id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.18 Rolnummer: P.25.0146.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2025-02-17 Raadplegingen: 600 - laatst gezien 2026-06-18 17:59 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 De artikelen 35 tot en met 38 Voorlopige Hechteniswet houden voor de rechter die aan een inverdenkinggestelde een invrijheidsstelling onder voorwaarden toestaat, de verplichting in om die voorwaarden zo duidelijk mogelijk te bepalen opdat de inverdenkinggestelde redelijkerwijze kan weten waaraan zich te houden om aan die voorwaarden te voldoen; de aldus vereiste duidelijkheid gaat evenwel niet zover dat de rechter die een inverdenkinggestelde als voorwaarde het verbod oplegt om nog te communiceren via platformen of applicaties die anonimiteit garanderen, al die platformen en applicaties moet opsommen. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INVRIJHEIDSTELLING ONDER VOORWAARDEN Vrije woorden: Verbod op gebruik van elektronische communicatie met data-encriptie of anonimisering - Duidelijkheid van de na te leven voorwaarde - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 37 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 38 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder voorwaarden - Verbod op gebruik van elektronische communicatie met data-encriptie of anonimisering - Duidelijkheid van de na te leven voorwaarde - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 37 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 38 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 3 - 5 Weliswaar is de vertrouwelijkheid van communicatie een essentieel onderdeel van het recht op de eerbiediging van het privéleven en de correspondentie, zoals vastgelegd in artikel 8 EVRM, en moeten gebruikers van telecommunicatie- en internetdiensten de garantie hebben dat hun persoonlijke levenssfeer en vrijheid van meningsuiting worden geëerbiedigd, maar die garantie is niet absoluut en moet in voorkomend geval wijken voor andere legitieme eisen, zoals het voorkomen van het plegen van ernstige misdrijven of het beletten van de vlucht van personen die worden verdacht van dergelijke misdrijven ; hieruit volgt dat de rechter met toepassing van de artikelen 35 tot en met 38 Voorlopige Hechteniswet een inverdenkinggestelde in vrijheid kan stellen met als voorwaarde het verbod om gebruik te maken van bepaalde communicatiemiddelen, in zoverre dat verbod evenredig is met de in artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet genoemde redenen, waaronder het tegengaan van recidive of vlucht door de inverdenkinggestelde
(1).
(1)EHRM, 13/02/2024, Podchasov / Rusland, § 65, www.echr.coe.int, NC 2024,
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INVRIJHEIDSTELLING ONDER VOORWAARDEN Vrije woorden: Verbod op gebruik van elektronische communicatie met data-encriptie of anonimisering - Recht op eerbiediging van het privé-leven van de verdachte - Vertrouwelijkheid van de communicatie - Afweging tegenover de redenen van voorlopige hechtenis - Gevaar voor recidive en onttrekking aan het gerecht - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 37 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 38 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: Recht op eerbiediging van het privé-leven van de verdachte - Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder voorwaarden - Verbod op gebruik van elektronische communicatie met data-encriptie of anonimisering - Vertrouwelijkheid van de communicatie - Afweging tegenover de redenen van voorlopige hechtenis - Gevaar voor recidive en onttrekking aan het gerecht - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 37 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 38 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: Vrijheid van meningsuiting - Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder voorwaarden - Verbod op gebruik van elektronische communicatie met data-encriptie of anonimisering - Vertrouwelijkheid van de communicatie - Afweging tegenover de redenen van voorlopige hechtenis - Gevaar voor recidive en onttrekking aan het gerecht - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 1, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 36 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 37 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 38 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0146.N P. V. H., inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadslieden mr. Joachim Meese en mr. Wahib El Hayouni, beiden advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 23 januari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 35 tot en met 38 Voorlopige Hechteniswet: het arrest weigert de door de onderzoeksrechter aan de eiseres opgelegde voorwaarde “
- Een absoluut verbod om nog te communiceren via platformen of applicaties die anonimiteit garanderen zoals ‘Signal’, ‘Telegram’, ‘Wickr’, ‘Whatsapp’ ...” op te heffen of die voorwaarde minstens zo te preciseren dat in elk geval het gebruik van de applicaties WhatsApp, Microsoft Teams, Zoom, Skype en Apple FaceTime en iMessage wordt toegestaan; de aan een inverdenkinggestelde opgelegde voorwaarden zoals bepaald in artikel 35, § 3, Voorlopige Hechteniswet moeten van die aard zijn en op een dusdanige wijze worden omschreven dat degene die eraan onderhevig is, met zekerheid kan weten aan welke voorwaarden hij zich precies moet houden om het uitvaardigen van een bevel tot aanhouding met toepassing van artikel 38, § 2, Voorlopige Hechteniswet lastens zijn persoon te kunnen vermijden; het arrest en de vordering van de federale procureur zijn tegenstrijdig over de vraag of de eiseres gebruik kan maken van de applicatie WhatsApp; uit het arrest volgt dat de eiseres geen enkele applicatie mag gebruiken die kan worden aangewend voor communicatie en die gebruik maakt “van een vorm van data-encryptie of anonimisering”, zonder dat het arrest preciseert wat wordt bedoeld met “een vorm van”; een dergelijke voorwaarde is dermate vaag en onduidelijk dat het voor de eiseres onmogelijk is om met zekerheid te weten of zij zich aan haar voorwaarden houdt, zodat het automatisch een middel oplevert voor de gerechtelijke autoriteiten om op willekeurige wijze een nieuw bevel tot aanhouding lastens haar uit te vaardigen; nagenoeg alle technologische applicaties waarmee kan worden gecommuniceerd, maken namelijk gebruik van een vorm van data-encryptie of anonimisering.
- De artikelen 35 tot en met 38 Voorlopige Hechteniswet houden voor de rechter die aan een inverdenkinggestelde een invrijheidsstelling onder voorwaarden toestaat, de verplichting in om die voorwaarden zo duidelijk mogelijk te bepalen opdat de inverdenkinggestelde redelijkerwijze kan weten waaraan zich te houden om aan die voorwaarden te voldoen. De aldus vereiste duidelijkheid gaat evenwel niet zover dat de rechter die een inverdenkinggestelde als voorwaarde het verbod oplegt om nog te communiceren via platformen of applicaties die anonimiteit garanderen, al die platformen en applicaties moet opsommen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt: “2.2.
- Voorwaarde 5 legt aan [de eiseres] een absoluut verbod op om nog te communiceren via platformen of applicaties die anonimiteit garanderen, zoals Signal, telegram, Wickr, WhatsApp, enz. Waar zij voorhoudt dat zij niet weet welke communicatieplatformen en -applicaties al dan niet anonimiteit garanderen, lijkt zulks weinig geloofwaardig. Uit de strafinformatie komt naar voren dat [de eiseres] schijnbaar de persoon was die de criminele organisatie, waartoe aanwijzingen bestaan, van de cryptotelefoons voorzag en daar zelf ook gebruik van zou gemaakt hebben. Overigens belet niets dat [de eiseres] open bronnen raadpleegt teneinde na te gaan of een bepaalde communicatieplatform of applicatie gebruik maakt van een vorm van data-encryptie of anonimisering. Een limitatieve opsomming, zoals gevraagd door [de eiseres], lijkt bovendien niet haalbaar en ook niet wenselijk in het licht van het steeds wisselend en evoluerend aanbod van applicaties en platformen wereldwijd.”
- Met de reden dat de eiseres via het raadplegen van open bronnen kan nagaan of bepaalde communicatieplatformen of applicaties gebruik maken van een vorm van data-encryptie of anonimisering, oordeelt het arrest niet dat de eiseres enkel gebruik mag maken van platformen of applicaties die geen enkele vorm van encryptie of anonimisering gebruiken, zelfs niet om een normale internetgebruiker te behoeden voor enige vorm van misbruik door derden. Met die reden oordeelt het arrest enkel dat de eiseres, zoals blijkt uit de dossiergegevens, voldoende technische kennis heeft om zich te informeren over de aard, de omvang en de bedoeling van de encryptie of de anonimisering van bepaalde platformen of applicaties, andere dan degene die de voorwaarde uitdrukkelijk en bij wijze van voorbeeld opsomt, teneinde uit te maken of die platformen of applicaties al dan niet eveneens vallen onder het haar als voorwaarde opgelegde verbod.
- Uit de vermelde redenen volgt daarentegen dat de door de eiseres betwiste voorwaarde verband houdt met de feiten waarvoor er lastens haar ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, namelijk feiten van deelname aan een criminele organisatie, in het bijzonder door de terbeschikkingstelling van cryptofoons. Aldus verbiedt die voorwaarde het de eiseres om communicaties te voeren door middel van platformen of applicaties die gewoonlijk worden gebruikt voor criminele doeleinden omdat zij de gerechtelijke autoriteiten niet toelaten om met gebruik van normale opsporings- of onderzoekstechnieken de communicaties te achterhalen die met behulp van die platformen en applicaties worden gevoerd.
- Die voorwaarde strekt derhalve niet ertoe de eiseres te verhinderen met derden te communiceren door middel van telefonie, videofonie of het uitwisselen van berichten of beelden met gebruik van normale, voor het algemene publiek toegankelijke communicatiediensten, met inbegrip van diensten die wegens hun aard een bijzondere beveiliging vereisen, zoals elektronisch bankieren. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 8 EVRM: uit wat is uiteengezet in het eerste onderdeel volgt dat het arrest een voorwaarde handhaaft die zelfs de meest essentiële vormen van digitale communicatie en daarmee ook de uitbating van de zelfstandige activiteit van de eiseres onmogelijk maakt en die de eiseres ook blootstelt aan digitale gevaren zoals identiteitsfraude en hacking, aangezien het verzuimt om minstens het toepassingsgebied van deze voorwaarde te limiteren door te preciseren van welke applicaties de eiseres wel gebruik mag maken, zoals door haar bij conclusie gevraagd; een dergelijke voorwaarde, die dermate ruim is dat ze elke vorm van digitale communicatie, zelfs met de overheid, onmogelijk maakt, kan nooit proportioneel zijn in de zin van artikel 8 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; deze voorwaarde ontneemt de eiseres immers elke vorm van digitale communicatie en bescherming, hetgeen als essentiële elementen worden beschouwd van het recht op bescherming van het privéleven en onrechtstreeks van andere grondrechten, waaronder het recht op vrije meningsuiting en het recht op vertrouwelijk overleg met zijn raadsman.
- Weliswaar is de vertrouwelijkheid van communicatie een essentieel onderdeel van het recht op de eerbiediging van het privéleven en de correspondentie, zoals vastgelegd in artikel 8 EVRM, en moeten gebruikers van telecommunicatie- en internetdiensten de garantie hebben dat hun persoonlijke levenssfeer en vrijheid van meningsuiting worden geëerbiedigd, maar die garantie is niet absoluut en moet in voorkomend geval wijken voor andere legitieme eisen, zoals het voorkomen van het plegen van ernstige misdrijven of het beletten van de vlucht van personen die worden verdacht van dergelijke misdrijven.
- Hieruit volgt dat de rechter met toepassing van de artikelen 35 tot en met 38 Voorlopige Hechteniswet een inverdenkinggestelde in vrijheid kan stellen met als voorwaarde het verbod om gebruik te maken van bepaalde communicatiemiddelen, in zoverre dat verbod evenredig is met de in artikel 16, § 1, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet genoemde redenen, waaronder het tegengaan van recidive of vlucht door de inverdenkinggestelde. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de redenen vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat dit hier het geval is, zonder dat de appelrechters dienden over te gaan tot het afschaffen, beperken of nader preciseren van de door de eiseres betwiste voorwaarde. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 156,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 4 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div