id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.15 Rolnummer: P.25.0111.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-02-20 Raadplegingen: 287 - laatst gezien 2026-06-15 04:53 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche De strafuitvoeringsrechter oordeelt onaantastbaar of het dossier in staat is, dan wel of er bijkomende informatie nodig is om een beslissing te kunnen nemen of dat het nodig is een rechtszitting te organiseren om de veroordeelde te horen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Straffen minder dan drie jaar - Strafuitvoeringsmodaliteit - Verplichting bijkomende info in te winnen - Organiseren van een rechtszitting - Onaantastbaar oordeel van de strafuitvoeringsrechter - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.25.0111.N J. D. V., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 15 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 28, 31, § 1 en 62 Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechter oordeelt ten onrechte dat de eiser onvoldoende inspanningen levert om de slachtoffers van de feiten waarvoor hij werd veroordeeld te vergoeden en heeft het ten onrechte over maandelijkse afbetalingen van 30,00 euro waarvan geen bewijzen voorliggen; de directeur van de gevangenis heeft voor zijn advies geen informatie gevraagd aan de eiser over de uitgevoerde afbetalingen; uit het vonnis blijkt ook dat sinds de toekenning van het elektronisch toezicht aan de eiser geen bijkomend verslag werd uitgebracht door de justitieassistent over zijn verhoogde inspanningen om de burgerlijke partijen te vergoeden, terwijl de eiser de justitieassistent hiervan perfect op de hoogte hield; het vonnis is niet naar recht verantwoord omdat de strafuitvoeringsrechter de realiteit van die verhoogde inspanningen miskent; het louter ontbreken van een of meer stukken in het dossier kan niet leiden tot het afwijzen van een gevraagde modaliteit wanneer de veroordeelde daaraan geen schuld heeft; de strafuitvoeringsrechter had de zaak niet in staat moeten verklaren en mocht de gevraagde modaliteit niet zomaar afwijzen; hij had de behandeling van de zaak kunnen verdagen om de ontbrekende stukken te laten voegen; daarnaast had hij ook een hoorzitting kunnen organiseren om de veroordeelde en zijn raadsman over dit punt te horen.
- In zoverre het middel verwijst naar bepaalde opvolgingsverslagen bedoeld in artikel 62 Wet Strafuitvoering, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het niet ontvankelijk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat in het advies van de gevangenisdirecteur van 21 december 2024 onder meer wordt vermeld: “Wat betreft de afbetalingen, lezen we dat betrokkene afbetalingsplannen heeft van €25 en €30 voor de penale boeten en de burgerlijke partijen. Vanaf september zou dit verhoogd worden naar €125 en €175”. In zoverre het middel aanvoert dat de gevangenisdirecteur geen informatie heeft gevraagd aan de eiser over de uitgevoerde afbetalingen, mist het feitelijke grondslag.
- De strafuitvoeringsrechter oordeelt onaantastbaar of het dossier in staat is, dan wel of er bijkomende informatie nodig is om een beslissing te kunnen nemen of dat het nodig is een rechtszitting te organiseren om de veroordeelde te horen. In zoverre het middel opkomt tegen dat onaantastbare oordeel, is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div