← België

Procureur generaal te Gent contra A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 71- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.

BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Moreel bestanddeel - Schuldontheffingsgrond - Overmacht - Draagwijdte - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen:

Art. 71

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Misdrijf - Rechtvaardiging - Overmacht - Begrip - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen:

Art. 71- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast.

Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Misdrijf - Rechtvaardiging - Overmacht - Begrip - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen:

Art. 71- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.1613.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen A. A., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 22 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 71 Strafwetboek: met het oordeel dat het bewezen voorkomt dat hij gedwongen werd door een macht die hij niet kon weerstaan en dat het tegendeel in elk geval niet wordt aangetoond, verantwoordt het arrest de beslissing om de verweerder van de hem ten laste gelegde feiten van poging doodslag vrij te spreken niet naar recht; het arrest oordeelt immers ook dat hij de drie messteken opzettelijk heeft toegebracht en dat hij in een reflex heeft gestoken; bovendien kan uit de gedane vaststellingen niet worden afgeleid dat de vrije wil van de verweerder volledig was uitgeschakeld en evenmin dat hij, door het conflict met het slachtoffer aan te wakkeren, zichzelf niet vrijwillig en opzettelijk in een toestand heeft geplaatst waarin hij een eventuele onweerstaanbare dwang kon inroepen.
  3. De motiveringsplicht van artikel 149 Grondwet is een formele verplichting. Wanneer een motivering leidt tot onjuiste gevolgtrekkingen in rechte levert dit een schending van de wet op maar geen motiveringsgebrek.
  4. Volgens artikel 71 Strafwetboek is er geen misdrijf wanneer de beklaagde werd gedwongen door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan.
  5. Onweerstaanbare dwang of overmacht in de zin van die wetsbepaling houdt in dat de dader omwille van omstandigheden die buiten zijn wil zijn gelegen en die hij niet kon voorzien of vermijden, in de onmogelijkheid was een strafrechtelijk verboden handeling te vermijden.
  6. In het geval van onweerstaanbare dwang of overmacht wordt de schuld van de dader uitgesloten en kan de strafrechtelijk verboden handeling hem niet worden verweten. Die afwezigheid van verwijtbaarheid vereist tevens de afwezigheid van een voorafgaande fout van de dader en staat los van het moreel bestanddeel van het misdrijf.
  7. Wanneer de beklaagde zich beroept op de schuldontheffingsgrond van artikel 71 Strafwetboek en zijn aanvoering niet van alle geloofwaardigheid is ontbloot, dient de onjuistheid ervan door de vervolgende partij of in voorkomend geval door de burgerlijke partij te worden bewezen.
  8. De rechter beoordeelt onaantastbaar of de door een partij aangevoerde omstandigheden een geval van overmacht uitmaken. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de omstandigheden die hij in aanmerking neemt, al dan niet wettig overmacht afleidt.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Het arrest (p. 10-11) stelt onder meer vast wat volgt: - het relaas van de verweerder over de feiten is coherent, geloofwaardig en niet onverenigbaar met de gegevens van het strafdossier; - het relaas van het slachtoffer, de halfbroer van de verweerder, overtuigt niet en wordt tegengesproken door S., de enige getuige van het voorval; - de verweerder beschrijft hoe een felle woordenwisseling ontstond met zijn halfbroer waarbij zij elkaar wederzijds uitdaagden en verwijten naar het hoofd slingerden; - de verweerder beschrijft dat hij op een gegeven ogenblik door zijn halfbroer werd aangevallen en tegen de muur werd geduwd, waarna hij meerdere vuistslagen kreeg en met het hoofd tegen een metalen bel werd geslagen; - volgens de verweerder zag hij toen op de tafel een mes liggen dat hij heeft vastgenomen om mee naar zijn halfbroer te steken; - S. verklaarde te hebben gezien dat het slachtoffer op de verweerder toestapte, hem duwde en hem daarna meerdere vuistslagen gaf; - uit de gegevens van het strafdossier, de behandeling ter rechtszitting, in het bijzonder de geloofwaardige verklaring van de verweerder, de verklaringen van de gezinsleden S., M. en P., een voorgaand strafdossier, het voorliggend psychiatrisch rapport en de politionele vaststellingen, blijkt dat de verweerder gevangen zat in een verziekte thuissituatie, waar een klimaat heerste van agressie, wantrouwen en irritatie tussen de gezinsleden; - buiten de verweerder werkte niemand en de overige gezinsleden parasiteerden op zijn beroepsinkomen; - zijn moeder miskende haar ouderlijke verplichtingen en de kinderen waren stuurloos en vulden hun dagen met “gamen”; - de verweerder voelde zich door zijn moeder emotioneel verwaarloosd en door de andere gezinsleden uitgesloten en niet-aanvaard; - hij kende een traumatische en psychiatrische voorgeschiedenis, ervoer post-traumatische klachten en leek onveilig gehecht; - hij moest machteloos aanvaarden dat zijn halfbroer, met wie hij reeds jaren een zeer slechte verstandhouding had, opnieuw in de gezinswoning trok, waarna de toestand voor hem onhoudbaar werd en de spanningen opliepen; - hij kon zich niet staande houden binnen die gezinscontext en kon nergens heen aangezien hij zijn moeder niet wilde loslaten, wat het wantrouwen tussen de verweerder en zijn halfbroer nog leek aan te wakkeren; - toen een ruzie ontstond met zijn halfbroer en deze hem ook fysiek aanviel en zware slagen toediende, sloegen bij de verweerder, die klaarblijkelijk bang en moegetergd was, de stoppen door; - in die toestand van verlies van alle zelfcontrole bracht de verweerder de messteken toe; - toen hij enkele minuten later opnieuw bij zijn zinnen was gekomen, belde hij zelf als eerste de hulpdiensten, legde hij spontaan uit wat hij gedaan had en bleek hij erg onder de indruk.
  11. Op grond van die vaststellingen kan het arrest wettig oordelen dat de vrije wil van de verweerder volledig was uitgeschakeld en dat hij zich niet zelf in een toestand heeft geplaatst waarin hij een eventuele onweerstaanbare dwang kon inroepen, waardoor het wordt bewezen dat de verweerder bij zijn handelen gedwongen werd door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het oordeelt enerzijds dat de verweerder opzettelijk drie messteken aan zijn halfbroer heeft toegebracht en daarbij het oogmerk had te doden, maar het stelt anderzijds vast dat de verweerder handelde in een toestand van onweerstaanbare dwang.
  13. Het middel dat formeel een tegenstrijdigheid in de redenen van het arrest aanvoert, is in werkelijkheid afgeleid uit de in het middel vergeefs aangevoerde onwettigheden en bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 42,90 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250218.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140916.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.