id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.6 Rolnummer: P.25.0225.N Zaak: PK STRAFUITVOERINGSRB ANTWERPEN contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-03-10 Raadplegingen: 500 - laatst gezien 2026-06-18 19:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Uit de artikel 109, eerste lid, Wet Strafuitvoering en de artikelen 16 en 17, eerste lid, Operationaliseringswet Strafuitvoering, hun wetsgeschiedenis en het daaruit voortvloeiende principe dat voor de toepasselijkheid van de artikelen betreffende de gefaseerde inwerkingtreding van de Wet Strafuitvoering met betrekking tot vrijheidsstraffen van drie jaar en minder en de daarvoor toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten, opgenomen in titel V Wet Strafuitvoering, het straftotaal bepalend is, volgt dat indien een veroordeelde na 1 september 2023 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar of minder maar zes maanden of meer en er bovendien na die datum een straf in uitvoering komt wegens de herroeping met een vonnis daterend van na 1 september 2023 van een probatieuitstel hem verleend met een beslissing daterend van voor die datum maar na 1 september 2022, er voor de beoordeling van de toepasselijkheid van de bepalingen betreffende de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten rekening moet worden gehouden met de beide straffen
(1).
(1)Over de bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbank in geval van uitvoering van een tweede titel van strafuitvoering, die een herroeping inhoudt van een probatie-uitstel toegekend in een periode dat straffen onder de drie jaar nog niet werden uitgevoerd, zie ook Cass. 4 februari 2025, AR P.25.0062.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.16, met concl. OM en R. CASSIERS, Strafuitvoeringsrechtbank, APR, Kluwer, 2024,
- Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Materiële bevoegdheid - Uitvoering van twee vrijheidsstraffen beneden de twee jaar - Straftotaal tussen twee en drie jaar - Herroeping van het probatieuitstel uitgesproken na 1 september 2023 van één veroordeling uitgesproken na 1 september 2022 - Uitvoering van een andere veroordeling tot een gevangenisstraf van of beneden de twee jaar uitgesproken na 1 september 2023 - Vonnis van niet-ontvankelijk verzoek tot een modaliteit wegens onbevoegdheid - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 109 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 29 juni 2021 tot operationalisering van de procedure voor de uitvoering van vrijheidsstraffen van drie jaar of minder - 29-06-2021 - Art. 16 - 22 Link Justel databank 20210629-22 Wet 29 juni 2021 tot operationalisering van de procedure voor de uitvoering van vrijheidsstraffen van drie jaar of minder - 29-06-2021 - Art. 17, eerste lid - 22 Link Justel databank 20210629-22 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Materiële bevoegdheid - Uitvoering van twee vrijheidsstraffen beneden de twee jaar - Straftotaal tussen twee en drie jaar - Herroeping van het probatieuitstel uitgesproken na 1 september 2023 van één veroordeling uitgesproken na 1 september 2022 - Uitvoering van een andere veroordeling tot een gevangenisstraf van of beneden de twee jaar uitgesproken na 1 september 2023 - Vonnis van niet-ontvankelijk verzoek tot een modaliteit wegens onbevoegdheid - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 109 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 29 juni 2021 tot operationalisering van de procedure voor de uitvoering van vrijheidsstraffen van drie jaar of minder - 29-06-2021 - Art. 16 - 22 Link Justel databank 20210629-22 Wet 29 juni 2021 tot operationalisering van de procedure voor de uitvoering van vrijheidsstraffen van drie jaar of minder - 29-06-2021 - Art. 17, eerste lid - 22 Link Justel databank 20210629-22 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Materiële bevoegdheid - Uitvoering van twee vrijheidsstraffen beneden de twee jaar - Straftotaal tussen twee en drie jaar - Herroeping van het probatieuitstel uitgesproken na 1 september 2023 van één veroordeling uitgesproken na 1 september 2022 - Uitvoering van een andere veroordeling tot een gevangenisstraf van of beneden de twee jaar uitgesproken na 1 september 2023 - Vonnis van niet-ontvankelijk verzoek tot een modaliteit wegens onbevoegdheid - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 109 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 29 juni 2021 tot operationalisering van de procedure voor de uitvoering van vrijheidsstraffen van drie jaar of minder - 29-06-2021 - Art. 16 - 22 Link Justel databank 20210629-22 Wet 29 juni 2021 tot operationalisering van de procedure voor de uitvoering van vrijheidsstraffen van drie jaar of minder - 29-06-2021 - Art. 17, eerste lid - 22 Link Justel databank 20210629-22 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0225.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE STRAFUITVOERINGSRECHTBANK ANTWERPEN, eiser, tegen S. S., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 5 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 109, eerste lid, Wet Strafuitvoering: het vonnis verklaart ten onrechte het verzoek om elektronisch toezicht niet ontvankelijk; de verweerster werd op 2 september 2024 door de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van achttien maanden; het probatie-uitstel van de gevangenisstraf van twaalf maanden waartoe de verweerster bij vonnis van dezelfde rechtbank van 8 november 2022 was veroordeeld, werd bij rechterlijke beslissing herroepen en niet van rechtswege zoals het vonnis oordeelt; deze straffen werden gelijktijdig in uitvoering gebracht, namelijk op 3 december 2024; op basis van deze beide titels – achttien maanden en twaalf maanden of samen dertig maanden – bevindt de verweerster zich in de strafcategorie van twee tot en met drie jaar; uit artikel 27 Wet Strafuitvoering volgt dat voor het bepalen van het uitvoerbaar gedeelte moet worden uitgegaan van het straftotaal; dat geldt ook voor de invulling die aan de overgangsbepaling van artikel 109 Wet Strafuitvoering moet worden gegeven; een beoordeling per afzonderlijke strafuitvoeringstitel zou immers impliceren dat voor de ene titel de Wet Strafuitvoering van toepassing is terwijl dit voor een andere titel niet het geval zou zijn; dat is strijdig met de filosofie van de overgangsbepaling welke beoogde om de strafuitvoering onder eenzelfde regime te laten verlopen; bij een straftotaal van meer dan twee jaar moeten alle veroordelingen zijn uitgesproken na 1 september 2022, wat hier het geval is.
- Volgens artikel 16, eerste lid, van de wet van 29 juni 2021 tot operationalisering van de procedure voor de uitvoering van vrijheidsstraffen van drie jaar of minder (hierna Operationaliseringswet Strafuitvoering) zijn de bepalingen van de Wet Strafuitvoering die betrekking hebben op de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten van toepassing op veroordeelden die uitsluitend een vonnis of arrest uitvoeren voor vrijheidsstraffen van drie jaar of minder, uitgesproken na de inwerkingtreding van de Operationaliseringswet Strafuitvoering, voor zover deze in kracht van gewijsde zijn getreden, tenzij de veroordeelde schriftelijk verzoekt om toepassing te maken van de bepalingen over die modaliteiten opgenomen in titel V Wet Strafuitvoering. Volgens het tweede lid van dit artikel blijven deze bepalingen van toepassing ingeval een veroordeelde overeenkomstig het eerste lid het voorwerp uitmaakt van de toepassing ervan en er ten aanzien van hem nadien een straf in uitvoering komt die werd uitgesproken voor de inwerking van deze wet, voor zover de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden.
- Volgens artikel 17, eerste lid, Operationaliseringwet Strafuitvoering treedt deze wet in werking op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 1 september
- Volgens het tweede lid van dit artikel treden de bepalingen van de wet die betrekking hebben op de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten in werking op 1 september 2023 ten aanzien van de veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte twee jaar of minder, maar zes maanden of meer bedraagt.
- Volgens artikel 109, eerste lid, Wet Strafuitvoering treedt elk artikel van deze wet in werking op de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 september
- Volgens het tweede lid van dit artikel treden in afwijking daarvan de bepalingen die betrekking hebben op de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten bepaald in titel V ten aanzien van een veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte twee jaar of minder maar zes maanden of meer bedraagt, in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 september
- Volgens artikel 27, eerste lid, Wet Strafuitvoering wordt voor de toepassing van hoofdstuk I van titel VI Wet Strafuitvoering onder vrijheidsstraffen van drie jaar of minder bedoeld, één of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt.
- Uit de voormelde bepalingen, hun wetsgeschiedenis en het daaruit voortvloeiende principe dat voor de toepasselijkheid van de artikelen betreffende de gefaseerde inwerkingtreding van de Wet Strafuitvoering met betrekking tot vrijheidsstraffen van drie jaar en minder en de daarvoor toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten het straftotaal bepalend is, volgt dat indien een veroordeelde na 1 september 2023 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar of minder maar zes maanden of meer en er bovendien na die datum een straf in uitvoering komt wegens de herroeping met een vonnis daterend van na 1 september 2023 van een probatie-uitstel hem verleend met een beslissing daterend van voor die datum maar na 1 september 2022, er voor de beoordeling van de toepasselijkheid van de bepalingen betreffende de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten rekening moet worden gehouden met de beide straffen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - de verweerster werd bij vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 8 november 2022 veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twaalf maanden, met probatie-uitstel; - met een vonnis van 2 september 2024 (rolnr. (…)) werd de verweerster veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden; - met een vonnis van 2 september 2024 (rolnr. (…)) werd het met het vonnis van 8 november 2022 aan de verweerster verleende probatie-uitstel herroepen; - de beide straffen zijn in uitvoering gebracht op 3 december
- Daaruit volgt dat ingevolge veroordelingen die dateren van na 1 september 2022 de verweerster vrijheidsstraffen moet ondergaan voor in totaal dertig maanden, namelijk achttien maanden ingevolge de veroordeling van 2 september 2024 en twaalf maanden ingevolge de beslissing van 2 september 2024 tot herroeping van het probatie-uitstel verleend bij vonnis van 8 november
- Bijgevolg zijn de bepalingen van toepassing die gelden voor een veroordeelde tot vrijheidsstraffen van meer dan twee jaar maar minder dan drie jaar. De omstandigheid dat zowel de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf als de herroeping van het probatie-uitstel van twaalf maanden verleend bij vonnis van 8 november 2022 dateren van na 1 september 2023 laat niet toe anders te oordelen.
- De beslissing dat aangezien de verweerster ook een gevangenisstraf van twaalf maanden uitvoert als gevolg van een veroordeling van 8 november 2022 en dus daterend van voor 1 september 2023, de strafuitvoeringsrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de verweerster om elektronisch toezicht en dit verzoek onontvankelijk is, is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 25 februari 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div