id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.1 Rolnummer: P.24.0985.N Zaak: L. contra H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2025-02-20 Raadplegingen: 567 - laatst gezien 2026-06-17 21:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250211.2N.1 Fiches 1 - 2 Artikel 9 Dematerialisatiewet bepaalt niet op straffe van nietigheid dat de van rechtswege omgezette effecten moesten worden ingeschreven op naam van de emittent en slechts op naam van de rechthebbende van die effecten konden worden ingeschreven nadat deze zich bekend had gemaakt en evenmin bepaalt dat artikel hoe de rechthebbende zich bekend moest maken; artikel 7 Dematerialisatiewet, dat slaat op een vorige omzettingsfase waarin effecten nog niet van rechtswege waren omgezet, is desbetreffend niet van overeenkomstige toepassing, maar wel dient voor de interpretatie van artikel 9 Dematerialisatiewet rekening te worden gehouden met de onveranderde bedoeling van de wetgever om, naast de opheffing van de anonimiteit verbonden aan de effecten aan toonder, conflictsituaties te vermijden die konden ontstaan door het nog opduiken van effecten aan toonder na de omzetting ervan in effecten op naam
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschappen Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Inschrijving op naam van de emittent - Inschrijving op naam van de rechthebbende nadat deze zich bekend heeft gemaakt - Geen sanctie - Doel van de wetgever - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 7 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Inschrijving op naam van de emittent - Inschrijving op naam van de rechthebbende nadat deze zich bekend heeft gemaakt - Geen sanctie - Doel van de wetgever - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 7 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Fiches 3 - 4 De enkele omstandigheid dat effecten aan toonder werden omgezet in effecten op naam zonder dat de rechthebbende op die aandelen dat vooraf formeel en met overlegging van zijn aandelen aan toonder had gevraagd, tastte de rechtsgeldigheid van die omzetting niet aan, noch belette dit de uitoefening van de rechten verbonden aan de omgezette aandelen door de rechthebbende; integendeel konden vanaf 1 januari 2014, indien de rechthebbende op de effecten gekend was en er redelijkerwijze geen conflictsituatie kon ontstaan die de wetgever heeft willen vermijden, effecten aan toonder zonder meer en dus ook zonder dat de effecten eerst moesten worden ingeschreven op naam van de emittent, in het aandeelhoudersregister worden ingeschreven op naam van de rechthebbende, zonder dat daarop van rechtswege enige nietigheidssanctie van toepassing was
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschappen Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Rechtstreekse inschrijving op naam van de rechthebbende - Geen formele vraag en overlegging van de effecten - Rechtsgeldigheid van de omzetting - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Rechtstreekse inschrijving op naam van de rechthebbende - Geen formele vraag en overlegging van de effecten - Rechtsgeldigheid van de omzetting - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - 14-12-2005 - Art. 9 - 31 ELI link Pub nr 2005009962 Fiches 5 - 7 De rechter kan oordelen dat een aandelenregister dat slechts door één bestuurder is opgesteld en ondertekend in het kader van een voorgenomen aandelentransactie, de rechtskracht heeft om de omzetting van de erin vermelde aandelen aan toonder in aandelen op naam van de rechthebbende op die aandelen vast te stellen, ongeacht of deze laatste dat register alsdan heeft ondertekend, dan wel zijn aandelen aan toonder vooraf fysiek heeft overhandigd aan het bevoegde bestuursorgaan van de vennootschap
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Allerlei Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Aandeelhoudersregister - Inschrijving op naam van de rechthebbende - Rechtskracht om de omzetting vast te stellen - Ondertekening - Overhandiging van de aandelen aan toonder - Grens Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Vrije woorden: Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Rechtskracht om de omzetting vast te stellen - Ondertekening - Overhandiging van de aandelen aan toonder - Grens Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Waarheidsvermomming - Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder - Effecten aan toonder - Omzetting van rechtswege in effecten op naam - Aandeelhoudersregister - Inschrijving op naam van de rechthebbende - Rechtskracht om de omzetting vast te stellen - Ondertekening - Overhandiging van de aandelen aan toonder - Grens Tekst van de beslissing Nr. P.24.0985.N C. H. L., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Benjamin Gillard en mr. Catherine Keunen, advocaten bij de balie Leuven, tegen
- V. T. H., burgerlijke partij,
- K. K. H., burgerlijke partij, verweerders, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Op 23 januari 2025 heeft advocaat-generaal Dirk Schoeters een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. De raadsman van de eiser heeft op 6 februari 2025 ter griffie van het Hof een door artikel 1107, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot neergelegd. Op de rechtszitting van 11 februari 2025 heeft sectievoorzitter Erwin Francis verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 193, 196, 197, 213 en 214 Strafwetboek en de artikelen 7, 9, 10 en 11 van de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder (hierna Dematerialisatiewet): het arrest oordeelt ten onrechte dat het aandeelhoudersregister van S. nv, dat de eiser op 1 november 2014 heeft opgesteld en waarin hij alle 20.000 aandelen in S. nv heeft ingeschreven op naam van die vennootschap, een vals stuk is; meer bepaald oordeelt het arrest dat de aandelen aan toonder in S. nv reeds in de zomer van 2014 overeenkomstig artikel 9 Dematerialisatiewet “van rechtswege” waren omgezet in aandelen op naam van de verweerder 1 aangezien deze als rechthebbende bekend was, ook al waren die aandelen niet fysiek aan de emittent overhandigd; het arrest oordeelt eveneens ten onrechte dat het niet-gedateerde en niet-ondertekende aandeelhoudersregister van de zomer van 2014, dat de eiser aan de verweerder 1 heeft overhandigd in het kader van de voorgenomen aankoop van de helft van diens aandelen in S. nv, juridische waarde heeft verkregen doordat daarin reeds een omzetting van rechtswege van de aandelen aan toonder naar aandelen op naam van de verweerder 1 had plaatsgevonden, zodat het aandeelhoudersregister van 1 november 2014 het bestaan van het aandeelhoudersregister van de zomer van 2014 en de daarin vermelde inschrijving van de aandelen op naam van de verweerder 1 zou hebben vermomd; de Dematerialisatiewet bevat echter slechts één omzetting “van rechtswege”, namelijk de omzetting van rechtswege van de aandelen aan toonder in aandelen op naam van de emittent op 1 januari 2014, dit is een voorlopige maatregel totdat hetzij de rechthebbende van de aandelen aan toonder bij de emittent een aanvraag indient tot omzetting van de aandelen aan toonder in aandelen op zijn naam en hij de aandelen aan toonder fysiek aan de emittent overhandigt, hetzij wordt overgegaan tot openbare verkoop van de aandelen overeenkomstig artikel 11 Dematerialisatiewet.
- Het arrest verklaart de eiser schuldig aan de enige telastlegging, die het (p. 12-13) herkwalificeert als volgt: “Als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek, Met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, in handels- of bankgeschriften of in private geschriften valsheid te hebben gepleegd door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten ten doel hadden op te nemen en vast te stellen, en met hetzelfde bedrieglijk opzet of met hetzelfde oogmerk om te schaden, van de valse akte of van het valse stuk gebruik te hebben gemaakt (art. 193,196 lid 1 en 5, en 214 Sw.) [De eiser] Te Duffel en bij samenhang elders in het Rijk, tussen 31 oktober 2014 en 3 juli 2015, de valsheid gepleegd zijnde op 1 november 2014, het gebruik geduurd hebbende tot 2 juli 2015 namelijk door valselijk een aandeelhoudersregister voor de [S. nv] met ondernemingsnummer […] op te stellen waarbij 20.000 aandelen aan toonder werden ingeschreven op naam van diezelfde NV, terwijl er al een aandeelhoudersregister bestond waarin deze aandelen waren ingeschreven op naam van [de verweerder 1] en terwijl hij wist dat [de verweerder] eigenaar was van deze aandelen, met het bedrieglijk opzet om vervolgens deze aandelen openbaar te laten verkopen in toepassing van de Dematerialisatiewet van 14 december 2005, en met datzelfde bedrieglijk opzet gebruik te hebben gemaakt van het valse aandeelhoudersregister om daadwerkelijk tot dergelijke openbare verkoop te laten overgaan, het valse stuk neergelegd zijnde ter griffie als OS 17/0826 en in kopie gevoegd bij het strafdossier, grijze kaft I, algemeen dossier, stuk 11, bijlage 2”.
- Het arrest steunt daarvoor in essentie op de volgende gronden: - uit het strafdossier blijkt dat de eiser op 1 november 2014 een aandeelhoudersregister, tot dan blanco, heeft ingevuld, waarbij hij 20.000 aandelen inschreef op naam van de emittent. Dit is het van valsheid verdachte stuk; - dat register werd gebruikt als eerste stap in de voorgehouden toepassing van de Dematerialisatiewet, op grond waarvan de eiser de 20.000 aandelen in S. nv inschreef op naam van de emittent, als noodzakelijke stap om vervolgens de aandelen publiek te laten verkopen en deze verkopen in te schrijven in het register; - de raad van bestuur van S. nv bestond vanaf 20 december 2013 uit vier personen, namelijk de eiser die tevens afgevaardigd bestuurder was en, via managementvennootschappen, de verweerder 1, zijn zoon de verweerder 2 en nog een andere zoon van de verweerder
- De eiser was de enige bestuurder die effectief in België woonde of gevestigd was; - per 1 januari 2008 had S. nv 20.000 aandelen aan toonder, zonder nominale waarde. De procedure van art. 7, § 2, Dematerialisatiewet was niet gevolgd tegen uiterlijk 31 december
- De aandelen aan toonder zijn tot aan de gedwongen afgifte in 2018 in bewaring gebleven bij een notaris te Antwerpen; - overeenkomstig artikel 9 Dematerialisatiewet werden de aandelen aan toonder vanaf 1 januari 2014 van rechtswege omgezet in effecten op naam. Aan die omzetting was, anders dan in artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet, geen voorwaarde verbonden van de overhandiging van papieren aandelen aan toonder. Als “de rechthebbende” bekend was, werden de aandelen aan toonder bij de omzetting van rechtswege omgezet in effecten op naam van deze rechthebbende. Enkel voor zover “de rechthebbende” onbekend was aan het bestuur van een vennootschap, zouden “omgezette effecten” worden ingeschreven op naam van de emittent. Nadien kon de rechthebbende dan in rechte zijn hoedanigheid kenbaar maken en vorderen dat zijn effecten werden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam. Dit stemt overeen met het normdoel van de Dematerialisatiewet. Het tegendeel toelaten, zou de deur openzetten voor verregaande kwade trouw van de bestuurders en ingaan tegen de geest van de wet; - uit de in het arrest vermelde gegevens blijkt dat de eiser zeer goed wist dat de verweerder 1 de eigenaar was van de 20.000 aandelen in S. nv; - in de zomer van 2014 wilde de eiser vanwege de verweerder 10.000 aandelen in S. nv kopen. De eiser bezorgde aan de verweerder 1 een overeenkomst hiertoe met als datum 1 juli 2014, waarin letterlijk was vermeld dat de verweerder 1 eigenaar was van alle 20.000 aandelen in S. nv. Daarbij overhandigde de eiser een door hemzelf opgesteld, ingevuld en reeds voor overdracht ondertekend aandeelhoudersregister aan de verweerder 1, waarin deze laatste werd vermeld als eigenaar van alle 20.000 aandelen in S. nv. De eiser heeft de overhandiging van het vermelde aandeelhoudersregister niet laten voorafgaan door de fysieke overhandiging door de verweerder 1 van zijn aandelen aan toonder in S. nv, zoals dat nochtans zou zijn vereist op grond van artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet, dat de eiser thans tot zijn verdediging aanvoert. Er werd echter geen overeenstemming bereikt over de prijs, zodat de verweerder 1 de overeenkomst niet heeft ondertekend, evenmin als, op dat moment, het aandeelhoudersregister. Daarna verzuurde de relatie en besliste de verweerder 1 19.999 aandelen in S. nv over te dragen aan de verweerder
- De verweerder 1 heeft die overdracht op 30 december 2014 genoteerd in het aandelenregister dat de eiser hem in de zomer van 2014 had overhandigd en dat hij heeft bijgehouden. Hieruit blijkt dat de verweerder 1 de juridische waarde van dat register begreep en dat de verweerders hieraan in de zomer van 2014 wel reeds juridisch belang hechtten; - de eiser was op de hoogte van de overdracht van de aandelen van de verweerder 1 aan de verweerder 2 en van het feit dat de verweerder 2 de leiding van het bedrijf zou gaan overnemen; - op 1 augustus 2014 nam de eiser ontslag met een opzeggingstermijn tot en met 31 augustus
- De overige bestuurders aanvaardden die termijn niet en deelden aan de eiser mee dat het hem niet was toegelaten om eenzijdig beslissingen te nemen die de onderneming aanbelangden zonder goedkeuring van de volledige raad van bestuur; - vanaf 28 oktober 2014 zette de eiser de machinatie in gang, alsof hij niet wist wie de eigenaar was van de 20.000 aandelen in S. nv: zo verstuurde hij correspondentie over de vereiste dematerialisatie van de aandelen in S. nv en over de samenroeping van een raad van bestuur enkel aan het vennootschapsadres van S. nv, wetende dat die correspondentie de verweerders daar niet zou bereiken, nam hij alleen deel aan de door hem bijeengeroepen raad van bestuur, waarin hij zichzelf gelastte met de procedure tot dematerialisatie, verzweeg hij dit alles in zijn voor het overige met de verweerders gevoerde correspondentie en weigerde hij informatie te verstrekken waar de verweerders hem om vroegen; - de eiser vulde op 1 november 2014 als “managing director” een tweede maal een tot dan blanco aandeelhoudersregister in, dus een ander register dan dat van in de zomer van
- In het register van 1 november 2014 werden de aandelen ingeschreven op naam van de emittent, verwijzend naar artikel 9 Dematerialisatiewet. Ook daarvan bracht de eiser de verweerders niet op de hoogte; - het is niet aannemelijk dat de eiser juridisch die bevoegdheid had, gelet op zijn vermelde ontslag en de erop volgende aanzegging door de overige bestuurders; - na voorafgaande bekendmakingen in het Belgisch Staatsblad op 6 mei 2015 en 8 juni 2015 vond op 30 juni 2015 een eerste openbare verkoop van aandelen plaats. Een zoon van de eiser kocht 10.001 aandelen. Dit werd op 2 juli 2015 ingeschreven in het aandeelhoudersregister van 1 november 2014, dat op het zeteladres werd bewaard. Op 1 september 2015 werden de overige aandelen aangekocht door derden. Alle 20.000 aandelen werden verkocht voor 165.405,86 euro, bedrag dat na aftrok van de kosten werd gestort bij de Deposito- en Consignatiekas. De verweerders waren daarvan niet op de hoogte; - de eiser heeft de verweerder 1 nooit verzocht om de voorlegging van de papieren effecten zelf of om de voorlegging van een bewijs waaruit het aandeelhouderschap dan wel eigendomsrecht van de verweerder 1 bleek. De eiser wist dat de verweerder 1 de enige eigenaar was van alle 20.000 aandelen, zoals onder meer blijkt uit het eerste aandeelhoudersregister dat de eiser aan de verweerder 1 had overhandigd samen met een aankoopovereenkomst van aandelen; - de logische en vanzelfsprekende toepassing van de Dematerialisatiewet bestaat erin dat wanneer, zoals hier, na het verstrijken van de in artikel 7 van die wet bepaalde termijn de identiteit van de eigenaar van de aandelen aan toonder is gekend, deze geen aanvraag als bedoeld in artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet meer moest indienen noch zijn aandelen aan toonder moest overhandigen aan de vennootschap, te meer daar er reeds een eerste, legitiem aandeelhoudersregister bestond waarin was vermeld dat de verweerder 1 de eigenaar van alle 20.000 aandelen was en waarin de omzetting reeds was voltrokken; - de eiser mocht in die omstandigheden op 1 november 2014 geen tweede aandeelhoudersregister opstellen. Hij wist dat dit een vals document was omdat er al een eerste, door hemzelf opgesteld aandeelhoudersregister bestond. Aldus was de inschrijving van de aandelen op naam van de emittent in het tweede aandeelhoudersregister ronduit bedrieglijk; - de wetgever heeft met de Dematerialisatiewet geen vennootschapsrechtelijke institutionele kwade trouw willen uitlokken, toelaten of faciliteren ten bate van vennootschapsbestuurders die in onmin leefden met de door hen gekende aandeelhouder van een vennootschap, maar enkel willen voorzien in de situatie waarin de aandeelhouder werkelijk niet gekend is en zich niet manifesteert; - de eiser handelde te kwader trouw en met het vereiste bedrieglijk opzet voor het plegen van valsheid in geschriften. Hij handelde daarbij niet onder druk van mogelijk strafrechtelijke sancties bepaald in de Dematerialisatiewet, noch om aansprakelijkheidsrisico’s te ontwijken.
- Samenvattend besluit het arrest (p. 60): “[De eiser] heeft in werkelijkheid nooit transparant gehandeld: hij wist dat hij vanaf 20 december 2013 de enige bestuurder was die effectief in België verbleef, waarbij zijn drie mede-bestuurders allen in Maleisië gevestigd waren, en zelfs hun vertegenwoordigers in Maleisië of in Singapore woonden. [De eiser] verzond tot medio 2014 belangrijke stukken aan [de verweerder 1] in Maleisië, belde met [de verweerder 1] (-in zijn syntheseconclusie stelt [de eiser] dat de gebruikelijke communicatie per telefoon was-) en vloog ook naar daar voor persoonlijk overleg - zoals bv. nog gebeurde op 23 september
- Eens [de eiser] echter na deze vergadering (op 23 september 2014, in Maleisië) vernam dat [de verweerder 2] de fabriek in Duffel langdurig wou gaan bezoeken, wist [de eiser] hoe de vork in de steel zat: hij zou de aandelen niet kunnen aankopen van [de verweerder 1]. Daarop zette [de eiser] doelbewust een machinatie in gang, in het kader waarvan hij op 1 november 2014 een vals geschrift opstelde. [De eiser] verzond vanaf 28 oktober 2014 belangrijke brieven enkel aan eerst de voorzitter van de raad van bestuur en later al zijn (drie) mede-bestuurders, op het zeteladres in Duffel - wetende dat deze brieven zijn mede-bestuurders in Maleisië niet zouden bereiken. [De eiser] had ook geregeld contact per e-mail met [de verweerder 1] én met [de verweerder 2], en in geen enkele e-mail heeft [de eiser] ooit verwezen naar de brieven die hij had verstuurd op 28 oktober 2014 en 5 november
- [De eiser] heeft evenmin ooit in de vele e-mails verwezen naar de vergaderingen van de raad van bestuur die hij zelf bijeen had geroepen (op 12 november 2014 en 19 november 2014). [De eiser] kon de problematiek (van de verplichte naleving van de Dematerialisatiewet) expliciet ter kennis hebben gebracht aan zijn medebestuurders, en minstens aan de voorzitter van de raad van bestuur, aan wie hij bv. kon hebben verzocht om een bijeenroeping van de raad van bestuur. [De eiser] deed dit echter niet: hij koos ervoor om bewust en weloverwogen duister en bedrieglijk te handelen, en dit om [de verweerders] wonend in Maleisië toch maar niet te verontrusten. Op geen enkel ogenblik heeft [de eiser] aan zijn medebestuurders helder en transparant geïnformeerd dat de vennootschap diende te handelen conform de Dematerialisatiewet. Deze werd niet vernoemd in de e-mail van 4 november 2014, waarnaar [de eiser] herhaaldelijk verwijst.”
- De Dematerialisatiewet bepaalt: - in artikel 7, § 1 en § 2: “§
- De effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 zijn omgezet, moeten uiterlijk op 31 december 2013 worden omgezet in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen en binnen de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de uitgifte. §
- De omzetting in effecten op naam wordt aangevraagd bij de emittent. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer de effecten waarvan de omzetting wordt gevraagd, aan de emittent worden overhandigd. De omzetting geschiedt door inschrijving van de effecten in de registers voorgeschreven bij of krachtens de wet. De inschrijving in de registers geschiedt binnen vijf werkdagen vanaf de aanvraag.” - in artikel 9: “Na het verstrijken van de in artikel 7 vermelde termijn worden de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 of artikel 7, § 2 of 3, zijn omgezet, van rechtswege omgezet in gedematerialiseerde effecten en door de emittent op zijn naam ingeschreven op een effectenrekening. Als de statuten van de emittent echter niet voorzien in de uitgifte van gedematerialiseerde effecten of als de emittent (…) niet de nodige regelingen heeft getroffen, worden de effecten aan toonder waarvoor geen omzetting in gedematerialiseerde effecten heeft plaatsgehad, van rechtswege omgezet in effecten op naam. Tot de rechthebbende zich bekend maakt en een inschrijving van de effecten op zijn naam verkrijgt, worden de omgezette effecten ingeschreven op naam van de emittent van de effecten. (…) De inschrijving van de effecten op naam van de emittent overeenkomstig dit artikel, verleent de emittent niet de hoedanigheid van eigenaar.” - in artikel 10: “De uitoefening van elk recht, belichaamd in een effect aan toonder, wiens omzetting niet aangevraagd is overeenkomstig de bepalingen van deze wet, wordt opgeschort totdat een persoon, die rechtmatig zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, aanvraagt en verkrijgt dat zijn effecten worden ingeschreven op zijn naam in het register van effecten op naam (…).” - in artikel 11, § 2, eerste en tweede lid: “Vanaf 1 januari 2015 worden de effecten die niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten en waarvan de rechthebbende zich niet heeft bekendgemaakt op de dag van de verkoop, in openbare verkoop verkocht door de emittent. Deze verkoop heeft plaats mits voorafgaande bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en op de website van een marktonderneming die de markt van de openbare veiling exploiteert waarop de effecten verkocht zullen worden, van een bericht dat de tekst van deze paragraaf bevat en waarin aan de rechthebbende wordt gevraagd zijn rechten op het effect op te eisen. De verkoop kan slechts geschieden na het verstrijken van de termijn van een maand na de bekendmaking van het bericht, en wordt gestart binnen de 3 daaropvolgende maanden.”
- Artikel 9 Dematerialisatiewet bepaalt niet op straffe van nietigheid dat de van rechtswege omgezette effecten moesten worden ingeschreven op naam van de emittent en slechts op naam van de rechthebbende van die effecten konden worden ingeschreven nadat deze zich bekend had gemaakt. Evenmin bepaalt dat artikel hoe de rechthebbende zich bekend moest maken. Artikel 7 Dematerialisatiewet, dat slaat op een vorige omzettingsfase waarin effecten nog niet van rechtswege waren omgezet, is desbetreffend niet van overeenkomstige toepassing. Wel dient voor de interpretatie van artikel 9 Dematerialisatiewet rekening te worden gehouden met de onveranderde bedoeling van de wetgever om, naast de opheffing van de anonimiteit verbonden aan de effecten aan toonder, conflictsituaties te vermijden die konden ontstaan door het nog opduiken van effecten aan toonder na de omzetting ervan in effecten op naam.
- Hieruit volgt dat de enkele omstandigheid dat effecten aan toonder werden omgezet in effecten op naam zonder dat de rechthebbende op die aandelen dat vooraf formeel en met overlegging van zijn aandelen aan toonder had gevraagd, de rechtsgeldigheid van die omzetting niet aantastte, noch de uitoefening van de rechten verbonden aan de omgezette aandelen door de rechthebbende belette. Integendeel konden vanaf 1 januari 2014, indien de rechthebbende op de effecten gekend was en er redelijkerwijze geen conflictsituatie kon ontstaan die de wetgever heeft willen vermijden, effecten aan toonder zonder meer en dus ook zonder dat de effecten eerst moesten worden ingeschreven op naam van de emittent, in het aandeelhoudersregister worden ingeschreven op naam van de rechthebbende, zonder dat daarop van rechtswege enige nietigheidssanctie van toepassing was.
- De rechter kan oordelen dat een aandelenregister dat slechts door één bestuurder is opgesteld en ondertekend in het kader van een voorgenomen aandelentransactie, de rechtskracht heeft om de omzetting van de erin vermelde aandelen aan toonder in aandelen op naam van de rechthebbende op die aandelen vast te stellen, ongeacht of deze laatste dat register alsdan heeft ondertekend, dan wel zijn aandelen aan toonder vooraf fysiek heeft overhandigd aan het bevoegde bestuursorgaan van de vennootschap.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt onder meer dat de door de eiser gepleegde waarheidsvermomming erin bestaat dat hij met kennis van zaken op 1 november 2014 een tweede aandeelhoudersregister heeft opgesteld, waarin hij de 20.000 aandelen in S. nv heeft ingeschreven op naam van die vennootschap, terwijl hij in de zomer van 2014, dit is tijdens dezelfde in de Dematerialisatiewet bepaalde fase, reeds een eerste aandeelhoudersregister had opgesteld waarin hij rechtsgeldig de verweerder 1 had vermeld als eigenaar van alle aandelen in S. nv en daarmee de aandelen aan toonder van de verweerder 1 in die vennootschap had omgezet naar aandelen op diens naam. Aldus bestaat de waarheidsvermomming in het aandelenregister van 1 november 2014 volgens het arrest onder meer in de ontkenning van het bestaan van het aandeelhoudersregister van de zomer van 2014 en de daarin aangebrachte vermeldingen. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige is het middel gericht tegen overtollige redenen en is het niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: enerzijds motiveert het arrest de beslissing dat er in de fase bedoeld in artikel 9 Dematerialisatiewet, dit is de tweede omzettingsfase, geen fysieke overhandiging van de aandelen aan toonder vereist wordt door a contrario te verwijzen naar artikel 7 Dematerialisatiewet, dit is de eerste omzettingsfase waarin die overhandiging volgens het arrest wel is vereist aangezien de wet dit uitdrukkelijk bepaalt; anderzijds oordeelt het arrest dat de toepassing van artikel 7, en daardoor per analogie ook de toepassing van artikel 9 Dematerialisatiewet, geen papieren aandelen, zijnde dus aandelen aan toonder, vereist; die redenen zijn tegenstrijdig.
- Met de bekritiseerde reden oordeelt het arrest niet dat artikel 7, § 2, Dematerialisatiewet geen papieren aandelen aan toonder vereist, maar enkel dat bij een omzetting van effecten aan toonder in effecten op naam de omzetting gebeurt door inschrijving van de effecten in het aandeelhoudersregister en dat de aandelen op naam dus niet moeten worden afgedrukt op papier om de omzetting te voltrekken. Het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Derde middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest oordeelt dat de 20.000 aandelen in S. nv op een onbekende datum in de zomer van 2014 werden ingeschreven op naam van de verweerder 1; in zijn appelconclusie heeft de eiser echter aangevoerd dat die inschrijving niet in de zomer van 2014 kan hebben plaatsgevonden, aangezien de aandelen pas op naam van de verweerder 1 in het aandeelhoudersregister werden ingeschreven op 30 december 2014, naar aanleiding van de overdracht van 19.999 aandelen door de verweerder 1 aan de verweerder 2; het arrest antwoordt niet op dat verweer van de eiser, waaruit hij heeft afgeleid dat er geen sprake is van een waarheidsvermomming; het arrest vermeldt zelfs niet het feit van de inschrijving op 30 december
- Het arrest (p. 45-48 en 52-54) oordeelt onder meer als volgt: - “Toen [de eiser] op een niet nader bepaalde datum in de zomer van 2014 een (tot dan blanco) aandeelhoudersregister opstelde en daarin vermeldde dat de 20.000 aandelen eigendom waren van [de eiser, lees de verweerder 1], geschiedde dit in bekrachtiging van de omzetting “van rechtswege” van de “aandelen aan toonder” in “aandelen op naam” - omzetting die was voltrokken na het verstrijken van de termijn van artikel 7 Dematerialisatiewet”; - “Dit was het eerste aandeelhoudersregister, gezien er tot dan geen aandeelhoudersregister bestond. Vanaf de aanmaak ervan – door [de eiser] – en de invulling ervan, met vermelding van de naam van [de verweerder 1] als eigenaar van alle 20.000 aandelen - had [S. nv] een rechtsgeldig, bestaand, legitiem aandeelhoudersregister. Nadien mocht [de eiser] er niet van uitgaan dat het (door hem zelf opgestelde) register zomaar zou gaan verdwijnen in het luchtledige. Ook [de verweerder 1] begreep de juridische waarde van het register, gezien hij het bijhield (en er later, op 30 december 2014, een aandelenoverdracht aan zijn zoon [de verweerder 2] in vermeldde)”; - “Door in het (tweede) aandeelhoudersregister op 1 november 2014 de 20.000 aandelen eigendom van [de verweerder 1] te hebben ingeschreven op naam van de emittent, pleegde [de eiser] dan ook bedrieglijk een valsheid in geschrifte”; - “het hof (van beroep) erkent het eerste aandeelhoudersregister als een legitiem document van de vennootschap”; - “[de eiser] stelt (herhaaldelijk) dat het eerste aandeelhoudersregister, dat hij in de zomer van 2014 zelf opstelde, geen “juridisch bestaan” verwierf en geen “waarheidswaarde” heeft (en waarbij [de verweerders] er zelf geen “waarheidswaarde” aan zouden hebben toegedicht)”; - “het gegeven dat [de verweerder 1] het hem voorgelegde register niet prompt ondertekende in de zomer van 2014, zorgde er niet voor dat het register juridisch geen enkele waarde had. Het hof (van beroep) herhaalt dat op dat ogenblik (= na het verstrijken van de in artikel 7 Dematerialisatiewet vermelde termijn) de aandelen aan toonder al “van rechtswege” waren omgezet in aandelen op naam conform artikel 9 Dematerialisatiewet, zodat deze conversie en de fysieke overhandiging van alle 20.000 papieren aandelen geen voorwaarden waren om het aandeelhoudersregister een “juridisch bestaan” te doen verwerven”; - “Na de omzetting “van rechtswege” (na het verstrijken van de in artikel 7 Dematerialisatiewet vermelde termijn) van de aandelen aan toonder in aandelen op naam van “de rechthebbende”, die in de zomer van 2014 [de verweerder 1] was, kon [de verweerder 1] zijn aandelen op naam verkopen aan zijn zoon, en deze verkoop werd ook daadwerkelijk ingeschreven in het register. Deze inschrijving van de aandelenverkoop per 30 december 2014 onderbouwt ten andere net dat [de verweerders] in 2014 wél al juridisch belang hechtten aan het (eerste) aandeelhoudersregister, dat [de eiser] in de zomer van 2014 zelf heeft opgesteld en heeft bezorgd aan [de verweerder 1] in Maleisië”; - “[Bij brief van] 29 september 2015 (…) verwees de toenmalige advocaat van [de verweerders] expliciet naar het aandeelhoudersregister dat [de eiser] had opgesteld in de zomer van 2014, en waarin dan de verkoop van 19.999 aandelen door (vader) [de verweerder 1] aan (zoon) [de verweerder 2] werd ingeschreven op 30 december
- [De verweerders] verwezen expliciet naar de handtekening die [de eiser] plaatste, in dit door hemzelf in de zomer van 2014 aangemaakte aandeelhoudersregister”.
- Uit die redenen blijkt dat naar het oordeel van de appelrechters de inschrijvingen die de verweerders op 30 december 2014 hebben gedaan in het aandeelhoudersregister dat dateert van de zomer van 2014, met inbegrip van de inschrijving op 30 december 2014 van de aandelen op naam van de verweerder 1, niet bepalend zijn voor de rechtsgeldigheid van dat aandeelhoudersregister en derhalve geen afbreuk doen aan de waarheidsvermomming in het aandeelhoudersregister dat dateert van 1 november
- Aldus beantwoordt het arrest het hier aangevoerde verweer van de eiser, zonder te moeten antwoorden op elk tot staving ervan aangevoerd argument dat geen zelfstandig verweer uitmaakt. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 8.1, 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: uit de derde pagina van het aandeelhoudersregister dat de eiser in de zomer van 2014 heeft opgesteld blijkt dat de aandelen in S. nv pas op 30 december 2014 werden ingeschreven op naam van de verweerder 1 en dat de verweerder 1 deze inschrijving enkel op 30 december 2014 dateerde en ondertekende; niettemin oordeelt het arrest dat de aandelen in S. nv op een niet nader bepaalde datum in de zomer van 2014 in het door de eiser opgestelde aandeelhoudersregister werden ingeschreven op naam van de verweerder 1; aldus miskent het arrest de bewijskracht van dat aandeelhoudersregister.
- Het arrest dat oordeelt zoals vermeld onder het tweede onderdeel, geeft geen uitlegging van het aandeelhoudersregister dat de eiser in de zomer van 2014 aan de verweerder 1 heeft overhandigd, maar beoordeelt enkel de juridische draagwijdte van dat register. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet het verweer van de eiser, gesteund op een geheel van objectieve vaststellingen vermeld in zijn appelconclusie, dat de aandelen aan toonder nooit werden omgezet in aandelen op naam van de verweerder 1 noch van de verweerder 2 en er derhalve altijd sprake is geweest van aandelen aan toonder, wat ook steeds de overtuiging is geweest van de verweerders.
- Met de redenen vermeld onder het eerste middel en het tweede onderdeel van dit middel en in het bijzonder met de redenen waarmee het arrest (p. 52-62) het verweer van de eiser verwerpt dat de verweerders zelf geen “waarheidswaarde” zouden hebben gehecht aan het aandeelhoudersregister dat dateert van de zomer van 2014 en dat de verweerders contradictorisch zouden hebben gehandeld, beantwoordt het arrest het bedoelde verweer, zonder te moeten antwoorden op elk tot staving ervan aangevoerd argument dat geen zelfstandig verweer uitmaakt. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 8.1, 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het arrest (p. 57) oordeelt: “op het ogenblik waarop [de eiser] in de zomer van 2014 een eerste aandeelhoudersregister opstelde, waren alle 20.000 aandelen van [de verweerder 1] al “van rechtswege” omgezet in aandelen op naam, hetgeen [de eiser] als zodanig letterlijk neerschreef in het register”; de eiser heeft bij deze inschrijving echter geen melding gemaakt van enige omzetting van rechtswege; aldus miskent het arrest de bewijskracht van dat register.
- Met de vermelde aanhaling bedoelen de appelrechters niet dat de eiser letterlijk de woorden “van rechtswege” in het aandeelhoudersregister heeft geschreven, maar benadrukken zij enkel dat de eiser door het inschrijven van alle 20.000 aandelen op naam van de verweerder 1 de op dat moment reeds van rechtswege bestaande toestand heeft bekrachtigd. Aldus geven de appelrechters van het aandeelhoudersregister een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. Het middel mist feitelijke grondslag. Vijfde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek: het arrest verwerpt het verweer van de eiser dat de boete van 30 procent, verschuldigd op grond van artikel 11, § 3, vijfde tot zevende lid, Dematerialisatiewet, geen oorzakelijk verband vertoont met de door de verweerders geleden schade en bijgevolg geen deel kan uitmaken van de schadevergoeding omdat de verweerders met miskenning van hun schadebeperkingsplicht pas op 20 augustus 2018, dit is meer dan drie jaar na de openbare verkoop en meer dan twee jaar na hun klacht met burgerlijkepartijstelling, bij de Deposito- en Consignatiekas een aanvraag hebben ingediend tot uitbetaling van de voor hun aandelen in openbare verkoop verkregen prijs en zij slechts dan hun aandelen aan toonder fysiek hebben overhandigd; het arrest gaat niet na of de verweerders wel redelijke maatregelen hebben genomen om hun nadeel te beperken en stellen zodoende niet vast dat het gedrag van de verweerders strookt met de houding van een redelijk en voorzichtig persoon geplaatst in dezelfde omstandigheden.
- Het arrest oordeelt niet enkel zoals het middel vermeldt. Het oordeelt onder meer ook als volgt: - “Klaarblijkelijk werden in 1994, toen er nog meerdere aandeelhouders waren, alle aandelen voor veilige bewaring in België achtergelaten bij een Belgische notaris, Hugo LAROSE” (p. 56); - “Per 30 augustus 2015 hadden [de verweerders] er nog geheel geen kennis van
(1)dat [de eiser] op 1 november 2014 een nieuw aandeelhoudersregister had aangemaakt waarin hij 20.000 aandelen had ingeschreven op naam van de emittent, en
(2)dat er op 30 juni 2015 via openbare verkoop 10.001 aandelen waren verkocht” (p. 41). - “[…] de aandelen bleven tot in 2018 in handen van (de opvolger van) notariskantoor LAROSE. [De verweerders] zelf hadden de papieren aandelen aan toonder niet in hun bezit (in het buitenland, in Maleisië), want de papieren aandelen waren in 1994 "for safe custody" (vrij vertaald als "voor veilige bewaring") overhandigd aan notaris Hugo LAROSE, en de papieren aandelen werden klaarblijkelijk pas na een juridische procedure vrijgegeven door de opvolger van het notariskantoor (NOTARIS ISABEL CLAESSENS BV BVBA, die tot afgifte werd veroordeeld bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen van 8 mei 2018)” (p. 26); - “Finaal bekwamen [de verweerders], nadat zij de 20.000 papieren aandelen hadden verkregen van de opvolger van het notariskantoor van Hugo LAROSE en tegen overhandiging ervan op 20 augustus 2018, van de Deposito- en Consignatiekas een bedrag van 93.752,00 euro. => [De verweerders] dienden een boete van 30 procent te betalen, hetzij 49.620,00 euro, welke som in mindering werd gebracht van de netto-opbrengst van de openbare verkopen” (p. 42); - “Klaarblijkelijk heeft er zich dan “iets” voorgedaan in hoofde van notaris Hugo LAROSE, want nadien was er sprake van “het kantoor van gewezen notarissen Hugo LAROSE en Anne-Marie LAROSE” (zijnde de bewoordingen overgenomen uit het burgerlijk vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen van 8 mei 2018, met eigen nadruk van het hof (van beroep)) waarna notaris Ellen VERHAERT optrad als “tijdelijke beheerder” (in welke hoedanigheid zij werd aangeschreven door de advocaat van [de verweerders], die schreef dat notaris VERHAERT optrad “bij gebreke aan overname van het kantoor van notaris Hugo LAROSE”) en finaal notaris ISABEL CLAESSENS BV BVBA handelde als “opvolger”. Temidden dit alles (klaarblijkelijk stopzetting van zijn activiteiten door Hugo LAROSE, waarna eerst geen overnemer werd gevonden en er uiteindelijk toch een opvolger kwam) werden klaarblijkelijk de papieren aandelen nooit teruggegeven aan [de verweerder 1], en toen [de verweerders] de aandelen fysiek terugvroegen, was de laatste “opvolger” terughoudend en weigerachtig, gezien zij intussen kennis had genomen van de openbare verkoop onder de Dematerialisatiewet. Blijkbaar wou de “opvolger” van het (stopgezette dan wel overgenomen) notariskantoor zich verzekerd weten van een rechterlijk vonnis vooraleer zij de papieren effecten effectief wou teruggeven, hetgeen dan gebeurde in de loop van 2018” (p. 56, vervolg). 25. Met de door het middel vermelde redenen en de hiervoor aangehaalde redenen geeft het arrest te kennen dat de boete van 30 procent geen gevolg was van een nalatigheid van de verweerders en dat het bedrag van de boete wel degelijk in causaal verband staat met de door de verweerders geleden schade. Aldus verantwoordt het arrest de beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 26. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 325,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250211.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div