← België

VAN CAMPENHOUT qq contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 17

- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 18

- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) -

Art. 1675

/15, § 1 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Fiche 2 Wanneer de schuldbemiddelaar het vorderingsrecht uitoefent dat artikel 1675/15, § 1, Gerechtelijk Wetboek hem verleent om de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de aanzuiveringsregeling te vorderen, heeft hij, wanneer zijn verzoek tot herroeping wordt afgewezen, belang bij de hervorming of de vernietiging van die beslissing in hoger beroep

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Vrije woorden: Schuldbemiddelaar - Vordering tot herroeping - Rechtsmiddel - Hoger beroep - Belang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 17

- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 18

- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) -

Art. 1675

/15, § 1 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2025, N° 732, p.

  1. - BEDORET, Christophe; Note'Le RCD et le statut du médiateur de dettes lorsqu'il agit en révocation' Tekst van de beslissing Nr. S.22.0045.N Jo VAN CAMPENHOUT, advocaat, in zijn hoedanigheid van schuldbemiddelaar van H. D. B., met kantoor te 1702 Groot-Bijgaarden, Robert Dansaertlaan 82, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0861.664.361, eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen H. D. B., verweerder, in aanwezigheid van
  2. O.L.VROUW VAN TROOST vzw, met zetel te 9200 Dendermonde, Kroonveldlaan 50, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0411.975.133,
  3. VLAAMSE BELASTINGSDIENST, met kantoor te 9300 Aalst, Vaartstraat 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0316.380.841,
  4. FARYS, met zetel te 9000 Gent, Stropstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0200.068.636,
  5. SCARLET BELGIUM nv, thans PROXIMUS nv, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0202.239.951,
  6. COFIDIS nv, met zetel te 7501 Doornik, Chaussée de Lille 422, bus a, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.359.283,
  7. BEOBANK nv, met zetel te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0401.517.147,
  8. BELFIUS BANK nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Karel Rogierplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.201.185,
  9. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, met kabinet te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 65, voor wie optreedt CCP OOST-VLAANDEREN, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6 bus 201, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.753,
  10. H. D. K.,
  11. FLUVIUS SYSTEM OPERATOR cv, met zetel te 9090 Melle, Brusselsesteenweg 199, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0477.445.084,
  12. L. M.,
  13. T. L.,
  14. ATHORA BELGIUM nv, met zetel te 1050 Elsene, Marsveldstraat 23, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.262.553,
  15. EURO FIDES CREDIT MANAGEMENT nv, met zetel te 1050 Elsene, Louizalaan 523, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0421.412.045,
  16. Christophe GLAS, advocaat, met kantoor te 9620 Zottegem, Meerlaan 134, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0816.691.597, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 11 april
  17. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 14 juni 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  18. Krachtens artikel 1675/15, § 1, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing, kan de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling worden uitgesproken door de rechter, aan wie de zaak, door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden, opnieuw wordt voorgelegd, op verzoek van de schuldbemiddelaar of van een belanghebbende schuldeiser wanneer de schuldenaar: 1° hetzij onjuiste stukken heeft afgegeven met de bedoeling aanspraak te maken op de procedure van gezamenlijke schuldenregeling of deze te behouden; 2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen; 3° hetzij onrechtmatig zijn lasten heeft verhoogd of zijn baten heeft verminderd; 4° hetzij zijn onvermogen heeft bewerkt; 5° hetzij bewust valse verklaringen heeft afgelegd.
  19. Uit de wetsgeschiedenis van de Wet Collectieve Schuldenregeling blijkt dat de opdracht van de schuldbemiddelaar onder meer erin bestaat om toezicht uit te oefenen op de naleving van de bepalingen inzake de collectieve schuldenregeling en om na te gaan of het evenwicht tussen de belangen van de schuldenaar en de belangen van de schuldeisers wordt nageleefd. Daartoe verleent voormeld artikel 1675/15, § 1, aan de schuldbemiddelaar het recht om, gedurende zijn opdracht, de rechter te verzoeken om herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de aanzuiveringsregeling, met name wanneer hij vaststelt dat de schuldenaar zich schuldig heeft gemaakt aan een of meerdere van de in die bepaling opgesomde tekortkomingen.
  20. Hoger beroep kan slechts worden ingesteld door iemand die in de procedure in eerste aanleg partij is geweest als eiser, verweerder of tussenkomende partij en door de beroepen beslissing in zijn belang wordt geschaad.
  21. Wanneer de schuldbemiddelaar het vorderingsrecht uitoefent dat voormeld artikel 1675/15, § 1, hem verleent om de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de aanzuiveringsregeling te vorderen, treedt hij hierbij op als partij in het geding dat over de herroeping uitspraak doet.
  22. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eiser op de griffie van de eerste rechter een verzoek heeft neergelegd tot herroeping van de beschikking waarbij de verweerder werd toegelaten tot de procedure van de collectieve schuldenregeling; - de eiser een conclusie heeft neergelegd waarin dit verzoek nader werd uiteengezet en gemotiveerd; - de eerste rechter oordeelde dat het verzoek tot herroeping ontvankelijk, maar niet gegrond was; - de eiser hoger beroep heeft ingesteld tegen die beslissing, waarbij hij vordert om die beslissing te vernietigen en, opnieuw wijzend, de beschikking van toelaatbaarheid te herroepen.
  23. De appelrechter oordeelt dat de schuldbemiddelaar het initiatief kan nemen om een verzoek tot herroeping in te dienen, maar dat dit hem geen partij maakt in het geding dat op de herroeping betrekking heeft. De appelrechter die op grond van deze reden oordeelt dat de eiser niet beschikt over de vereiste hoedanigheid om hoger beroep in te stellen tegen de beslissing in eerste aanleg die zijn verzoek tot herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid ontvankelijk maar niet gegrond verklaart, zodat het hoger beroep van de eiser niet ontvankelijk is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
  24. Wanneer de schuldbemiddelaar het vorderingsrecht uitoefent dat voormeld artikel 1675/15, § 1, hem verleent om de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de aanzuiveringsregeling te vorderen, heeft hij, wanneer zijn verzoek tot herroeping wordt afgewezen, belang bij de hervorming of de vernietiging van die beslissing in hoger beroep.
  25. De appelrechter oordeelt dat de schuldbemiddelaar onafhankelijk en onpartijdig moet zijn tegenover de betrokken partijen en de schuldenaar noch de schuldeisers vertegenwoordigt zodat hij niet kan worden geacht te zijn benadeeld door een beslissing tot afwijzing van zijn verzoek tot herroeping. De appelrechter die op grond van deze reden oordeelt dat de eiser niet beschikt over het vereiste belang om hoger beroep in te stellen tegen de beslissing in eerste aanleg die zijn verzoek tot herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid ontvankelijk maar niet gegrond verklaart, zodat het hoger beroep van de eiser niet ontvankelijk is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Verklaart het arrest bindend aan de tot bindendverklaring opgeroepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en raadsheren Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 17 februari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250217.3N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250217.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.