Obsah (11)
Art. 58bisArt. 319Art. 319bisArt. 322Art. 584Art. 588Art. 589Art. 589bisArt. 156bisArt. 383Art. 383terid="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 58bis
, 2° - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) -
Art. 319
, eerste, tweede en vijfde lid - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) -
Art. 319bis
, eerste lid - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) -
Art. 322
, tweede lid - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Fiche 2 De rechtsprekende taken van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank zijn neergelegd in artikel 584, derde lid, en 588 tot en met 589bis Gerechtelijk Wetboek, alsook in artikel XX.32. WER
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Voorzitter ondernemingsrechtbank - Rechtsprekende taken - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 584
, derde lid - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 588
- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 589
- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 589bis- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art.
XX.32 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 3 De voorzitter van de ondernemingsrechtbank kan met betrekking tot zijn rechtsprekende taken, zoals deze neergelegd in artikel XX.32 WER, worden vervangen door een plaatsvervangende magistraat in de zin van artikel 156bis Gerechtelijk Wetboek, aangewezen met toepassing van artikel 383, §2, Gerechtelijk Wetboek, en derhalve ook na de leeftijd van zeventig jaar, gedurende een tijdspanne van één jaar die viermaal kan worden hernieuwd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Voorzitter ondernemingsrechtbank - Rechtsprekende taken - Verhindering en vervanging - Vervanging - Plaatsvervangende magistraat Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) -
Art. 156bis
- 02 ELI link Pub nr 1967101053 Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) -
Art. 322
, tweede lid - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) -
Art. 383
, §§ 1, 2 en 5 - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) -
Art. 383ter
, § 1 - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 584
, derde lid - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 588
- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 589
- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -
Art. 589bis- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art.
XX.32 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0324.N P. D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- Mr. Philippe BAILLON, advocaat met kantoor te 9200 Dendermonde, Noordlaan 172, bus 1, in zijn hoedanigheid van voorlopige bewindvoerder van P. D., eerste verweerder,
- Mr. Petra SEYMOENS, advocaat met kantoor te 9400 Ninove, Edingsesteenweg 268, in haar hoedanigheid van voorlopige bewindvoerder van P. D., tweede verweerster,
- LOEWENSTEIN INVEST SCHWEIZ AG, vennootschap naar Zwitsers recht, met zetel te CH-6300 Zug (Zwitserland), Baarerstrasse 75, derde verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de derde verweerster woonplaats kiest,
- Mr. Frederic LELEUX, advocaat met kantoor te 9400 Ninove, Edingsesteenweg 268, in zijn hoedanigheid van curator van P. D., vierde verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 8 april 2024 (nr. 2023/AR/1713). Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 28 januari 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 383, § 1, Gerechtelijk Wetboek houden magistraten in de ondernemingsrechtbanken op hun ambt uit te oefenen en worden zij in rust gesteld op het einde van de maand in de loop waarvan zij de leeftijd van zevenenzestig jaar bereiken. Krachtens artikel 383ter, § 1, Gerechtelijk Wetboek kunnen zij, op hun verzoek en op grond van een met redenen omkleed advies van hun korpschef, door de Koning worden gemachtigd om hun ambt te blijven uitoefenen tot zij de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt. Krachtens artikel 383, § 2, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kunnen zij, op hun verzoek, door de voorzitter van de rechtbank worden aangewezen om het ambt van plaatsvervangende magistraat uit te oefenen tot zij de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt. Krachtens artikel 383, § 2, tweede lid, en § 5, Gerechtelijk Wetboek kunnen zowel zij die hun ambt zijn blijven uitoefenen overeenkomstig artikel 383ter, § 1, als zij die reeds als plaatsvervangende magistraat zijn aangewezen overeenkomstig artikel 383, § 2, eerste lid, op hun verzoek, na de leeftijd van zeventig jaar, als plaatsvervangende magistraat worden aangewezen respectievelijk hun ambt van plaatsvervangende magistraat blijven uitoefenen, en dit gedurende een tijdspanne van één jaar die viermaal kan worden hernieuwd. Die aanwijzing dan wel voortzetting en hernieuwingen worden beslist bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank die ze nuttig acht wegens de behoeften van de dienst.
- Onder de rubriek ‘Plaatsvervangende magistraten aangewezen uit de op rust gestelde magistraten’ bepaalt artikel 156bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek dat in de ondernemingsrechtbanken plaatsvervangende magistraten worden aangewezen uit de wegens hun leeftijd overeenkomstig artikel 383, § 1, Gerechtelijk Wetboek op rust gestelde magistraten. Zij hebben geen permanente functie en worden benoemd overeenkomstig artikel 383, § 2, om verhinderde magistraten tijdelijk, naargelang van het geval en ieder wat hem betreft, te vervangen. Het tweede lid vervolgt dat deze plaatsvervangende magistraten ook kunnen worden geroepen om zitting te nemen wanneer de bezetting niet volstaat om de hangende zaken te behandelen.
- Artikel 58bis, 2°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, voor wat de magistraten betreft, wordt verstaan onder ‘korpschef’: onder meer de titularis van een mandaat van voorzitter van de ondernemingsrechtbank.
- Artikel 319, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing, bepaalt dat in de rechtbanken die zijn samengesteld uit een of meerdere afdelingen, de korpschef wordt vervangen door de afdelingsvoorzitter die hij aanwijst. Wanneer hij geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door de afdelingsvoorzitter met de hoogste dienstanciënniteit. Het tweede lid vervolgt dat in de andere gevallen de korpschef wordt vervangen door de magistraat die hij daartoe heeft aangewezen. Wanneer hij geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door een adjunct-mandaathouder naar orde van dienstanciënniteit of bij ontstentenis van deze door een andere magistraat naar orde van dienstanciënniteit. Krachtens het vijfde lid neemt de vervanging van rechtswege een einde bij het bereiken van de in artikel 383, § 1, bedoelde leeftijdsgrens. Artikel 319bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de verhinderde afdelingsvoorzitter wordt vervangen door de magistraat die de korpschef daartoe aanwijst. Wanneer hij geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door een houder van het adjunct-mandaat van ondervoorzitter naar orde van dienstanciënniteit of bij ontstentenis van deze door een andere magistraat naar orde van dienstanciënniteit. Artikel 322, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de kamervoorzitter in de ondernemingsrechtbank wordt vervangen door de voorzitter van de rechtbank of door de rechter die hij aanwijst of door een plaatsvervangende rechter. Uit voormelde bepalingen van de artikelen 319, 319bis en 322 Gerechtelijk Wetboek en hun wetsgeschiedenis volgt dat het bijzondere regime van vervanging van de korpschef dan wel afdelingsvoorzitter in de zin van de artikelen 319 en 319bis betrekking heeft op de taken van algemene leiding en management van de korpschef met het oog op continuïteit van de organisatorische en administratieve werking van de rechtbank, terwijl het algemene regime van vervanging van een kamervoorzitter in de zin artikel 322 mede van toepassing is voor de vervanging van de voorzitter van de rechtbank met betrekking tot zijn rechtsprekende taken.
- Rechtsprekende taken van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank zijn neergelegd in artikel 584, derde lid, en 588 tot en met 589bis Gerechtelijk Wetboek, alsook in artikel XX.32 WER. Krachtens artikel XX.32, § 1, WER kan, wanneer gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden voor een faillissement zijn vervuld, de voorzitter van de rechtbank, hetzij op eenzijdig verzoek van iedere belanghebbende hetzij ambtshalve, aan de onderneming geheel of ten dele het beheer van het geheel of een gedeelte van haar activa of activiteiten ontnemen. Krachtens artikel XX.32, § 2, eerste lid, WER wijst de voorzitter van de rechtbank een of meer voorlopige bewindvoerders aan vertrouwd met het bestuur van een onderneming en met boekhouden en bepaalt hij nauwkeurig hun bevoegdheid, met uitsluiting van de aangifte van het faillissement van de onderneming of de vertegenwoordiging in de faillissementsprocedure.
- Uit het voorgaande volgt dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank met betrekking tot zijn rechtsprekende taken, zoals deze neergelegd in artikel XX.32 WER, kan worden vervangen door een plaatsvervangende magistraat in de zin van artikel 156bis Gerechtelijk Wetboek, aangewezen met toepassing van artikel 383, § 2, Gerechtelijk Wetboek, en derhalve ook na de leeftijd van zeventig jaar, gedurende een tijdspanne van één jaar die viermaal kan worden hernieuwd.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - het openbaar ministerie bij brief van 26 april 2023 een reeks inlichtingen verstrekte over de eiser als ondernemer; - op basis van deze gegevens de dienstdoende voorzitter van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde, oordeelde dat gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden voor een faillissement zijn vervuld, zodat de toepassing van artikel XX.32 WER zich opdrong; - de dienstdoende voorzitter zodoende ambtshalve bij beschikking van 27 april 2023 met toepassing van artikel XX.32 WER het volledige beheer van de eiser over het geheel van zijn goederen ontnam en overdroeg aan de eerste en tweede verweerders als voorlopige bewindvoerders met een nader bepaalde opdracht, waaronder een mogelijke dagvaarding tot faillissement; - het derdenverzet tegen deze beschikking werd afgewezen bij beschikking van 29 juni 2023; - de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde, bij vonnis van 9 oktober 2023, op dagvaarding van de eerste en tweede verweerders van 11 mei 2023, de eiser failliet verklaarde, met aanwijzing van de vierde verweerder als curator; - de eiser aanvoert dat de beschikking van 27 april 2023 nietig is, omdat de dienstdoende voorzitter die ze heeft gewezen een plaatsvervangende magistraat is, die de in artikel 383, § 1, Gerechtelijk Wetboek bedoelde leeftijdsgrens heeft bereikt; - de dienstdoende voorzitter, op zijn verzoek, fungeert als plaatsvervangende magistraat, gelet op een eerste beschikking van 20 juni 2022 tot hernieuwing van zijn ambt als plaatsvervangende magistraat tot hij de leeftijd van tweeënzeventig jaar heeft bereikt; - hij bij een tweede verbeterde beschikking van 20 juni 2022 wordt aangewezen om vanaf 20 september 2022 tijdelijk het ambt van rechter waar te nemen in de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde, en zo nodig in de andere afdelingen van deze rechtbank; - hij daarbij tevens wordt aangewezen om als plaatsvervangende magistraat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank Gent te vervangen met betrekking tot zijn rechtsprekende taken neergelegd in de artikelen 584, derde lid, en 588 tot en met 589bis Gerechtelijk Wetboek, alsook in artikel XX.32 WER; - het statuut van een plaatsvervangende magistraat is bepaald in artikel 156bis Gerechtelijk Wetboek, dat moet worden onderscheiden van dat van een plaatsvervangende rechter in de zin van artikel 87 Gerechtelijk Wetboek; - een plaatsvervangende magistraat als enig rechter zitting kan houden, zoals ook artikel 195 Gerechtelijk Wetboek bepaalt; - de dienstdoende voorzitter binnen het raam van de artikelen 156bis, 195 en 322 Gerechtelijk Wetboek de voorzitter van de ondernemingsrechtbank kan vervangen met betrekking tot zijn rechtsprekende taken neergelegd in de artikelen 584, derde lid, en 588 tot en met 589bis Gerechtelijk Wetboek, alsook in artikel XX.32 WER; - het bijzondere regime van vervanging van de korpschef in de zin van artikel 319 Gerechtelijk, zoals mede blijkt uit de wetsgeschiedenis, enkel betrekking heeft op de taken van algemene leiding en management van de korpschef en niet op zijn rechtsprekende taken; - voormelde verbeterde beschikking van 20 juni 2022 tot hernieuwing van ambt van plaatsvervangende magistraat geenszins een niet-toegelaten overdracht van rechtsmacht in de zin van artikel 11, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek behelst.
- De appelrechters die op grond van deze redenen besluiten dat voormelde beschikking van 27 april 2023 rechtsgeldig is, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, wijzen de appelrechters met hun vaststelling dat de plaatsvervangende magistraat zijn ambt is ‘blijven uitoefenen’ op de hernieuwingen van de aanwijzing met toepassing van artikel 383, § 2, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en niet op een ‘permanente functie’ van de plaatsvervangende magistraat die wordt uitgesloten in artikel 156bis Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.093,98 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest en in openbare rechtszitting van 28 februari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250228.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250228.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div