← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Fiches 2 - 3 Uit de artikelen 203, § 1, en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en hun wetsgeschiedenis volgt dat de saisine van het appelgerecht in de eerste plaats wordt bepaald door de verklaring van hoger beroep en vervolgens binnen de door die verklaring bepaalde grenzen verder door de in het grievenformulier opgegeven grieven; uit die bepalingen volgt verder dat indien in de verklaring van hoger beroep wordt aangegeven dat het hoger beroep is gericht tegen alle beschikkingen van het beroepen vonnis en in het grievenformulier slechts bepaalde grieven worden opgegeven, de saisine van het appelgerecht is beperkt tot de in het grievenformulier vermelde beslissingsonderdelen, alsook tot de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden

(1).
(1)Zie Cass. 25 juni 2024, AR P.23.1511.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.15; Cass. 30 april 2024, AR P.23.0814.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.17; Cass. 13 februari 2024, AR P.23.1665.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.6; Cass. 30 januari 2024, AR P.23.1344.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.2; Cass. 1 december 2020, AR P.19.1024.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201201.2N.11, AC 2020, nr. 732, met concl. OM; Cass. 23 oktober 2019, AR P.19.0802.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191023.2, AC 2019, nr. 540; S. VAN OVERBEKE, Grievenstelsel en hoger beroep in strafzaken, Kluwer, 2022, 165-170; M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, die Keure, 2021, 1719-1720. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grievenschrift - Beperkte saisine van het appelgerecht - Draagwijdte van de akte van hoger beroep en het grievenschrift - Bepaling van de saisine aan de hand van het grievenschrift - Beslissingsonderdelen die onafscheidelijk zijn verbonden met de onderdelen aangehaald in het grievenschrift - Omvang van de saisine Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 203

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Hoger beroep - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter - Grievenschrift - Beperkte saisine van het appelgerecht - Beslissingsonderdelen die onafscheidelijk zijn verbonden met de onderdelen aangehaald in het grievenschrift - Omvang van de saisine Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 203

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Fiches 4 - 5 Indien een appellant in het grievenformulier als grief de met het beroepen vonnis opgelegde hoofdstraf vermeldt en dus aangeeft dat hij dat beslissingsonderdeel in hoger beroep wenst hervormd te zien, dan voert hij noodzakelijk ook een grief aan betreffende de aan de appellant opgelegde bijkomende straffen, die immers beslissingsonderdelen zijn die onafscheidbaar zijn van het beslissingsonderdeel betreffende de hoofdstraf

(1); de omstandigheid dat de appellant in zijn grievenformulier uitdrukkelijk aangeeft dat hij enkel de hervorming wenst van de hoofdstraf en dus formeel geen grief aanvoert betreffende een bijkomende straf, laat niet toe anders te oordelen; het appelgerecht moet een dergelijke beperking in het grievenformulier buiten beschouwing laten.
(1)Cass. 13 februari 2024, AR P.23.1665.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.6. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grievenschrift - Beperkte saisine van het appelgerecht - Draagwijdte van de akte van hoger beroep en het grievenschrift - Bepaling van de saisine aan de hand van het grievenschrift - Grief die is beperkt tot de opgelegde hoofdstraf - Beoordeling van de bijkomende straffen als onafscheidelijk verbonden grief - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 203

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Hoger beroep - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter - Grievenschrift - Beperkte saisine van het appelgerecht - Draagwijdte van de akte van hoger beroep en het grievenschrift - Bepaling van de saisine aan de hand van het grievenschrift - Grief die is beperkt tot de opgelegde hoofdstraf - Beoordeling van de bijkomende straffen als onafscheidelijk verbonden grief - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 203

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.1638.N A. E. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 17 oktober

  1. De eiser voert geen middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 203, § 1 en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering
  2. Artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het recht van hoger beroep vervalt indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen uiterlijk dertig dagen na de dag van de uitspraak indien het een op tegenspraak gewezen vonnis betreft.
  3. Artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat op straffe van verval van het hoger beroep het verzoekschrift of het grievenformulier (hierna het grievenformulier) nauwkeurig de grieven moet bepalen die tegen het vonnis worden ingebracht en dat dit verzoekschrift of grievenformulier moet worden ingediend binnen dezelfde termijn als de verklaring van hoger beroep.
  4. Een grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming vraagt door het appelgerecht.
  5. Uit de artikelen 203, § 1 en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en hun wetsgeschiedenis volgt dat de saisine van het appelgerecht in de eerste plaats wordt bepaald door de verklaring van hoger beroep en vervolgens binnen de door die verklaring bepaalde grenzen verder door de in het grievenformulier opgegeven grieven.
  6. Uit die bepalingen volgt verder dat indien in de verklaring van hoger beroep wordt aangegeven dat het hoger beroep is gericht tegen alle beschikkingen van het beroepen vonnis en in het grievenformulier slechts bepaalde grieven worden opgegeven, de saisine van het appelgerecht is beperkt tot de in het grievenformulier vermelde beslissingsonderdelen, alsook tot de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden.
  7. Indien een appellant in het grievenformulier als grief de met het beroepen vonnis opgelegde hoofdstraf vermeldt en dus aangeeft dat hij dat beslissingsonderdeel in hoger beroep wenst hervormd te zien, dan voert hij noodzakelijk ook een grief aan betreffende de aan de appellant opgelegde bijkomende straffen, die immers beslissingsonderdelen zijn die onafscheidbaar zijn van het beslissingsonderdeel betreffende de hoofdstraf. De omstandigheid dat de appellant in zijn grievenformulier uitdrukkelijk aangeeft dat hij enkel de hervorming wenst van de hoofdstraf en dus formeel geen grief aanvoert betreffende een bijkomende straf, laat niet toe anders te oordelen. Het appelgerecht moet een dergelijke beperking in het grievenformulier buiten beschouwing laten.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - het beroepen vonnis heeft de eiser veroordeeld voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A en B samen tot een hoofdgevangenisstraf en een geldboete, alsook tot een levenslang verval van het recht alle motorvoertuigen te besturen; - de eiser heeft de rubriek “Straf en/of maatregel“ van het grievenformulier aangekruist met onder meer de toevoeging: “De eiser verzoekt om hem NIET tot een gevangenisstraf te veroordelen voor de tenlasteleggingen A en B maar tot een werkstraf en om [de eiser] NIET levenslang vervallen te verklaren van het recht alle motovoertuigen te besturen”.
  9. Het bestreden vonnis (p. 5-6) oordeelt dat de saisine van het appelgerecht voor wat betreft de feiten omschreven onder de telastleggingen A en B is beperkt tot de opgelegde gevangenisstraf en het levenslang rijverbod en dat de voor die feiten opgelegde geldboete niet tot de appelsaisine behoort. Nochtans valt het beslissingsonderdeel betreffende de voor die feiten opgelegde bijkomende straf van de geldboete niet af te splitsen van de aan de eiser opgelegde hoofdgevangenisstraf. De beslissing over de appelsaisine voor deze feiten is dan ook niet naar recht verantwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de voormelde begrenzing van de appelsaisine leidt tot de vernietiging van de aan de eiser opgelegde gehele bestraffing voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A en B, met inbegrip van zijn veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Dit laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de saisine bepaalt van het appelgerecht betreffende de feiten omschreven onder de telastleggingen A en B en het de eiser voor die feiten veroordeelt tot straf met inbegrip van de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 111,43 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251209.2N.24 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161018.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170201.9 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180206.1 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191023.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201201.2N.11 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231011.2F.14 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231011.2F.14 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.2 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.6 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.17 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.15 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.9 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260106.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.