id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250121.2N.13 Rolnummer: P.25.0049.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-01-23 Raadplegingen: 622 - laatst gezien 2026-06-18 23:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 4 Wanneer de verdachte in een geval bedoeld in artikel 22 Voorlopige Hechteniswet hoger beroep instelt tegen een beslissing van de raadkamer tot handhaving van zijn voorlopige hechtenis en hij voor de kamer van inbeschuldigingstelling bij conclusie geen verweer voert over het vereiste van een risico op recidive, onttrekking, het laten verdwijnen van bewijzen of het zich verstaan met derden, dan voldoet de kamer van inbeschuldigingstelling aan haar motiveringsplicht door de overname van de redenen van het bevel tot aanhouding of van een eerdere beslissing waarin wordt vastgesteld dat is voldaan aan die criteria, in zoverre die nog actueel zijn; in dat geval dient de kamer van inbeschuldigingstelling de redenen waarom zij oordeelt dat is voldaan aan die vereisten, niet uitdrukkelijk te herhalen. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Hoger beroep tegen beschikking raadkamer tot handhaving - Geen verweer over de criteria van artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet - Motiveringsplicht kamer van inbeschuldigingstelling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, §§ 1 en 5 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, zesde en zevende lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 1 en 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Vrije woorden: Hoger beroep tegen beschikking raadkamer tot handhaving - Geen verweer over de criteria van artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet - Motiveringsplicht kamer van inbeschuldigingstelling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, §§ 1 en 5 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, zesde en zevende lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 1 en 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Hoger beroep tegen beschikking raadkamer tot handhaving - Geen verweer over de criteria van artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet - Motiveringsplicht kamer van inbeschuldigingstelling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, §§ 1 en 5 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, zesde en zevende lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 1 en 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Hoger beroep tegen beschikking raadkamer tot handhaving - Geen verweer over de criteria van artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet - Motiveringsplicht kamer van inbeschuldigingstelling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, §§ 1 en 5 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, zesde en zevende lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 1 en 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 5 - 9 Het onderzoeksgerecht waaraan een verdachte zonder verdere toelichting vraagt hem overeenkomstig artikel 35 Voorlopige Hechteniswet vrij te laten tegen de betaling van een bepaalde borgsom, kan dat verzoek afwijzen op grond van de enkele reden dat die vorm van zekerheid niet volstaat om tegemoet te komen aan de gronden die de handhaving van de voorlopige hechtenis wettigen
(1).
(1)Zie Cass. 9 april 2024, AR P.24.0412.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Verzoek tot invrijheidstelling tegen borgsom - Weigering - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INVRIJHEIDSTELLING ONDER VOORWAARDEN Vrije woorden: Verzoek tot invrijheidstelling tegen borgsom - Weigering - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Verzoek tot invrijheidstelling tegen borgsom - Weigering - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Verzoek tot invrijheidstelling tegen borgsom - Weigering - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: BORGTOCHT Vrije woorden: Strafzaken - Voorlopige hechtenis - Verzoek tot invrijheidstelling tegen borgsom - Weigering - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0049.N S. P., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Bayram Yigit, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 5 en 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht: het arrest handhaaft ten onrechte en zonder de vereiste motivering de voorlopige hechtenis van de eiser, uit te voeren in de gevangenis; de telastleggingen van criminele organisatie en verboden wapendracht, die overblijven nu de telastlegging van de verborgen ruimtes niet meer actueel is, zijn niet voldoende om eisers vrijheidsberoving te verantwoorden door enkel te verwijzen naar het gevaar voor de openbare veiligheid; op grond van artikel 16, § 1, Voorlopige Hechteniswet moet het arrest ook motiveren of er gevaar is voor recidive, of de eiser zich zal willen onttrekken aan het optreden van het gerecht, of hij bewijzen zal willen laten verdwijnen en of hij zich zal verstaan met derden; de afwijzing van een borgstelling is evenmin afdoende gemotiveerd; de eiser is sinds 31 juli 2024 van zijn vrijheid beroofd en werkt goed mee met het onderzoek; er is geen gevaar voor collusie of obstructie en de eiser beschikt over een blanco strafregister; het arrest vermeldt geen concrete en pertinente elementen ter verantwoording van eisers vrijheidsberoving.
- Artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet zijn niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis. In zoverre het middel schending van die bepalingen aanvoert, faalt het naar recht.
- Artikel 16, § 1, eerste en vierde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de onderzoeksrechter slechts een bevel tot aanhouding mag verlenen in geval van volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en indien het feit voor de verdachte een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben alsook dat, in de regel, indien de maximumstraf vijftien jaar opsluiting niet te boven gaat, het bevel tot aanhouding slechts mag worden verleend als er ernstige redenen bestaan om te vrezen dat de in vrijheid gelaten verdachte nieuwe misdaden of wanbedrijven zou plegen, zich aan het optreden van het gerecht zou onttrekken, bewijzen zou pogen te laten verdwijnen of zich zou verstaan met derden. Artikel 16, § 5, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de onderzoeksrechter in het bevel tot aanhouding de feitelijke omstandigheden van de zaak en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid van de verdachte vermeldt, die de voorlopige hechtenis wettigen gezien de criteria bepaald in paragraaf
- Overeenkomstig de artikelen 22, zesde en zevende lid, en 30, § 1 en § 4, Voorlopige Hechteniswet onderzoekt de raadkamer en in hoger beroep de kamer van inbeschuldigingstelling of er tegen de verdachte ernstige aanwijzingen van schuld blijven bestaan en of er met artikel 16, § 1, overeenstemmende redenen voorhanden zijn om de hechtenis te handhaven. Een handhavingsbeslissing moet met redenen worden omkleed op de wijze bepaald in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet.
- Wanneer de verdachte in een geval bedoeld in artikel 22 Voorlopige Hechteniswet hoger beroep instelt tegen een beslissing van de raadkamer tot handhaving van zijn voorlopige hechtenis en hij voor de kamer van inbeschuldigingstelling bij conclusie geen verweer voert over het vereiste van een risico op recidive, onttrekking, het laten verdwijnen van bewijzen of het zich verstaan met derden, dan voldoet de kamer van inbeschuldigingstelling aan haar motiveringsplicht door de overname van de redenen van het bevel tot aanhouding of van een eerdere beslissing waarin wordt vastgesteld dat is voldaan aan die criteria, in zoverre die nog actueel zijn. In dat geval dient de kamer van inbeschuldigingstelling de redenen waarom zij oordeelt dat is voldaan aan die vereisten, niet uitdrukkelijk te herhalen.
- Het onderzoeksgerecht waaraan een verdachte zonder verdere toelichting vraagt hem overeenkomstig artikel 35 Voorlopige Hechteniswet vrij te laten tegen de betaling van een bepaalde borgsom, kan dat verzoek afwijzen op grond van de enkele reden dat die vorm van zekerheid niet volstaat om tegemoet te komen aan de gronden die de handhaving van de voorlopige hechtenis wettigen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters verweer heeft gevoerd over de in artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalde vereisten, noch dat hij toelichting heeft verstrekt over de door hem verzochte invrijheidstelling tegen betaling van een borgsom.
- Het arrest oordeelt als volgt: “De gegevens eigen aan de zaak en aan de persoonlijkheid van [de eiser], die in het bevel tot aanhouding en de bestreden beschikking vermeld zijn, maken omstandigheden uit die thans nog bestaan en die dermate de openbare veiligheid raken dat hierdoor de handhaving van de voorlopige hechtenis van verdachte volstrekt noodzakelijk is. De gronden tot handhaving kunnen niet worden geneutraliseerd door [de eiser] onder detentievervangende voorwaarden en/of onder borgstelling in voorlopige vrijheid te stellen.” Met die redenen, waaruit blijkt dat de appelrechters de redenen overnemen van het bevel tot aanhouding en de beroepen beschikking met betrekking tot de in artikel 16, § 1, eerste en vierde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalde vereisten voor de handhaving van de voorlopige hechtenis en die redenen nog actueel achten, is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord.
- Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest of verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 21 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250121.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div