id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250218.2N.8 Rolnummer: P.25.0203.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-02-21 Raadplegingen: 553 - laatst gezien 2026-06-15 10:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche 1 Noch uit artikel 34, § 2, Wet Strafuitvoering noch uit enig andere bepaling volgt dat de strafuitvoeringsrechter moet antwoorden op een e-mail die een veroordeelde aan hem verstuurt als reactie op een negatief advies van de directeur en het openbaar ministerie over een door artikel 28 Wet Strafuitvoering door hem ingediend verzoek en evenmin moet de strafuitvoeringsrechter in voorkomend geval oordelen dat de zaak niet in staat is of een rechtszitting houden waarop de veroordeelde zijn standpunt kan kenbaar maken aangezien de Wet Strafuitvoering niet erin voorziet dat de veroordeelde tegenspraak kan voeren over de adviezen van de directeur of het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Wet Strafuitvoering - Artikel 28 - Verzoek tot strafuitvoeringsmodaliteit - Schriftelijk procedure - Negatief advies van de directeur en van het openbaar ministerie - Afwijzing van het verzoek - Verzoek van de veroordeelde op basis van artikel 34, § 2, Wet Strafuitvoering - Verzoek om gehoord te worden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 34, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 2 - 3 De wetgever heeft aan de strafuitvoeringsrechter opgedragen te oordelen of de in artikel 28 Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen, waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden, zich verzetten tegen de toekenning van een door de veroordeelde gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit; uit artikel 9, § 3, Basiswet Rechtspositie Gedetineerden kan niet worden afgeleid dat de strafuitvoeringsrechter die vaststelt dat een strafuitvoeringsmodaliteit niet kan worden toegekend gelet op het voorhanden zijn van één of meerdere van de door artikel 28 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen, zich bovendien moet uitspreken over een individueel detentieplan
(1).
(1)Cass. 19 december 2023, AR P.23.1621.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.9; Cass. 2 mei 2023, AR P.23.0513.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230502.2N.15. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Wet Strafuitvoering - Artikel 28 - Verzoek tot strafuitvoeringsmodaliteit - Beoordeling van de tegenaanwijzingen - Afwijzing van het verzoek - Artikel 9, § 3, Basiswet Rechtspositie Gedetineerden - Medewerking van de veroordeelde aan de realisering van een individueel detentieplan - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Basiswet 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden - 12-01-2005 - Art. 9, § 3 - 39 ELI link Pub nr 2005009033 Vrije woorden: Gedetineerde - Basiswet Rechtspositie Gedetineerden - Artikel 9, § 3 - Medewerking van de veroordeelde aan de realisering van een individueel detentieplan - Verzoek tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit - Afwijzing door de strafuitvoeringsrechter - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Basiswet 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden - 12-01-2005 - Art. 9, § 3 - 39 ELI link Pub nr 2005009033 Fiches 4 - 5 De strafuitvoeringsrechter bepaalt binnen de door artikel 45 Wet Strafuitvoering vastgelegde grens discretionair de datum vanaf wanneer de veroordeelde een nieuw verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit kan indienen en hij dient die beslissing niet nader met redenen te omkleden
(1).
(1)Cass. 16 oktober 2007, AR P.07.1370.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.8, AC 2007, nr.
- Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Wet Strafuitvoering - Artikel 28 - Verzoek tot strafuitvoeringsmodaliteit - Afwijzing van het verzoek - Datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek om strafuitvoeringsmodaliteit kan indienen - Artikel 45 Wet Strafuitvoering - Discretionaire beslissing van de strafuitvoeringsrechter Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 45 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechter - Wet Strafuitvoering - Artikel 28 - Verzoek tot strafuitvoeringsmodaliteit - Afwijzing van het verzoek - Datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek om strafuitvoeringsmodaliteit kan indienen - Artikel 45 Wet Strafuitvoering - Discretionaire beslissing van de strafuitvoeringsrechter Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 45 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0203.N A. S., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 29 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 34, § 2, Wet Strafuitvoering: niettegenstaande de eiser in het licht van de negatieve adviezen van de directeur en het openbaar ministerie aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank een e-mail heeft gericht met bijgevoegde stukken, waarbij hij verzocht om te worden gehoord, heeft de strafuitvoeringsrechter uitspraak gedaan zonder de eiser te horen; hij had moeten oordelen dat het dossier niet in staat was dan wel een rechtszitting moeten houden om de eiser te horen, aangezien die een uitgewerkt reclasseringsplan kon voorleggen.
- Noch uit artikel 34, § 2, Wet Strafuitvoering noch uit enig andere bepaling volgt dat de strafuitvoeringsrechter moet antwoorden op een e-mail die een veroordeelde aan hem verstuurt als reactie op een negatief advies van de directeur en het openbaar ministerie over een door artikel 28 Wet Strafuitvoering door hem ingediend verzoek. Evenmin moet de strafuitvoeringsrechter in voorkomend geval oordelen dat de zaak niet in staat is of een rechtszitting houden waarop de veroordeelde zijn standpunt kan kenbaar maken. De Wet Strafuitvoering voorziet niet erin dat de veroordeelde tegenspraak kan voeren over de adviezen van de directeur of het openbaar ministerie. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 9 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (hierna Basiswet Rechtspositie Gedetineerden): de strafuitvoeringsrechter heeft nagelaten te onderzoeken of er voor de eiser een individueel detentieplan werd opgemaakt.
- Artikel 9, § 3, Basiswet Rechtspositie Gedetineerden bepaalt dat de veroordeelde in de gelegenheid moet worden gesteld constructief mee te werken aan de realisering van een individueel detentieplan bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, dat wordt opgesteld met het oog op een schadebeperkende, op het herstel en op re-integratie gerichte en veilige uitvoering van de vrijheidsstraf.
- De wetgever heeft aan de strafuitvoeringsrechter opgedragen te oordelen of de in artikel 28 Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen, waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden, zich verzetten tegen de toekenning van een door de veroordeelde gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit.
- Uit artikel 9, § 3, Basiswet Rechtspositie Gedetineerden kan niet worden afgeleid dat de strafuitvoeringsrechter die vaststelt dat een strafuitvoeringsmodaliteit niet kan worden toegekend gelet op het voorhanden zijn van één of meerdere van de door artikel 28 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen, zich bovendien moet uitspreken over een individueel detentieplan. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 45 Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechter laat na te motiveren waarom de eiser pas na vier maanden een nieuw verzoek om elektronisch toezicht kan indienen.
- De strafuitvoeringsrechter bepaalt binnen de door artikel 45 Wet Strafuitvoering vastgelegde grens discretionair de datum vanaf wanneer de veroordeelde een nieuw verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit kan indienen. Hij dient die beslissing niet nader met redenen te omkleden. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250218.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.8 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230502.2N.15 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div