id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250218.2N.6 Rolnummer: P.24.1424.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-02-21 Raadplegingen: 418 - laatst gezien 2026-06-18 01:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Opdat een proces-verbaal van de rechtszitting in strafzaken rechtsgeldig zou zijn, moet het zijn ondertekend door de voorzitter en de griffier van de rechtszitting en een proces-verbaal van de rechtszitting dat niet is ondertekend door de voorzitter, zonder dat zijn verhindering om te ondertekenen wordt vastgesteld, is nietig. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Proces-verbaal van de terechtzitting - Ondertekening - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 190ter - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1424.N P. R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Peter Callebaut, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 16 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis stelt, enerzijds, vast dat het proces-verbaal van de rechtszitting van 18 januari 2023 van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, “kaduuk” en “verwarrend” is, wat tevens blijkt uit het feit dat het proces-verbaal van de rechtszitting melding maakt van de doorhaling van slechts één lijn, alsook dat er geen valsheidsvordering tegen dit proces-verbaal werd ingesteld; het oordeelt, anderzijds, dat uit de redactie van dit proces-verbaal niet volgt dat de eiser op de rechtszitting van 18 januari 2023 werd vrijgesproken voor de telastlegging C; deze motivering is tegenstrijdig; het bestreden vonnis beantwoordt en weerlegt niet afdoende eisers argument betreffende de definitieve vrijspraak voor het feit omschreven onder de telastlegging C.
- Een tegenstrijdigheid als juridisch sanctioneerbaar motiveringsgebrek veronderstelt redenen of beschikkingen van eenzelfde rechterlijke beslissing die elkaar opheffen of teniet doen.
- De in het onderdeel vermelde oordelen heffen elkaar niet op of doen elkaar niet teniet. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
- Een motiveringsgebrek wegens het niet-beantwoorden van een verweer in de zin van artikel 149 Grondwet is vreemd aan de kwaliteit van het door de rechter gegeven antwoord. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Met de redenen die het bestreden vonnis bevat, verwerpt en beantwoordt dit het door het onderdeel bedoelde verweer. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 14.7 IVBPR en artikel 210 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis houdt ten onrechte geen rekening met het feit dat eisers recht op een eerlijk proces werd miskend doordat de eerste rechter is teruggekomen op een mondelinge uitspraak die door hem in openbare rechtszitting werd gedaan; het wijst er ten onrechte ook op dat de eiser in zijn grievenformulier geen grief formuleerde met betrekking tot het feit dat hij op de rechtszitting van 18 januari 2023 zou zijn vrijgesproken voor de telastlegging C.
- Opdat een proces-verbaal van de rechtszitting in strafzaken rechtsgeldig zou zijn, moet het zijn ondertekend door de voorzitter en de griffier van de rechtszitting. Een proces-verbaal van de rechtszitting dat niet is ondertekend door de voorzitter, zonder dat zijn verhindering om te ondertekenen wordt vastgesteld, is nietig.
- Het bestreden vonnis, dat het verzuim van ondertekening door de voorzitter van de rechtszitting vaststelt, kan dan ook aannemen dat uit het proces-verbaal van de rechtszitting niet kan worden afgeleid dat de eerste rechter een vrijspraak voor de telastlegging C heeft verleend. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- Voor het overige kan het onderdeel, gelet op de voormelde vaststelling, niet leiden tot cassatie en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 210 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 23, 24, 26, 783, § 4, 786 en 793 Gerechtelijk Wetboek en artikel 37ter, § 3, laatste lid, Strafwetboek: de appelrechters motiveren onvoldoende waarom er volgens hen geen redenen zijn om ambtshalve een grief op te werpen, terwijl de eiser in zijn appelconclusie toch duidelijk heeft aangevoerd dat de eerste rechter hem op de rechtszitting van 18 januari 2023 reeds had vrijgesproken voor de telastlegging C.
- Het middel verduidelijkt niet hoe en waardoor het bestreden vonnis artikel 37ter, § 3, laatste lid, Strafwetboek schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Voor het overige is het middel afgeleid uit de vergeefs met het tweede onderdeel van het eerste middel aangevoerde onwettigheid en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250218.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div