← België

S. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 3

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BURGERRECHTELIJK AANSPRAKELIJKE PARTIJ Vrije woorden: Strafzaken - Beklaagde - Vrijspraak - Veroordeling tot schadevergoeding in andere hoedanigheid - Grens Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 3

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - ALGEMEEN Vrije woorden: Strafzaken - Burgerrechtelijk aansprakelijke partij - Beklaagde - Vrijspraak - Veroordeling tot schadevergoeding in andere hoedanigheid - Grens Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 3

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.1163.N I

  1. T. S., beklaagde,
  2. JOS SMET & ZONEN – REIZEN ’T SOETE WAESLANT bv, met zetel te 9100 Sint-Niklaas, Entrepotstraat 20A, ON 0417.818.590, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  3. A. M., beklaagde en burgerlijke partij,
  4. L. D.V., burgerlijke partij,
  5. BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug, 16, ON 0400.048.883, burgerlijke partij,
  6. FEDERALE VERZEKERING cv, met zetel te 1000 Brussel, Stoofstraat 12, ON 0407.963.786, burgerlijke partij, verweerders. II
  7. FEDERALE VERZEKERING cv, reeds vermeld, burgerlijke partij,
  8. T. S., beklaagde en burgerlijke partij, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  9. A. M., reeds vermeld, beklaagde en burgerlijke partij,
  10. L. D.V., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  11. BALOISE BELGIUM nv, reeds vermeld, burgerlijke partij,
  12. T. S., reeds vermeld, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 28 juni
  13. De eisers I doen zonder berusting afstand van hun cassatieberoep in zoverre gericht tegen de beslissingen om de eisers I te veroordelen tot het betalen van een provisionele vergoeding en om de zaak te verzenden naar de eerste rechter voor de verdere afhandeling van deze burgerlijke vorderingen. De eiseres I.2 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers II doen zonder berusting afstand van hun cassatieberoep in zoverre gericht tegen de beslissingen om de eisers II te veroordelen tot het betalen van een provisionele vergoeding en om de zaak te verzenden naar de eerste rechter voor de verdere afhandeling van de burgerlijke vordering. De eiser I.1 voert geen middel aan. De eisers II voeren geen middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I
  14. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cassatieberoep aan de verweerders I.1, I.2 en I.4 is betekend, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissing over de burgerlijke vordering van de verweerster I.4, die een eindbeslissing is, alsook tegen de beslissingen over het beginsel van aansprakelijkheid in de burgerlijke vorderingen van de verweerders I.1 en I.2, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II
  15. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cassatieberoep aan de verweerders is betekend, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissingen over het beginsel van aansprakelijkheid in de burgerlijke vorderingen van de verweerders II.1, II.2 en II.3, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. In zoverre gericht tegen de beslissing om de verweerder II.4 te veroordelen tot het betalen aan de eiseres II.1 van de som van 391,62 euro, vermeerderd met interest, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel van de eiseres I.2
  16. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1382, 1383 en 1384 oud Burgerlijk Wetboek en artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek, alsook miskenning van het wettelijk begrip “oorzakelijk verband”: de appelrechters veroordelen de eiseres I.2 ten onrechte in haar hoedanigheid van burgerrechtelijk aansprakelijke partij tot het betalen van een provisionele vergoeding aan de verweerster I.3; de eiseres I.2 is enkel gedagvaard als beklaagde wegens het feit van de telastlegging D, zijnde een inbreuk op artikel 67ter Wegverkeerswet, waarvoor zij werd vrijgesproken; de appelrechters stellen niet vast dat de eiseres I.2 burgerrechtelijk aansprakelijk is, noch dat zij in deze hoedanigheid in de procedure werd betrokken; in zoverre de appelrechters de eiseres I.2 tot schadevergoeding veroordelen in haar hoedanigheid van beklaagde, stellen zij ten onrechte een oorzakelijk verband vast tussen het feit van de telastlegging D en de schadelijke gevolgen van het ongeval.
  17. Krachtens de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de strafrechter een burgerlijke vordering tot herstel van schade slechts gegrond verklaren indien hij vaststelt dat de schade voortvloeit uit een als misdrijf gekwalificeerd feit waarvoor de beklaagde is vervolgd en dat de rechter bewezen verklaart. Hieruit volgt dat de strafrechter die uitspraak doet over de burgerlijke vordering de beklaagde die enkel in die hoedanigheid in de strafprocedure is betrokken en voor de hem ten laste gelegde feiten is vrijgesproken niet in een andere hoedanigheid kan veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding.
  18. De appelrechters die, zonder vast te stellen dat de eiseres I.2 als burgerrechtelijk aansprakelijke partij voor de eiser I.1 in het strafproces werd betrokken, deze partij in die hoedanigheid veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan de verweerster I.3, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent de eisers I akte van de afstand, zoals vermeld. Verleent de eisers II akte van de afstand, zoals vermeld. Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit de eiseres I.2 veroordeelt tot het betalen van een provisionele som van 100.000,00 euro aan de verweerster I.3 en tot de kosten van het geding in hoger beroep van deze partij, bepaald op 7.500,00 euro. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep I voor het overige. Verwerpt het cassatieberoep II voor het overige. Veroordeelt de eiseres I.2 tot drie vijfde van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten in het geheel op 791,16 euro, waarvan op het cassatieberoep I en II elk 131,40 euro zijn verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 21 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250121.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.