id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250303.3N.1 Rolnummer: C.24.0275.N Zaak: WOONHAVEN ANTWERPEN bv contra K. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-03-24 Raadplegingen: 518 - laatst gezien 2026-06-15 08:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Uit de artikelen 6.2, tweede lid, en 6.33, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2020 tot codificatie van de decreten betreffende het woonbeleid en artikel 6.70 van het besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 volgt dat de verhuurder in geval van opzeg overeenkomstig artikel 6.33, eerste lid, 2°, Vlaamse Codex Wonen van 2021, geen aanspraak kan maken op een wederverhuringsvergoeding zoals bedoeld in artikel 6.70, Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
(1).
(1)Artikel 6.33, eerste lid, 2° zoals van kracht voor de wijziging door het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli
- Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HUISHUUR - Einde (Opzegging. Verlenging. Enz) Vrije woorden: Opzegging - Sociale huurwoning - Wederverhuringvergoeding Wettelijke bepalingen: Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 6.2, tweede lid - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 - 17-07-2020 - Art. 6.33, eerste lid, 2° - 72 ELI link Pub nr 2020A43545 Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 - 11-09-2020 - Art. 6.70 - 17 ELI link Pub nr 2020016229 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0275.N WOONHAVEN ANTWERPEN bv, met zetel te 2020 Antwerpen, Jan Denucéstraat 23, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.795.657, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A. K., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 4 januari
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 13 december 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens het hier toepasselijke artikel 6.33, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2020 tot codificatie van de decreten betreffende het woonbeleid, hierna Vlaamse Codex Wonen van 2021, kan de verhuurder de overeenkomst opzeggen bij een ernstige of blijvende tekortkoming van de huurder met betrekking tot zijn verplichtingen. Krachtens artikel 6.2, tweede lid, Vlaamse Codex Wonen van 2021 gelden voor de aspecten die niet geregeld zijn in boek 6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 of in de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van dit boek, de bepalingen van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling I, van het Burgerlijk Wetboek en van het Vlaams Woninghuurdecreet.
- Artikel 6.70 van het besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, hierna Besluit Vlaamse Codex Wonen 2021, bepaalt dat wanneer de huurovereenkomst ontbonden wordt door wanprestatie van de huurder, de huurder een vergoeding betaalt die overeenstemt met de huurprijs gedurende de tijd die voor de wederverhuring nodig is, rekening houdend met de toewijzingsprocedure en het opnieuw in orde stellen voor een nieuwe verhuring, met behoud van de toepassing van de vergoeding van de schade die door wangebruik is veroorzaakt.
- Uit deze bepalingen volgt dat de verhuurder in geval van opzeg overeenkomstig artikel 6.33, eerste lid, 2°, Vlaamse Codex Wonen van 2021, geen aanspraak kan maken op een wederverhuringsvergoeding zoals bedoeld in artikel 6.70, Besluit Vlaamse Codex Wonen van
- Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- De door de eiseres in het onderdeel aangevoerde ongelijke behandeling tussen de verhuurder die de ontbinding vordert op grond van een ernstige en blijvende tekortkoming en de verhuurder die opzegt op grond van een ernstige en blijvende tekortkoming, is het gevolg van een keuze om op te zeggen of te ontbinden die voor elke verhuurder gelijk is. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, gelden de gevolgen van deze keuze zonder onderscheid voor alle verhuurders. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde onderdeel
- De zelfstandige en in het eerste en tweede onderdeel vergeefs bekritiseerde reden draagt de beslissing van de appelrechter dat de eiseres geen recht heeft op een wederverhuringsvergoeding. Het onderdeel dat enkel opkomt tegen een door de appelrechter ten overvloede gegeven reden, kan niet tot cassatie leiden en is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
- De eiseres voerde voor de appelrechter aan dat het schadebeding van 10 pct., ten belope van 71,50 euro, dat zij in rekening brengt, berekend wordt op de op het ogenblik van de derde aanmaningsbrief openstaande huurachterstal van 715,00 euro, waarbij zij verwees naar haar stuk
- Aldus verduidelijkte de eiseres op welk bedrag zij het door haar gevorderde schadebeding van 10 pct. toepaste.
- De appelrechter die met overname van de redenen van het beroepen vonnis en op grond van eigen redenen oordeelt dat de eiseres niet verduidelijkt op welk bedrag zij dit schadebeding toepast, geeft van de voormelde conclusie van de eiseres een uitleg die daarmee niet verenigbaar is en miskent de bewijskracht ervan. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 1231, § 1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek kan de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, de straf die bestaat in het betalen van een bepaalde geldsom verminderen, wanneer die som kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden.
- De appelrechter die met overname van de redenen van de eerste rechter oordeelt dat het niet gepast voorkomt om de sanctie, te weten het schadebeding van 10 pct. of 71,50 euro, toe te passen aangezien de huurder voldoende zwaar gesanctioneerd wordt door de opzeg en de terugvordering van de sociale korting, zonder vast te stellen dat de verhoging kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over het door de eiseres gevorderde schadebeding en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 3 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250303.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div