← België

A. contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.5 Rolnummer: C.23.0220.N Zaak: A. contra H. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2025-04-11 Raadplegingen: 754 - laatst gezien 2026-06-18 14:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250214.1N.5 Fiche Bij het bepalen van de bijdrage van de ouders in de kosten voor hun kinderen kan de rechter rekening houden met inkomsten die een ouder als titularis van een vennootschap zich redelijkerwijze kon verschaffen; zo kan de alimentatierechter rekening houden met de winsten van een vennootschap waarvan een ouder bestuurder of aandeelhouder is, ingeval die winsten, zonder bedrijfseconomische noodzaak, als reserve in de vennootschap werden aangehouden en niet bij wijze van vergoeding of dividend aan de ouder werden uitgekeerd, terwijl die ouder anders kon beslissen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de kinderen Vrije woorden: Onderhoudsbijdrage kinderen - Normaal verkrijgbare inkomsten via de vennootschap - Begrip Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 203bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0220.N S.A., eiser, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beslissing van 9 februari 2023 (…), vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen E.H., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 5 april
  1. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 15 januari 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 203, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek dienen de ouders naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Krachtens artikel 203, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek wordt met middelen onder andere bedoeld alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ouders, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van de kinderen waarborgen. Krachtens artikel 203bis, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek draagt elke ouder bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, § 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen. Krachtens artikel 203bis, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek kan elk van de ouders, onverminderd de rechten van het kind, van de andere ouder diens bijdrage vorderen in de kosten voorvloeiende uit artikel 203, §
  3. Bij het bepalen van de bijdrage van de ouders in de kosten voor hun kinderen kan de rechter rekening houden met inkomsten die een ouder als titularis van een vennootschap zich redelijkerwijze kon verschaffen. Zo kan de alimentatierechter rekening houden met de winsten van een vennootschap waarvan een ouder bestuurder of aandeelhouder is, ingeval die winsten, zonder bedrijfseconomische noodzaak, als reserve in de vennootschap werden aangehouden en niet bij wijze van vergoeding of dividend aan de ouder werden uitgekeerd, terwijl die ouder anders kon beslissen.
  4. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - “[de verweerster aangeeft] dat [de eiser] een loods verhuurt en voor deze huur een maandelijks inkomen van €1.000 ontvangt”; - “uit de stukkenbundel van [de verweerster] inderdaad [blijkt] dat [de eiser] in zijn hoedanigheid van bestuurder van zijn vennootschap A & S Trading SPRL een kantoorruimte verhuurt aan Centre Multiculturel De Belgique ASBL voor een maandelijks bedrag van €1.000”; - “het feit dat deze opbrengsteigendom deel uitmaakt van de vennootschap van [de eiser] en niet van zijn privévermogen in se niet terzake [doet]”; - “[de eiser] de enige aandeelhouder is van de vennootschap en de gelden en goederen die behoren tot deze vennootschap van hem [zijn]”; - “de inkomsten van deze vennootschap inkomsten van [de eiser] zijn”; - “het zuiver voortgaan op een vennootschapsrechtelijke constructie van een onderhoudsplichtige of een onderhoudsgerechtigde een discriminatie [zou] inhouden tussen partijen die hun beroep als werknemer uitoefenen en degenen die met het oog op een fiscale optimalisatie hun beroep in vennootschapsverband uitoefenen”; - “de maandelijkse huurinkomsten van €1.000 bij de inkomsten van [de eiser] gerekend [worden]”.
  5. De appelrechter, die zodoende inkomsten van de vennootschap van de eiser in aanmerking neemt als rechtstreekse inkomsten van de eiser, zonder na te gaan welk deel van die inkomsten de eiser zich redelijkerwijze kon verschaffen rekening houdend met de winsten van de vennootschap die uit bedrijfseconomische noodzaak als reserve konden worden aangehouden, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de kinderalimentatie en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 14 februari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250214.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.