingaande in februari 2005, wat ook impliceert dat zij minstens in de loop van deze maand waterinfiltraties in het garagecomplex en in welbepaalde privatieve garages aldaar binnenkregen; - de verklaringen afgelegd door de algemene aannemer die het ondergronds garagecomplex bouwde, zeggen dat in 2005 de eerste infiltraties werden vastgesteld, waarna deze aannemer lokaal heeft geïnjecteerd, doch er in de jaren die daarop volgden opnieuw verschillende insijpelingen van water waren waarvan de oorzaak wellicht in de bovenbouw en dus niet in de werken van de aannemer was te zoeken; - de eisers sinds het voor het eerst optreden van de schade/infiltraties in februari 2005 tot aan hun op 29 september 2017 ter griffie neergelegde conclusie hebben gewacht, hetzij ruim 12,5 jaar sedert het optreden van de schade, om effectief een tussenvordering betrekkelijk de waterinfiltraties in te stellen jegens de verweerster; - het feit dat de eisers in deze voorhouden dat de waterinfiltraties, anders omschreven als ‘burenhinder’ door de eisers, tot op heden optreden en voortduren, niet met zich meebrengt dat de verjaringstermijn in deze nog niet zou zijn aangevangen; - dit standpunt, ingenomen door de eisers, in geval van aanhoudend voortduren van de hinder zelfs dreigt te neigen naar een (quasi) onverjaarbaarheid, evenals tot het nog met gemak toelaatbaar instelbaar zijn van vorderingen voor lichte gebreken zelfs geruime tijd nadat zelfs de garantietermijn van tien jaar voor de zware stabiliteit-aantastende gebreken al zou zijn verstreken; - artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek spreekt over het zich voordoen van schade, niet over de te kennen omvang van de schade, het voortduren en/of tijdstip van het ophouden van verdere schade als criteria ter bepaling van de aanvangsdatum van de verjaring; - de eisers reeds meer dan vijf jaar voorafgaandelijk het instellen van hun tussenvordering bij ter griffie op 29 september 2017 neergelegde conclusie de identiteit van de verweerster als mogelijk aansprakelijke kende.
- De appelrechters konden op grond van deze redenen wettig oordelen dat de fout die de eisers aanvoeren bestaat in een aflopende gebeurtenis, te weten de beweerde gebrekkige uitvoering van de bovenbouw, waaruit de eisers onmiddellijk de aangevoerde schade, bestaande uit herstelkosten en genotsderving konden vaststellen, en verantwoorden aldus naar recht hun beslissing dat de vorderingen van de eisers met toepassing van de vijfjarige termijn zoals bepaald in artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek zijn verjaard. Het middel kan niet worden aangenomen. Vordering tot gemeen- en bindendverklaring
- De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang aan de vordering tot gemeen- en bindendverklaring. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot gemeen- en bindendverklaring. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.277,19 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 17 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250117.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div