id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Voorbereidende handelingen als bepaald in artikel 2bis, § 6, Drugswet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen:
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Voorbereidende handelingen als bepaald in artikel 2bis, § 6, Drugswet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen:
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Fiches 4 - 6 De rechter oordeelt onaantastbaar of een misdrijf vermogensvoordelen in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek heeft opgeleverd en daarbij kan de rechter rekening houden met een geheel van gegevens, zoals de waarde van de drugs die het voorwerp van de drugoperatie uitmaken, de omvang en het professionele karakter van de vereniging die de drugoperatie heeft uitgevoerd, het risico eigen aan het opzetten of het doen slagen van de drugoperatie, de rol van de beklaagde in het geheel van de in het kader van de vereniging gestelde gedragingen en zijn bijdrage aan het welslagen van de drugoperatie; vervolgens kan de rechter bij wijze van feitelijk vermoeden uit die gegevens de omvang van het wederrechtelijke vermogensvoordeel bepalen dat de beklaagde zonder twijfel moet hebben ontvangen ingevolge zijn deelname aan de drugoperatie
(1).
(1)Cass. 10 januari 2012, AR P.11.0938.N, AC 2012, nr. 18, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120110.5; Zie Cass. 22 oktober 2003, AR P.03.0084.F, AC 2003, nr. 516 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.7, met concl. advocaat-generaal J. SPREUTELS, op datum in Pas.. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Onaantastbare beoordeling door de feitenrechter - Criteria - Bepaling van de omvang - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen:
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Onaantastbare beoordeling door de feitenrechter - Criteria - Bepaling van de omvang - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen:
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Beoordeling door de feitenrechter - Criteria - Bepaling van de omvang - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen:
Art. 42
, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 7 - 9 Niet vereist is dat de rechter een rechtstreeks verband legt tussen een bepaalde gedraging van de beklaagde en een bepaald vermogensvoordeel dat de beklaagde volgens de gegevens van het strafdossier effectief heeft ontvangen; het bevelen van de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen op grond van de artikelen 42, 3° en 43bis, tweede lid, Strafwetboek vereist immers niet dat die vermogensvoordelen eigendom van de beklaagde zijn of tot zijn vermogen zijn toegetreden, noch dat hij zich heeft verrijkt en die verbeurdverklaring kan namelijk worden uitgesproken ongeacht het voordeel dat de beklaagde uit het misdrijf heeft gehaald of de bestemming die hij later aan de vermogensvoordelen heeft gegeven; de rechter oordeelt daarover onaantastbaar en het Hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Geen noodzaak tot verband tussen bepaalde gedraging van de beklaagde en bepaald vermogensvoordeel - Geen vereiste van eigendom of toetreding tot vermogen van de beklaagde - Geen vereiste van verrijking - Beoordeling - Toezicht door het Hof - Wijze Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Verbeurdverklaring - Geen noodzaak tot verband tussen bepaalde gedraging van de beklaagde en bepaald vermogensvoordeel - Geen vereiste van eigendom of toetreding tot vermogen van de beklaagde - Geen vereiste van verrijking - Beoordeling - Toezicht door het Hof - Wijze Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel - Verbeurdverklaring - Geen noodzaak tot verband tussen bepaalde gedraging van de beklaagde en bepaald vermogensvoordeel - Geen vereiste van eigendom of toetreding tot vermogen van de beklaagde - Geen vereiste van verrijking - Beoordeling - Toezicht door het Hof - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.24.1446.N E. A. R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pieterjan Van Muysen, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 4 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- In zoverre gericht tegen de vrijspraak van de eiser voor de telastlegging C.2, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1, eerste lid, Eerste Aanvullend Protocol EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek: het arrest beveelt lastens de eiser de bijzondere verbeurdverklaring (hierna verbeurdverklaring) van een vermogensvoordeel dat het in billijkheid bepaalt op 50.000,00 euro en dat de eiser zou hebben verkregen uit de telastleggingen C.1 (invoer cocaïne in vereniging) en D (voorbereidende handelingen drugs in vereniging); behoudens voor wat betreft het bedrag van 15.000,00 euro, voortspruitend uit de telastlegging D, vermeldt het arrest niet de concrete handelingen van de eiser die op een concrete, nauwkeurige en meetbare wijze het saldo van het verbeurdverklaarde vermogensvoordeel van 50.000,00 euro zouden hebben opgeleverd; dergelijke handelingen worden niet vermeld voor wat betreft de telastlegging C.1, dit mede rekening houdend met eisers vrijspraak voor de telastlegging C.2, terwijl de telastlegging D geen wederrechtelijk vermogensvoordeel kan opleveren; de parameters die het arrest vermeldt om de omvang van het vermogensvoordeel te motiveren, zijn willekeurig en laten geen nauwkeurige berekening van het door de eiser verkregen vermogensvoordeel toe.
- Elk misdrijf kan in beginsel vermogensvoordelen in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek opleveren. Dit is ook het geval voor wat betreft het stellen van voorbereidende handelingen zoals bepaald in artikel 2bis, § 6, Drugwet, ongeacht of die handelingen als dusdanig hebben geleid tot een specifiek drugmisdrijf zoals een concrete invoer van cocaïne.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of een misdrijf vermogensvoordelen in de zin van artikel 42, 3°, Strafwetboek heeft opgeleverd. Daarbij kan de rechter rekening houden met een geheel van gegevens, zoals de waarde van de drugs die het voorwerp van de drugoperatie uitmaken, de omvang en het professionele karakter van de vereniging die de drugoperatie heeft uitgevoerd, het risico eigen aan het opzetten of het doen slagen van de drugoperatie, de rol van de beklaagde in het geheel van de in het kader van de vereniging gestelde gedragingen en zijn bijdrage aan het welslagen van de drugoperatie. Vervolgens kan de rechter bij wijze van feitelijk vermoeden uit die gegevens de omvang van het wederrechtelijke vermogensvoordeel bepalen dat de beklaagde zonder twijfel moet hebben ontvangen ingevolge zijn deelname aan de drugoperatie.
- Niet vereist is dat de rechter een rechtstreeks verband legt tussen een bepaalde gedraging van de beklaagde en een bepaald vermogensvoordeel dat de beklaagde volgens de gegevens van het strafdossier effectief heeft ontvangen. Het bevelen van de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen op grond van de artikelen 42, 3° en 43bis, tweede lid, Strafwetboek vereist immers niet dat die vermogensvoordelen eigendom van de beklaagde zijn of tot zijn vermogen zijn toegetreden, noch dat hij zich heeft verrijkt. Die verbeurdverklaring kan namelijk worden uitgesproken ongeacht het voordeel dat de beklaagde uit het misdrijf heeft gehaald of de bestemming die hij later aan de vermogensvoordelen heeft gegeven.
- De rechter oordeelt daarover onaantastbaar. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Om ex aequo et bono de vermogensvoordelen te bepalen die een beklaagde uit een misdrijf heeft verkregen, dient de rechter de gegevens van het strafdossier in aanmerking te nemen die deze bepaling zo nauwkeurig mogelijk toelaten. Het volstaat dat de beslissing de essentiële gegevens bevat die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole op de toegepaste verbeurdverklaring uit te oefenen.
- Voor het in billijkheid bepalen van het voor de eiser uit de telastleggingen C.1 en D voortgesproten vermogensvoordeel houdt het arrest (p. 20) rekening met de volgende elementen: - de eiser heeft met zekerheid een vermogensvoordeel van minimaal 15.000,00 euro ontvangen ingevolge een deelaspect van de bewezenverklaarde telastlegging C.1, meer bepaald uit de rekrutering van een medebeklaagde; - de berekening van het door de eiser uit de telastleggingen C.1 en D verkregen vermogensvoordeel dateert van het begin van het onderzoek en werd niet geactualiseerd naar aanleiding van het einde van het onderzoek en rekening houdend met de door dat onderzoek verder opgeleverde gegevens; - het aandeel en de rol van de eiser bij de feiten van de telastleggingen C.1 en D; - de hoogte van de vergoedingen die werden uitgekeerd aan de door de eiser gerekruteerde chauffeur voor de uitvoering van twee transporten; - het genomen risico en de financiële waarde van het welslagen van eisers tussenkomst voor de vereniging bij de invoer van minimaal 500 kilogram cocaïne; - de straatwaarde van de cocaïne, die een bedrag vertegenwoordigt van 25.000.000,00 euro.
- Op grond van die redenen, waarmee het arrest de beslissing steunt op concrete dossiergegevens en die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole uit te oefenen, kan het arrest wettig en zonder schending van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM of de artikelen 42, 3°, en 43bis, tweede lid, Strafwetboek de vermogensvoordelen die de eiser uit de telastleggingen C.1 en D heeft verkregen naar billijkheid bepalen op een bedrag van 50.000,00 euro.
- Met die redenen is de beslissing eveneens regelmatig met redenen omkleed.
- In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige blijkt uit de redenen van het arrest niet dat het lastens de eiser verbeurdverklaarde vermogensvoordeel is berekend op grond van de feiten van de telastlegging C.2, waarvoor de eiser is vrijgesproken. Dit blijkt meer bepaald niet uit het feit dat het arrest, als vergelijkingspunt voor de berekening van het vermogensvoordeel dat voor de eiser is voortgesproten uit de feiten van de telastleggingen C.1 en D, de vergoedingen in aanmerking neemt die aan de door de eiser gerekruteerde chauffeur zijn uitgekeerd voor twee transporten. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 137,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.7 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120110.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div