← België

V. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 162bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Geen strafvervolging op initiatief van de burgerlijke partij - Veroordeling in eerste aanleg - Geen hoger beroep van de burgerlijke partij - Vrijspraak in tweede aanleg - Beslissing van onbevoegdheid wat betreft de burgerlijke vordering - Toewijzing van de gerechtskosten aan de burgerlijke partij - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 162bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Strafzaken - Rechtsplegingsvergoeding - Geen strafvervolging op initiatief van de burgerlijke partij - Veroordeling in eerste aanleg - Geen hoger beroep van de burgerlijke partij - Vrijspraak in tweede aanleg - Beslissing van onbevoegdheid wat betreft de burgerlijke vordering - Toewijzing van de gerechtskosten aan de burgerlijke partij - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 162bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Fiches 4 - 5 Uit artikel 162 Wetboek van Strafvordering volgt dat een burgerlijke partij die voor het vonnisgerecht niet rechtstreeks heeft gedagvaard of de strafvordering zelf niet op gang heeft gebracht, niet kan worden veroordeeld tot de kosten van de strafvordering. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Geen strafvervolging op initiatief van de burgerlijke partij - Veroordeling in eerste aanleg - Geen hoger beroep van de burgerlijke partij - Vrijspraak in tweede aanleg - Toewijzing van de gerechtskosten aan de burgerlijke partij - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 162

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Gerechtskosten - Strafzaak - Procedure voor de feitenrechter - Geen strafvervolging op initiatief van de burgerlijke partij - Veroordeling in eerste aanleg - Geen hoger beroep van de burgerlijke partij - Vrijspraak in tweede aanleg - Toewijzing van de gerechtskosten aan de burgerlijke partij - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 162- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.1747.N J. V., burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat de balie Antwerpen, tegen

  1. P. D. B., beklaagde,
  2. BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug 16, ON 0400.048.883, vrijwillig tussenkomende partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 15 november
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 162bis Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis veroordeelt de eiseres ten onrechte tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de verweerders voor beide aanleggen, terwijl aan de toepassingsvoorwaarden daartoe niet is voldaan; zijzelf heeft geen hoger beroep ingesteld; het openbaar ministerie is het beroep van de verweerder 1 als beklaagde gevolgd.
  5. Artikel 162bis Wetboek van Strafvordering, dat volgens artikel 176 Wetboek van Strafvordering ook van toepassing is op de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep, bepaalt dat: - ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen veroordeelt tot het betalen aan de burgerlijke partij van de in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtsplegingsvergoeding; - de burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard of die zich met een afzonderlijke vordering heeft aangesloten bij een rechtstreekse dagvaarding van een andere partij, of die, bij ontstentenis van enig beroep van het openbaar ministerie, de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, hoger beroep heeft ingesteld en die in het ongelijk wordt gesteld, kan worden veroordeeld tot het betalen van de in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsplegingsvergoeding aan de beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke partij.
  6. Uit die bepaling volgt dat een burgerlijke partij die voor het vonnisgerecht niet rechtstreeks heeft gedagvaard of zich niet bij de rechtstreekse dagvaarding van een andere burgerlijke partij heeft aangesloten en die tegen het beroepen vonnis, dat de beklaagde en de vrijwillig tussenkomende partij heeft veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de burgerlijke partij, zelf geen hoger beroep heeft ingesteld, niet kan worden veroordeeld tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de beklaagde en aan de vrijwillig tussenkomende partij. Dat het appelgerecht zich na een vrijspraak van de beklaagde onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vordering van de burgerlijke partij tegen de beklaagde en tegen de vrijwillig tussenkomende partij, is daarbij niet relevant.
  7. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt en de eiseres als in het ongelijk gestelde partij veroordeelt tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de verweerders en dit voor beide aanleggen schendt artikel 162bis Wetboek van Strafvordering. Het middel is gegrond. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 162, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis veroordeelt de eiser ten onrechte tot betaling van de kosten van beide aanleggen, die worden bepaald op 189,01 euro; er is aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 162, tweede lid, Wetboek van Strafvordering niet voldaan; de vordering van de eiseres is louter een accessorium van de tegen de verweerder 1 door het openbaar ministerie op gang gebrachte strafvordering; de eiseres heeft zelf geen hoger beroep ingesteld.
  9. Artikel 162 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat: - ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen verwijst in de kosten, zelfs jegens de openbare partij; - de burgerlijke partij die in het ongelijk wordt gesteld, kan worden veroordeeld in de kosten jegens de Staat en jegens de beklaagde of in een gedeelte ervan. Zij kan worden veroordeeld in alle, dan wel een deel van de kosten door de Staat en door de beklaagde gemaakt, wanneer zij het initiatief tot de rechtstreekse dagvaarding heeft genomen of wanneer een onderzoek is geopend ten gevolge van haar optreden als burgerlijke partij. Het betreft de kosten gemaakt na de burgerlijkepartijstelling of na de rechtstreekse dagvaarding.
  10. Uit die bepaling volgt dat een burgerlijke partij die voor het vonnisgerecht niet rechtstreeks heeft gedagvaard of de strafvordering zelf niet op gang heeft gebracht, niet kan worden veroordeeld tot de kosten van de strafvordering.
  11. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt en de eiseres veroordeelt tot betaling van de kosten van de strafvordering in beide aanleggen, schendt artikel 162 Wetboek van Strafvordering. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit de eiseres veroordeelt tot betaling van: - een rechtsplegingsvergoeding aan de verweerders voor de beide aanleggen; - de kosten van de strafvordering in beide aanleggen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot de helft van de kosten van haar cassatieberoep. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 70,81 euro, waarvan 35,81 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 25 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251029.2F.12 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080213.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200610.2N.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210922.2F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.