← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Internering - Artikel 11 Interneringswet - Aangehouden inverdenkinggestelde op het ogenblik dat de internering wordt bevolen - Voorlopige uitvoering van de internering in de gevangenis - Verdere uitvoering van de internering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 11 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Verbod van foltering - Onmenselijke of vernederende behandeling - Internering - Artikel 11 Interneringswet - Aangehouden inverdenkinggestelde op het ogenblik dat de internering wordt bevolen - Voorlopige uitvoering van de internering in de gevangenis - Verdere uitvoering van de internering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 11 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Artikel 5.1.e - Recht op vrijheid en veiligheid - Vrijheidsberoving van geesteszieken - Internering - Artikel 11 Interneringswet - Aangehouden inverdenkinggestelde op het ogenblik dat de internering wordt bevolen - Voorlopige uitvoering van de internering in de gevangenis - Verdere uitvoering van de internering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 11 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 13 Vrije woorden: Recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel - Internering - Artikel 11 Interneringswet - Aangehouden inverdenkinggestelde op het ogenblik dat de internering wordt bevolen - Voorlopige uitvoering van de internering in de gevangenis - Verdere uitvoering van de internering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 11 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13- 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.1530.N R. D., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Anthony Mallego, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 24 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 9 Interneringswet: met het oordeel dat de eiser aan een geestesstoornis lijdt, verantwoordt het arrest de beslissing tot eisers internering niet naar recht; dat oordeel is louter aangenomen op basis van niet-wetenschappelijk onderbouwde informatie afkomstig van het OPZ Geel die enkel op observaties van de eiser is gestoeld; die observaties tijdens zijn verblijf aldaar zijn des te meer betwistbaar omdat de eiser de Nederlandse taal niet spreekt; uit die enkele informatie kan dan ook geen geestesstoornis worden afgeleid.
  3. Het arrest leidt eisers geestesstoornis niet enkel af uit de verslaggeving van het OPZ Geel die door de forensisch psychiatrisch deskundige in haar rapport werd verwerkt, maar ook uit de eigen bevindingen van de deskundige die het bijtreedt. In zoverre berust het onderdeel op een onvolledige lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  4. Voor het overige komt het onderdeel op tegen de onaantastbare vaststellingen van het arrest over het deskundigenonderzoek of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 3, 5 en 13 EVRM: het arrest beveelt de uitvoering van eisers internering in de psychiatrische afdeling van een gevangenis; in een onaangepaste gevangenisomgeving krijgt de eiser evenwel geen geïndividualiseerde medische zorg of therapeutische begeleiding en heeft hij geen uitzicht op re-integratie; een vasthouding in die omstandigheden is enkel gericht op het afzien van gevaar en tast zijn menselijke waardigheid aan; dit Belgische systeem van internering in een psychiatrische afdeling van de gevangenis schendt het EVRM, zoals reeds meermaals werd bevestigd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; aldus is de beslissing tot eisers internering in een gevangenisomgeving niet naar recht verantwoord.
  6. In zoverre het onderdeel is gericht tegen het Belgische systeem van internering en dus niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
  7. In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is, is het evenmin ontvankelijk.
  8. Uit artikel 11 Interneringswet volgt dat indien een inverdenkinggestelde aangehouden is op het ogenblik dat de internering wordt bevolen, de internering voorlopig plaatsvindt in de psychiatrische afdeling van een gevangenis.
  9. Het staat verder aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij, als multidisciplinair en gespecialiseerd rechtscollege, toezicht te houden over de wijze van uitvoering van een interneringsbeslissing binnen het geldende kader van het EVRM en de Interneringswet. Het is eveneens aan die kamer erover te waken dat de geïnterneerde binnen een redelijke termijn wordt geplaatst in een aangepaste instelling waar hij de meest gepaste zorg ontvangt.
  10. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  11. Het arrest dat vaststelt dat de eiser op het ogenblik van de interneringsbeslissing aangehouden is en vervolgens oordeelt dat zijn internering voorlopig moet plaatsvinden in de psychiatrische afdeling van een gevangenis, verantwoordt die beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 28 januari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250128.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.26 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.