id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.18 Rolnummer: P.25.0182.N Zaak: G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-02-20 Raadplegingen: 505 - laatst gezien 2026-06-18 04:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 4 Uit de artikelen 21, § 1, tweede lid, 30, § 1, eerste zin en 30, § 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet volgt dat de kamer van inbeschuldigingstelling waarvan de rechtsmacht voortvloeit uit de devolutieve werking van het hoger beroep, inzake de voorlopige hechtenis dezelfde bevoegdheden heeft als de raadkamer en zij kan dan ook op het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de raadkamer om de hechtenis te handhaven onder de modaliteit van elektronisch toezicht beslissen dat de voorlopige hechtenis onder die modaliteit wordt gehandhaafd en er een bijkomende voorwaarde als bedoeld in artikel 20, § 3bis, 3°, Voorlopige Hechteniswet aan toevoegen; dat de onderzoeksrechter bij de toepassing van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet na de beschikking van de raadkamer heeft beslist dat de hechtenis wordt uitgevoerd onder de modaliteit van elektronisch toezicht is hierbij van geen belang
(1).
(1)Zie Cass. 20 december 2022, AR P.22.1659.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.34; Cass. 6 januari 2015, AR P.14.1956.N, AC 2015, nr. 9, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150106.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Vrije woorden: Beslissing raadkamer tot handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Devolutieve werking van het hoger beroep - Bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling - Handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Aanvullende voorwaarde als bedoeld in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet - Beslissing onderzoeksrechter tot handhaving onder elektronisch toezicht zonder bijkomende voorwaarde - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 20, § 3bis, 3° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 24bis, § 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 1, eerste zin, en § 4, eerst lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Beslissing raadkamer tot handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Devolutieve werking van het hoger beroep - Bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling - Handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Aanvullende voorwaarde als bedoeld in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet - Beslissing onderzoeksrechter tot handhaving onder elektronisch toezicht zonder bijkomende voorwaarde - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 20, § 3bis, 3° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 24bis, § 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 1, eerste zin, en § 4, eerst lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Beslissing raadkamer tot handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Devolutieve werking van het hoger beroep - Bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling - Handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Aanvullende voorwaarde als bedoeld in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet - Beslissing onderzoeksrechter tot handhaving onder elektronisch toezicht zonder bijkomende voorwaarde - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 20, § 3bis, 3° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 24bis, § 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 1, eerste zin, en § 4, eerst lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Beslissing raadkamer tot handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Devolutieve werking van het hoger beroep - Bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling - Handhaving onder modaliteit van elektronisch toezicht - Aanvullende voorwaarde als bedoeld in artikel 20, § 3bis, Voorlopige Hechteniswet - Beslissing onderzoeksrechter tot handhaving onder elektronisch toezicht zonder bijkomende voorwaarde - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 20, § 3bis, 3° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 24bis, § 2 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 1, eerste zin, en § 4, eerst lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0182.N O. G., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Elisabeth Vanpeteghem, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet: het hoger beroep van het openbaar ministerie van 17 januari 2025 tegen de beschikking van de raadkamer van 17 januari 2025 die de hechtenis handhaafde onder de modaliteit van elektronisch toezicht, had geen voorwerp meer eens de onderzoeksrechter op 20 januari 2025 bij toepassing van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet besliste de voorlopige hechtenis in de gevangenis om te zetten in een hechtenis onder elektronisch toezicht; tegen een beslissing van de onderzoeksrechter bij toepassing van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet staat geen rechtsmiddel open; niettemin bevestigt het arrest de beschikking van de raadkamer en legt het een bijkomende voorwaarde op.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de onderzoeksrechter bij bevel tot aanhouding van 13 januari 2025 de voorlopige hechtenis in de gevangenis beveelt; - de raadkamer bij beschikking van 17 januari 2025 eisers hechtenis handhaaft onder de modaliteit van elektronisch toezicht; - het openbaar ministerie tegen deze beschikking hoger beroep aantekent op 17 januari 2025; - eisers raadsman op 17 januari 2025 de onderzoeksrechter verzoekt om de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht toe te kennen; - de onderzoeksrechter bij beschikking van 20 januari 2025 met toepassing van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet de hechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht toestaat; - de appelrechters bij arrest van 30 januari 2025 en met eenparige stemmen de beschikking van de raadkamer bevestigen en aldus de voorlopige hechtenis handhaven onder de modaliteit van elektronisch toezicht, met een bijkomende voorwaarde zoals bedoeld in artikel 20, § 3bis, 3°, Voorlopige Hechteniswet.
- Krachtens artikel 21, § 1, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet beslist de raadkamer over de handhaving van het bevel tot aanhouding verleend door de onderzoeksrechter en over de modaliteit van uitvoering ervan. Krachtens artikel 30, § 1, eerste zin, Voorlopige Hechteniswet kunnen de verdachte, de beklaagde of de beschuldigde en het openbaar ministerie voor de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep instellen tegen de beschikkingen van de raadkamer gegeven in de gevallen bedoeld in de artikelen 21, 22 en 28 Voorlopige Hechteniswet. Krachtens artikel 30, § 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet doet het gerecht dat over het hoger beroep beslist, uitspraak rekening houdend met de omstandigheden van de zaak op het ogenblik van zijn uitspraak.
- Uit die bepalingen volgt dat de kamer van inbeschuldigingstelling waarvan de rechtsmacht voortvloeit uit de devolutieve werking van het hoger beroep, inzake de voorlopige hechtenis dezelfde bevoegdheden heeft als de raadkamer. Zij kan dan ook op het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de raadkamer om de hechtenis te handhaven onder de modaliteit van elektronisch toezicht beslissen dat de voorlopige hechtenis onder die modaliteit wordt gehandhaafd en er een bijkomende voorwaarde als bedoeld in artikel 20, § 3bis, 3°, Voorlopige Hechteniswet aan toevoegen. Dat de onderzoeksrechter bij de toepassing van artikel 24bis, § 2, Voorlopige Hechteniswet na de beschikking van de raadkamer heeft beslist dat de hechtenis wordt uitgevoerd onder de modaliteit van elektronisch toezicht is hierbij van geen belang. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150106.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.34 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div