← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.8 Rolnummer: C.23.0150.N Zaak: D. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Constitutioneel recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2025-04-09 Raadplegingen: 1071 - laatst gezien 2026-06-18 10:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR Fiche 1 Een vennootschapsbestuurder is aansprakelijk voor het voortzetten van een kennelijk verloren deficitaire onderneming indien deze fout voortduurde na de inwerkingtreding van artikel XX.227 WER; de omstandigheid dat de fout een aanvang nam voor de inwerkingtreding van deze bepaling, doet daaraan niet af. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Kennelijk verloren deficitaire onderneming - Aansprakelijkheid bestuurder - Voortduren fout na inwerkingtreding aansprakelijkheid Fiches 2 - 3 Een vennootschapsbestuurder die op een gegeven ogenblik voorafgaand aan het faillissement wist of behoorde te weten dat er kennelijk geen vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden en een faillissement te vermijden, kan aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van de schulden van de onderneming ten belope van het tekort jegens de boedel indien hij vanaf dat ogenblik niet heeft gehandeld zoals een normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld, ongeacht in welke mate de fout van de vennootschapsbestuurder heeft bijdragen tot het netto-passief van de onderneming; hieruit volgt dat geen oorzakelijk verband tussen de fout van de bestuurder en het ontstaan van het passief van de onderneming vereist is. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Kennelijk verloren deficitaire onderneming - Aansprakelijkheid bestuurder - Voortduren fout na inwerkingtreding aansprakelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.227, § 1 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALLERLEI Vrije woorden: Kennelijk verloren deficitaire onderneming - Aansprakelijkheid bestuurder voor netto-passief - Geen oorzakelijk verband Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.227, § 1 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0150.N C.D.S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen 1. J.D.S., 2. L.J., 3. IMMORUST bv, met zetel te 9550 Herzele, Diepestraat 49, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0863.132.229, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de verweerders woonplaats kiezen, 4. A.C., advocaat, met kantoor (…), in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van bv Natuurrust, met zetel te 9420 Erpe-Mere, Oudenaardsesteenweg 539, die woonplaats kiest op het kantoor van gerechtsdeurwaarder L.D.C., met kantoor te (…), vierde verweerder. III. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 december 2022. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. IV. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. V. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel 1. Op grond van artikel XX.227, § 1, WER kunnen, indien bij faillissement van een onderneming, de schulden de baten overtreffen, de huidige of gewezen bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, leden van een directieraad of van een raad van toezicht, alsmede alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de onderneming werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad, persoonlijk en al dan niet hoofdelijk aansprakelijk worden verklaard voor het geheel of een deel van de schulden van de onderneming ten belope van het tekort jegens de boedel, indien:
  2. a)op een gegeven ogenblik voorafgaand aan het faillissement, de betrokken persoon wist of behoorde te weten dat er kennelijk geen redelijk vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden en een faillissement te vermijden;
  3. b)de betrokken persoon op dat ogenblik één van de hierboven vermelde hoedanigheden had; en
  4. c)de betrokken persoon vanaf het ogenblik bedoeld in
  5. a)niet heeft gehandeld zoals een normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld. 2. Krachtens artikel 76, eerste lid, van de Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van Boek XX “Insolventie van ondernemingen” in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, zijn de bepalingen van Boek XX WER in werking getreden op 1 mei 2018. Krachtens artikel 72, eerste lid, van voormelde wet zijn de bepalingen van die wet toepasselijk op insolventieprocedures geopend vanaf de inwerkingtreding van deze wet. 3. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een vennootschapsbestuurder aansprakelijk is voor het voortzetten van een kennelijk verloren deficitaire onderneming indien deze fout voortduurde na de inwerkingtreding van artikel XX.227 WER. De omstandigheid dat de fout een aanvang nam voor de inwerkingtreding van deze bepaling, doet daaraan niet af. 4. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiser aansprakelijk werd gesteld voor het in artikel XX.227 WER bedoelde foutief verderzetten van een verlieslatende onderneming terwijl hij wist of behoorde te weten dat die onderneming reddeloos verloren was, met name door het onrechtmatig blijven weigeren de huur van bv Natuurrust te betalen, zonder een reserve aan te leggen of andere maatregelen te nemen, waardoor deze zich fictief krediet verschafte en de schuld zo hoog opliep dat dit tot de teloorgang van de onderneming leidde; - die fout voortduurde op 1 augustus 2018; - bv Natuurrust op 10 september 2018 failliet werd verklaard. 5. De appelrechter die aldus oordeelt dat de aan de eiser verweten fout heeft voortgeduurd tot na 1 mei 2018, datum van inwerkingtreding van artikel XX.227 WER, verleent aan deze wetsbepaling geen terugwerkende kracht en past deze niet toe op feiten die dateren van voor de inwerkingtreding ervan. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. 6. De door de eiser voorgestelde prejudiciële vraag, die ten onrechte ervan uitgaat dat de feiten die aan de eiser worden verweten, volledig dateren van voor de inwerkingtreding van artikel XX.227 WER, wordt niet gesteld. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.417,51 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 14 februari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250214.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.