← België

H. contra R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250121.2N.2 Rolnummer: P.24.1187.N Zaak: H. contra R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-01-23 Raadplegingen: 669 - laatst gezien 2026-06-16 05:51 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Artikel 2:104, § 1, eerste lid, WVV, dat bepaalt dat de vennoten of aandeelhouders door de sluiting van de vereffening van rechtswege onverdeelde eigenaars, elk voor hun deel, van alle actieve vermogensbestanddelen van de vennootschap, ook al zijn deze op het ogenblik van de sluiting van de vereffening niet gekend, is niet beperkt tot de activa die zijn opgenomen in de staat van activa en passiva bij de ontbinding van de vennootschap of die op dat moment nog niet waren gekend maar omvat ook de activa die wel waren gekend, maar bij het opstellen van de voormelde staat over het hoofd zijn gezien

(1); de appelrechters die vaststellen dat de vordering tot schadevergoeding, ingesteld namens de besloten vennootschap, een op het ogenblik van de ontbinding gekend actief vermogensbestanddeel van de vennootschap was en die vervolgens oordelen dat, aangezien deze vordering niet werd opgenomen in de staat van activa en passiva van de vennootschap bij haar ontbinding, de vordering niet is overgegaan naar het persoonlijk vermogen van de eiser, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.
(1)Zie K. De Backer, “Commentaar bij artikel 2:104 WVV”, in Vennootschappen en verenigingen, Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, 2023,
  1. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Strafzaken - Ontvankelijkheid - Vordering tot schadevergoeding namens een vennootschap - Ontbinding van de vennootschap - Sluiting van de vereffening - Vennoot van rechtswege eigenaar van de actieve vermogensbestanddelen - Begrip activa - Activa die over het hoofd zijn gezien - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:104, § 1, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: Strafzaken - Vordering tot schadevergoeding namens een vennootschap - Ontbinding van de vennootschap - Sluiting van de vereffening - Vennoot van rechtswege eigenaar van de actieve vermogensbestanddelen - Begrip activa - Activa die over het hoofd zijn gezien - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:104, § 1, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - ALGEMEEN Vrije woorden: Strafzaken - Vordering tot schadevergoeding namens een vennootschap - Ontbinding van de vennootschap - Sluiting van de vereffening - Vennoot van rechtswege eigenaar van de actieve vermogensbestanddelen - Begrip activa - Activa die over het hoofd zijn gezien - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 2:104, § 1, eerste lid - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1187.N S. H., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie Limburg, tegen S. R., beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 19 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het bestreden vonnis herstelt de materiële vergissing in het beroepen vonnis wat betreft de vergoeding voor kledijschade en veroordeelt de verweerster tot de gerechtskosten van beide aanleggen. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 2:104, § 1, eerste lid, WVV: de appelrechters oordelen dat de vordering tot schadevergoeding van de eiser namens BBC Handelsagentschappen bv niet is overgegaan naar het persoonlijke vermogen van de eiser omdat deze niet werd opgenomen als resterend actief in de staat van activa en passiva bij de ontbinding, hoewel dit een vermogensbestanddeel was dat op dat moment al was gekend; de voormelde wettelijke bepaling stelt dat de aandeelhouders eigenaar worden van alle actieve vermogensbestanddelen van de vennootschap, ook al zijn deze op het ogenblik van de sluiting van de vereffening niet gekend; dit heeft betrekking op actief dat niet werd opgenomen in de staat van activa en passiva, ongeacht de reden hiervoor, en niet enkel op actief waarvan het bestaan nog niet gekend was.
  5. Krachtens artikel 2:104, § 1, eerste lid, WVV worden de vennoten of aandeelhouders door de sluiting van de vereffening van rechtswege onverdeelde eigenaars, elk voor hun deel, van alle actieve vermogensbestanddelen van de vennootschap, ook al zijn deze op het ogenblik van de sluiting van de vereffening niet gekend.
  6. Deze bepaling is niet beperkt tot de activa die zijn opgenomen in de staat van activa en passiva bij de ontbinding van de vennootschap of die op dat moment nog niet waren gekend. Zij omvat ook de activa die wel waren gekend, maar bij het opstellen van de voormelde staat over het hoofd zijn gezien.
  7. De appelrechters die vaststellen dat de vordering tot schadevergoeding, ingesteld namens BBC Handelsagentschappen bv, een op het ogenblik van de ontbinding gekend actief vermogensbestanddeel van de vennootschap was en die vervolgens oordelen dat, aangezien deze vordering niet werd opgenomen in de staat van activa en passiva van de bv bij haar ontbinding, de vordering niet is overgegaan naar het persoonlijk vermogen van de eiser, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede en derde onderdeel
  8. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 1138 Gerechtelijk Wetboek, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht op tegenspraak en het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbiediging van het recht van verdediging: de appelrechters stellen vast dat noch de staat van activa en passiva van 30 juni 2020, noch het verslag van de bedrijfsrevisor van 17 september 2020, waarvan melding wordt gemaakt in de akte van 22 september 2020, wordt bijgebracht; zij leiden hieruit af dat de vordering tot schadevergoeding namens BBC Handelsagentschappen bv niet werd opgenomen als een resterend actief dat is overgegaan naar het vermogen van de eiser; de eiser is nooit uitgenodigd deze stukken bij te brengen; hierdoor leiden de appelrechters onvoorziene gevolgen af uit de stukken van het dossier waarover geen debat is gevoerd.
  9. Het derde onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de motieven van de appelrechters zijn tegenstrijdig; zij oordelen enerzijds dat het niet is geweten of de vordering tot schadevergoeding namens BBC Handelsagentschappen bv al dan niet werd opgenomen als een resterend actief op het moment van ontbinding en oordelen anderzijds dat deze vordering tot schadevergoeding niet werd opgenomen als een resterend actief op het moment van ontbinding.
  10. De onderdelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Tweede middel
  11. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters oordelen dat de eiser geen persoonlijk inkomensverlies heeft geleden bij gebrek aan oorzakelijk verband tussen de blijvende arbeidsongeschiktheid van de eiser en de stopzetting van zijn zelfstandige activiteit als handelsagent in het kader van BBC Handelsagentschappen bv; in het tussenvonnis van 2 juli 2020 heeft de politierechter het bestaan van dit oorzakelijk verband reeds definitief vastgesteld; het bestreden vonnis is dan ook tegenstrijdig met dit definitief vonnis van 2 juli
  12. Er is enkel sprake van een door artikel 149 Grondwet gesanctioneerde tegenstrijdigheid in de motivering wanneer de redenen van eenzelfde beslissing met elkaar of met het dictum ervan tegenstrijdig zijn. Een dergelijk motiveringsgebrek kan niet bestaan tussen redenen of beschikkingen van onderscheiden rechterlijke beslissingen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vordering van de eiser met betrekking tot de vergoeding van het inkomstenverlies van BBC Handelsagentschappen bv onontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 513,12 euro waarvan é,81 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 21 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250121.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.