id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250221.1N.4 Rolnummer: F.22.0164.N-F.22.0165.N Zaak: CEDEF cvoa contra BELGISCHE STAAT, FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-04-09 Raadplegingen: 631 - laatst gezien 2026-06-18 12:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250221.1N.4 Fiche Noch artikel 45, § 1, Btw-wetboek, noch enige andere wetsbepaling laten toe de aftrek van de belasting te weigeren om reden dat de kostprijs van de geleverde goederen of de verleende diensten op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreft
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Kosten die op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen - Aftrek voorbelasting - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 45, § 1 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing I Nr. F.22.0164.N CEDEF cvoa, met zetel te 8500 Kortrijk, Koning Albertstraat 40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0449.341.117, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Michel Maus, advocaat met kantoor te 8020 Oostkamp, Hertsbergsestraat 4 en mr. Pieterjan Smeyers, advocaat met kantoor te 1170 Brussel, Vorstlaan 90, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-centrumdirecteur KMO-Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, verweerder. II Nr. F.22.0165.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-centrumdirecteur KMO-Kortrijk, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6 bus 742, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest. tegen CEDEF cvoa, met zetel te 8500 Kortrijk, Koning Albertstraat 40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0449.341.117, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 maart
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 31 december 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres I voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging
- De cassatieberoepen in de zaken F.22.0164.N en F.22.0165.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest en dienen bijgevolg te worden gevoegd. B. Zaak F.22.0164.N Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 45, § 1, Btw-wetboek mag elke belastingplichtige de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek brengen op de belasting die hij verschuldigd is in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen. Noch artikel 45, § 1, Btw-wetboek, noch enige andere wetsbepaling laten toe de aftrek van de belasting te weigeren om reden dat de kostprijs van de geleverde goederen of de verleende diensten op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreft.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de zaakvoerder van de eiseres een bergruimte huurde voor 50 euro per maand en de eiseres deze bergruimte op haar beurt huurde van haar eigen zaakvoerder gedurende een periode van 7 jaar voor een vooraf betaald bedrag van 56.000 euro (666,67 euro per maand), en daarop btw werd aangerekend voor een bedrag van 11.760 euro; - uit de door de eiseres in haar conclusie opgenomen foto’s blijkt dat de garage duidelijk niet enkel gebruikt wordt voor de opslag van het archief van klantendossiers en uit het onderzoek ter plaatse is gebleken dat de garagebox ook verschillende persoonlijke documenten, archieven en goederen van de zaakvoerder bevat, de eiseres ook niet bewijst dat de garagebox werkelijk een oppervlakte heeft van 90 m2 en de garagebox niet is ingericht of uitgerust als archiefruimte en niet vergelijkbaar is met een professionele opslagruimte; - de stelling van de eiseres dat de zaakvoerder de garagebox al sedert 1 januari 1999 huurt en deze steeds ter beschikking stelde van de eiseres niet wordt bewezen; - de bewering dat de aanrekening van 56.000 euro een inhaalbeweging betekende, niet toelaat deze uitgave als een beroepskost te aanvaarden en artikel 45 Btw-wetboek niet toelaat om btw in aftrek te brengen die in het verleden om een of andere reden niet in aftrek werd genomen; - in de redenering van de eiseres dat F.L. begin 2019 de klantendossiers heeft overgenomen, de zaakvoerder de huur voor de jaren 2019, 2020 en 2021 had moeten aanrekenen aan F.L. en niet aan de eiseres; - de stelling van de eiseres dat de vooraf aangerekende huur van 56.000 euro in werkelijkheid betrekking had op een periode van 11 jaar omdat de laatste dossiers van 2018 (voorafgaand aan de overlating in 2019) nog 7 jaar bewaard moeten worden tot 2025 en dat dit zou neerkomen op een maandelijkse huur van 424 euro, niet kan worden gevolgd; - de belastingplichtige, om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen, niet alleen in het bezit dient te zijn van een regelmatige factuur, maar eveneens het bewijs dient te leveren dat hij de hem in rekening gebrachte btw op goederen en diensten in aftrek mag brengen; - in de mate vermeldingen op de factuur voorkomen die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, het recht op aftrek verworpen moet worden, en dit zowel op basis van de vastgestelde onregelmatigheden als op basis van de feitelijke elementen die aantonen dat de op de factuur vermelde handeling niet met de werkelijkheid overeenstemt; - samen met de eerste rechter het hof van beroep ook van oordeel is dat de huurprijs overdreven is en er voor de garagebox een huurprijs van maximaal 75 euro per maand kan worden aanvaard als beroepskost van de eiseres; - hieruit volgt dat de op de huur betaalde btw slechts aftrekbaar is ten belope van 1.512 euro.
- De appelrechter die aldus de aftrekbaarheid van de voorbelasting reduceert op grond dat de kostprijs van de huur van de bergruimte op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreft, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) C. Zaak F.22.0165.N
- De door het middel bestreden beslissing over de aan de eiseres opgelegde administratieve boete wordt bij wijze van uitbreiding van de cassatie in zaak F.22.0164.N vernietigd. Het middel behoeft bijgevolg geen antwoord. Dictum Het Hof, Voegt de zaken F.22.0164.N en F.22.0165.N Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de aftrekbaarheid van de btw betreffende de huur van een bergruimte en over de administratieve geldboete en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 21 februari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250221.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250221.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div