← België

BS FINANCES contra PANALPINA WORLD TRANSPORT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250124.1N.33 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250124.1N.10 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250117.1N.1 Rolnummer: F.23.0035.N Zaak: BS FINANCES contra PANALPINA WORLD TRANSPORT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Unierecht Invoerdatum: 2025-03-07 Raadplegingen: 776 - laatst gezien 2026-06-17 03:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250124.1N.33 Fiche 1 De lidstaten kunnen het recht om op hun grondgebied douaneaangiften te doen volgens de methode van de directe of de indirecte vertegenwoordiging zodanig voorbehouden dat de vertegenwoordiger een douanecommissionair moet zijn die daar zijn beroep uitoefent

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Douaneaangiften - Douanevertegenwoordiging - Douanecommissionair Wettelijke bepalingen: EEG-Verordening nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek - 12-10-1992 - Art. 5.2 - 32 Link Justel databank 19921012-32 Fiche 2 Een douane-expediteur, die dat wenste, had de wettelijke mogelijkheid om douaneaangiften te doen in de hoedanigheid van directe vertegenwoordiger van zijn opdrachtgever; het voorbehouden van de indirecte vertegenwoordiging aan ingeschreven douane-expediteurs hield geen verbod in om als directe vertegenwoordiger aangifte te doen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Douane-expediteur - Directe en indirecte douanevertegenwoordiging - Keuzemogelijkheid - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: EEG-Verordening nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek - 12-10-1992 - Art. 5.4 - 32 Link Justel databank 19921012-32 EEG-Verordening nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek - 12-10-1992 - Art. 201.3 - 32 Link Justel databank 19921012-32 Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Art. 70-3, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Art. 127 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Fiches 3 - 4 Het beginsel van de loyale samenwerking vereist dat de lidstaten de uitoefening van aan het Unierecht ontleende rechten in de praktijk mogelijk maken; daaruit volgt dat het niet volstaat dat de wet de theoretische mogelijkheid bevat voor de douane-expediteur om als directe vertegenwoordiger op te treden of deze mogelijkheid althans niet uitsluit, maar dat de vrije keuze om als directe vertegenwoordiger op te treden in de praktijk ook daadwerkelijk mogelijk moet zijn; dit laatste geldt slechts wanneer vaststaat dat de douane-expediteur effectief voor een directe vertegenwoordiging zou hebben gekozen of daartoe minstens een kans bestaat
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Vrije woorden: Loyale samenwerking - Unirecht daadwerkelijk praktisch mogelijk maken - Directe douanevertegenwoordiging - Daadwerkelijke vrije keuzemogelijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 4.3 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Douane-expediteur - Directe douanevertegenwoordiging - Daadwerkelijke vrije keuzemogelijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 4.3 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0035.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur van douane en accijnzen Antwerpen, met kantoor te 2060 Antwerpen, Ellermanstraat 21, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen PANALPINA WORLD TRANSPORT nv, met zetel te 1830 Machelen, Bedrijvenzone Machelen-Cargo 829A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0406.024.479, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 januari
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 30 oktober 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Artikel 5.2 CDW bepaalt dat de douanevertegenwoordiging: - direct kan zijn, wanneer de vertegenwoordiger in naam en voor rekening van een andere persoon handelt, dan wel, - indirect kan zijn, wanneer de vertegenwoordiger in eigen naam maar voor rekening van een andere persoon handelt. Volgens die bepaling kunnen de lidstaten het recht om op hun grondgebied douaneaangiften te doen volgens de methode van de directe of de indirecte vertegenwoordiging zodanig voorbehouden dat de vertegenwoordiger een douanecommissionair moet zijn die daar zijn beroep uitoefent.
  3. Artikel 5.4 CDW bepaalt dat: - de vertegenwoordiger dient te verklaren voor de vertegenwoordigde persoon te handelen en aan te geven of het een directe dan wel een indirecte vertegenwoordiging betreft en hij vertegenwoordigingsbevoegdheid moet bezitten; - de persoon die niet verklaart in naam of voor rekening van een andere persoon te handelen of die verklaart in naam of voor rekening van een andere persoon te handelen, zonder dat hij vertegenwoordigingsbevoegdheid bezit, wordt geacht in eigen naam en voor eigen rekening te handelen.
  4. Overeenkomstig artikel 201.3 CDW is de aangever de schuldenaar van de douaneschuld bij invoer. In geval van indirecte vertegenwoordiging is de persoon voor wiens rekening de douaneaangifte wordt gedaan, eveneens schuldenaar.
  5. Artikel 213 CDW bepaalt dat indien er voor eenzelfde douaneschuld verscheidende schuldenaren zijn, zij hoofdelijk tot betaling van die schuld zijn gehouden.
  6. Artikel 70-3, § 2, AWDA, vóór de wijziging door artikel 71 van de wet van 12 mei 2014, bepaalt dat de aangever kan handelen: - ofwel in eigen naam en voor eigen rekening; - ofwel in eigen naam maar voor rekening van een derde volgens de voorwaarden bepaald in hoofdstuk XIV; - ofwel in naam en voor rekening van een derde.
  7. Artikel 127 AWDA, vóór de wijziging door artikel 126 van de wet van 12 mei 2014, bepaalt dat: - niemand als douane-expediteur mag optreden indien hij niet is ingeschreven in een speciaal onder de door de minister van Financiën bepaalde voorwaarden bij te houden register; - onder douane-expediteur wordt verstaan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroepsmatig, uit zijn naam, voor rekening van derden, de douaneformaliteiten bij in-, uit- of doorvoer vervult.
  8. Uit de aangehaalde Europees- en internrechtelijke bepalingen volgt dat een douane-expediteur, die dat wenste, de wettelijke mogelijkheid had om douaneaangiften te doen in de hoedanigheid van directe vertegenwoordiger van zijn opdrachtgever. Het voorbehouden van de indirecte vertegenwoordiging aan ingeschreven douane-expediteurs hield geen verbod in om als directe vertegenwoordiger aangifte te doen.
  9. Artikel 4.3 VEU bepaalt dat krachtens het beginsel van loyale samenwerking, de Unie en de lidstaten elkaar respecteren en elkaar steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien. De lidstaten treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die geschikt zijn om de nakoming van de uit de Verdragen of uit de handelingen van de instellingen van de Unie voortvloeiende verplichtingen te verzekeren. De lidstaten vergemakkelijken de vervulling van de taak van de Unie en onthouden zich van alle maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie in gevaar kunnen brengen. Het beginsel van de loyale samenwerking neergelegd in artikel 4.3 VEU vereist dat de lidstaten de uitoefening van aan het Unierecht ontleende rechten in de praktijk mogelijk maken.
  10. Uit het voorgaande volgt dat het niet volstaat dat de wet de theoretische mogelijkheid bevat voor de douane-expediteur om als directe vertegenwoordiger op te treden of deze mogelijkheid althans niet uitsluit, maar dat de vrije keuze om als directe vertegenwoordiger op te treden in de praktijk ook daadwerkelijk mogelijk moet zijn. Dit laatste geldt slechts wanneer vaststaat dat de douane-expediteur effectief voor een directe vertegenwoordiging zou hebben gekozen of daartoe minstens een kans bestaat.
  11. De appelrechters die vaststellen dat de verweerster bij haar aangifte het statuut van indirecte vertegenwoordiger aannam, maar niet vaststellen dat de verweerster bij haar aangifte aanspraak wenste te maken op een directe vertegenwoordiging of daartoe de kans bestond en die niettemin oordelen dat de in de praktijk bestaande keuzeonvrijheid op het ogenblik van de aangifte de hoofdelijke aansprakelijkheid in de weg staat, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond.
  12. De door de verweerster voorgestelde prejudiciële vraag die gelet op de rechtsopvatting vermeld in r.o. 9 niet relevant is, wordt niet gesteld. Omvang van cassatie
  13. De vernietiging van de beslissing over de hoofdelijke aansprakelijkheid van de verweerster brengt de vernietiging met zich mee van de beslissing over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en van de beslissing over de verjaring van de vordering van de eiser, die door geen van de partijen met een ontvankelijk cassatieberoep konden worden bestreden en die bijgevolg vanuit het oogpunt van de omvang van de cassatie niet onderscheiden beslissingen zijn. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 24 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250124.1N.33 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250124.1N.33 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.