← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 794

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 794

/1 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Verzuim van uitspraak over een geschilpunt - Toepassing van artikelen 794 en 794/1 Gerechtelijk Wetboek in strafzaken - Rechtzetting wegens een kennelijke rekenfout, een verschrijving of leemte - Herbeoordeling van de zaak in het verbeterend vonnis - Grens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 794

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 794/1 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0039.N M. H., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Arend Pelgrims, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 30 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 19, eerste en tweede lid, en 794 Gerechtelijk Wetboek: met het oordeel dat het verbeterde vonnis van 20 december 2024 een lacune bevat omdat er niets werd gezegd over het strafrestant en vervolgens het strafeinde te bepalen op 28 februari 2025, verbetert het bestreden vonnis geen kennelijke rekenfout, verschrijving of andere kennelijke leemte; het verbeterde vonnis bepaalde reeds dat het strafeinde werd bereikt op 2 januari 2025; het bestreden vonnis tast zo het gezag van gewijsde aan van het verbeterde vonnis en het houdt een beperking in van de in het verbeterde vonnis vastgelegde rechten.
  3. De rechter kan op grond van artikel 794 Gerechtelijk Wetboek elke kennelijke rekenfout of verschrijving of andere kennelijke leemte dan het in artikel 794/1 Gerechtelijk Wetboek bedoelde verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering in een vonnis verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen.
  4. Artikel 794/1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het gerecht dat heeft verzuimd zich over een punt van de vordering uit te spreken dit verzuim kan herstellen zonder afbreuk te doen aan de over de reeds beslechte geschilpunten uitgesproken beslissingen. Deze bepaling is evenwel niet van toepassing in strafzaken.
  5. Het verbeterde vonnis dat de aan de eiser op 20 september 2024 toegekende strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling herroept, oordeelt dat “Er is geen reden om een nieuwe datum te verlenen aangezien het strafeinde wordt bereikt op 02/01/2025”. De strafuitvoeringsrechter had tevens geoordeeld: “Uit het verslag van de justitieassistent van 13/11/2024 blijkt dat [de eiser] zich respectloos gedraagt ten aanzien van de jusititieassistente en niet bereid is mee te werken aan de voornaamste voorwaarde, namelijk intensief werk zoeken en zo snel als mogelijk een tewerkstelling opnemen. Op 04/12/2024 weigerde [de eiser] de justitieassistent te spreken in de gevangenis”.
  6. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: “De analyse van de verslagen van de justitieassistente leert dat de modaliteit van bij aanvang slecht verliep. Reeds in het eerste verslag van 15/10/2024 is te lezen dat [de eiser] een aanzienlijke weerstand vertoont ten aanzien van de gestelde voorwaarden. De strafuitvoeringsrechter beslist dat er van de proeftijd niets wordt in aanmerking genomen. Aldus wordt het strafeinde, rekening houdend met het strafrestant, bepaald op 28/02/2025”.
  7. Hieruit volgt dat ondanks de overweging in het bestreden vonnis dat het verbeterde vonnis “een lacune (bevat) aangezien er niets werd gezegd omtrent het strafrestant”, de strafuitvoeringsrechter met het bestreden vonnis een herbeoordeling maakt van de op het ogenblik van het verbeterde vonnis beschikbare gegevens en zich dan ook niet beperkt tot de verbetering van een kennelijke rekenfout of van een verschrijving of van een andere kennelijke leemte dan het in artikel 794/1 Gerechtelijk Wetboek bedoelde verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering. De beslissing schendt dan ook artikel 794 Gerechtelijk Wetboek. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit vonnis melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250917.2F.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091104.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150922.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190508.15 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231121.2N.15 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250625.2F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.