← België

TvBastards contra RSZ

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250303.3N.5 Rolnummer: S.23.0078.N Zaak: TvBastards contra RSZ Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Sociale-zekerheidsrecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2025-03-24 Raadplegingen: 1090 - laatst gezien 2026-06-18 14:49 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 42, eerste en laatste lid, 1° RSZ-wet, de artikelen 2244, eerste en tweede lid en 2247 Oud Burgerlijk Wetboek en hun wetsgeschiedenis volgt dat de stuiting van de verjaring door een dagvaarding, behoudens andersluidende bepalingen, voortduurt tot op de dag waarop het geding definitief eindigt, namelijk wanneer de beslissing niet meer vatbaar is voor verzet, hoger beroep of cassatieberoep; enkel wanneer de stuiting is geëindigd doordat de vordering definitief is afgewezen, wordt de stuiting met toepassing van artikel 2247 Oud Burgerlijk Wetboek voor niet-bestaande gehouden. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Stuiting - Einde - Definitieve beslissing - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 42, eerste en laatste lid, 1° - 04 ELI link Pub nr 1969062710 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2244, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Bijdragen - Verjaring - Termijnen - Stuiting - Einde - Definitieve beslissing - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 42, eerste en laatste lid, 1° - 04 ELI link Pub nr 1969062710 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2244, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Uit artikel 14, §§ 1 en 2 RSZ-wet, artikel 23, eerste en tweede lid Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid, artikel 2 Loonbeschermingswet, de artikelen XI.167, § 3, eerste lid en XI.205, § 4, eerste lid WER en hun onderlinge samenhang volgt dat de vergoeding die de door een arbeidsovereenkomst verbonden auteur of uitvoerende kunstenaar van zijn werkgever ontvangt, voor de overdracht van zijn vermogensrechten waartoe hij zich bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst had verbonden, een tegenprestatie is voor de overdracht van rechten met betrekking tot een in uitvoering van de arbeidsovereenkomst geleverde prestatie; die vergoeding is bijgevolg, in de regel, een voordeel waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van zijn werkgever en maakt aldus deel uit van het loon op basis waarvan de socialezekerheidsbijdragen worden berekend; het is hierbij van geen belang dat deze vermogensrechten nadien door de werkgever verder worden overgedragen aan een derde. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Bijdragen - Vermogensrechten - Overdracht - Arbeidsovereenkomst - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 14, §§ 1 en 2 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Wet 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers - 29-06-1981 - Art. 23, eerste en tweede lid - 02 ELI link Pub nr 1981001048 Wet 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers - 12-04-1965 - Art. 2 - 04 ELI link Pub nr 1965041207 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 3, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.205, § 4, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 4 Uit artikel 14, §§ 1 en 2 RSZ-wet, artikel 23, eerste en tweede lid Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid, artikel 2 Loonbeschermingswet, de artikelen XI.167, § 3, eerste lid en XI.205, § 4, eerste lid WER en hun onderlinge samenhang volgt dat de vergoeding die de door een verbonden auteur of uitvoerende kunstenaar van zijn werkgever ontvangt, voor de overdracht van zijn vermogensrechten waartoe hij zich bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst had verbonden, een tegenprestatie is voor de overdracht van rechten met betrekking tot een in uitvoering van de arbeidsovereenkomst geleverde prestatie; die vergoeding is bijgevolg, in de regel, een voordeel waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van zijn werkgever en maakt aldus deel uit van het loon op basis waarvan de socialezekerheidsbijdragen worden berekend; het is hierbij van geen belang dat deze vermogensrechten nadien door de werkgever verder worden overgedragen aan een derde. Thesaurus CAS: LOON - ALGEMEEN Vrije woorden: Sociale zekerheid - Bijdragen - Vermogensrechten - Overdracht - Arbeidsovereenkomst - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 14, §§ 1 en 2 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Wet 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers - 29-06-1981 - Art. 23, eerste en tweede lid - 02 ELI link Pub nr 1981001048 Wet 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers - 12-04-1965 - Art. 2 - 04 ELI link Pub nr 1965041207 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 3, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.205, § 4, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. S.23.0078.N TVBASTARDS nv, met zetel te 1800 Vilvoorde, Medialaan 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0445.055.103, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 16 juni

  1. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Krachtens artikel 42, eerste lid, RSZ-Wet verjaren de schuldvorderingen van de Rijksdienst voor sociale zekerheid op de werkgevers die onder deze wet vallen na drie jaar vanaf de dag van de opeisbaarheid van de bedoelde schuldvorderingen. Artikel 42, laatste lid, 1°, RSZ-Wet bepaalt dat de verjaring zoals bedoeld in het eerste tot het derde lid wordt gestuit op de wijze bepaald in de artikelen 2244 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek.
  3. Krachtens artikel 2244, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, stuit de dagvaarding voor het gerecht de verjaring van een vordering. Krachtens artikel 2244, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek stuit de dagvaarding voor het gerecht de verjaring tot op het tijdstip waarop een definitieve beslissing wordt uitgesproken. Krachtens artikel 2247 Oud Burgerlijk Wetboek wordt de stuiting voor niet-bestaande gehouden indien de eiser afstand doet van zijn eis of indien de eis wordt afgewezen.
  4. Uit deze wetsbepalingen en hun wetsgeschiedenis volgt dat de stuiting van de verjaring door een dagvaarding, behoudens andersluidende bepalingen, voortduurt tot op de dag waarop het geding definitief eindigt, namelijk wanneer de beslissing niet meer vatbaar is voor verzet, hoger beroep of cassatieberoep. Enkel wanneer de stuiting is geëindigd doordat de vordering definitief is afgewezen, wordt de stuiting met toepassing van artikel 2247 Oud Burgerlijk Wetboek voor niet-bestaande gehouden. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Tweede middel
  5. De appelrechters oordelen niet dat auteurs en uitvoerende kunstenaars, ongeacht hun statuut van werknemer of zelfstandigen, hun vermogensrechten niet aan anderen dan de werkgever kunnen overdragen, noch dat de overdracht van de vermogensrechten louter uit kracht van de dienstbetrekking gebeurt. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  6. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters uit het oog zijn verloren dat de overdracht van de vermogensrechten is gebeurd ingevolge de productieovereenkomst tussen de eiseres en haar opdrachtgever, terwijl de appelrechters beslissen dat de overdracht van de vermogensrechten is gebeurd ingevolge de uitdrukkelijke en schriftelijke overeenkomsten die de eiseres heeft gesloten met haar werknemers, berust het op een onvolledige lezing van het arrest en mist het eveneens feitelijke grondslag.
  7. Krachtens artikel 14, § 1, RSZ-Wet en artikel 23, eerste lid, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid, worden de bijdragen voor sociale zekerheid berekend op basis van het loon van de werknemer. Krachtens artikel 14, § 2, RSZ-Wet en artikel 23, tweede lid, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid wordt het begrip “loon” bepaald in artikel 2 Loonbeschermingswet. Artikel 2 Loonbeschermingswet verstaat onder “loon” het loon in geld en de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever.
  8. Overeenkomstig artikel XI.167, § 3, eerste lid, WER kunnen de vermogensrechten, wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt. Overeenkomstig artikel XI.205, § 4, eerste lid, WER kunnen de vermogensrechten, wanneer een uitvoerende kunstenaar een prestatie levert ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht is voorzien en voor zover de prestatie binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.
  9. Uit de voormelde wetsbepalingen en hun onderlinge samenhang volgt dat de vergoeding die de door een arbeidsovereenkomst verbonden auteur of uitvoerende kunstenaar van zijn werkgever ontvangt, voor de overdracht van zijn vermogensrechten waartoe hij zich bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst had verbonden, een tegenprestatie is voor de overdracht van rechten met betrekking tot een in uitvoering van de arbeidsovereenkomst geleverde prestatie. Die vergoeding is bijgevolg, in de regel, een voordeel waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van zijn werkgever en maakt aldus deel uit van het loon op basis waarvan de socialezekerheidsbijdragen worden berekend. Het is hierbij van geen belang dat deze vermogensrechten nadien door de werkgever verder worden overgedragen aan een derde.
  10. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiseres als productiehuis een beroep doet op acteurs, regisseurs en anderen voor het maken van televisieprogramma’s; - velen van de acteurs en regisseurs als werknemers in dienst zijn van de eiseres op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur en als tegenprestatie van de krachtens de arbeidsovereenkomst verrichte arbeid maandelijks een brutoloon ontvangen; - deze arbeidsovereenkomsten naast het maandelijks brutoloon ook de functie en taken specifiëren die de werknemers moeten uitoefenen bij het realiseren van de televisieprogramma’s; - in de arbeidsovereenkomst bij de acteurs ook de rollen en personages worden bepaald waaraan ze gestalte moeten geven in de televisieprogramma’s; - daarnaast de eiseres, veelal via een afzonderlijke overeenkomst, in de betaling van een forfaitaire vergoeding aan de acteurs, regisseurs en anderen voorziet, die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden wegens de overdracht van de vermogensrechtelijke auteursrechten en naburige rechten; - ook deze laatste overeenkomsten voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten verwijzen naar de functie van de contractueel aangeworven werknemer bij het realiseren van de televisieprogramma’s en naar de rollen en personages waaraan ze in de televisieprogramma’s gestalte moeten geven in de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst; - de voormelde afzonderlijke overeenkomsten voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten veelal op dezelfde dag worden ondertekend als de arbeidsovereenkomsten; - deze overeenkomsten voorzien in een forfaitaire vergoeding in euro’s aan contractueel in dienst genomen acteurs of uitvoerende kunstenaars en dit voor de overdracht van hun vermogensrechtelijke auteursrechten en naburige rechten aan de werkgever; - deze forfaitaire vergoedingen voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten aldus “in geld waardeerbare voordelen” zijn in de zin van artikel 2, eerste lid, 3°, Loonbeschermingswet; - verder de voormelde afzonderlijke overeenkomsten voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten bepalen dat de in dienst genomen auteur of uitvoerende kunstenaar alle wettelijke overdraagbare, huidige en toekomstige exploitatierechten op zijn creaties en prestaties en op de door de producent geproduceerde audiovisuele werken “waaraan de [regisseur, acteur, …] heeft meegewerkt in uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst”, met inbegrip van de voor deze exploitatie noodzakelijke rechten, in exclusiviteit aan de producent overdraagt teneinde deze mogelijkheid te bieden de door hem geproduceerde audiovisuele werken naar behoren commercieel uit te baten; - de forfaitaire vergoeding die de eiseres als werkgever aan de contractueel in dienst genomen auteurs of uitvoerende kunstenaars betaalt voor de overdracht van zijn vermogensrechten bijgevolg een tegenprestatie is voor de overdracht van de rechten die voortvloeien uit de in uitvoering van de arbeidsovereenkomst tot stand gebrachte creaties of prestaties; - de forfaitaire vergoedingen onmogelijk los kunnen worden gezien van de krachtens de arbeidsovereenkomst tot stand gebrachte auteurswerken door de auteurs en de uitvoerende kunstenaars die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden: zonder de hen in de arbeidsovereenkomsten toebedeelde rollen, taken en/of opdrachten bij de realisatie van tv-series en zonder hun in de uitvoering van de arbeidsovereenkomsten tot stand gebrachte creaties of prestaties, kunnen geen auteursrechten en naburige rechten ontstaan en is het niet mogelijk deze vermogensrechten, via overdracht, te exploiteren en te gelde te maken; - de vergoedingen voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten in geld waardeerbare voordelen zijn, verschuldigd “in gevolge de dienstbetrekking”; - de vaststelling dat de overdracht van auteursrechten en naburige rechten niet in de arbeidsovereenkomst zelf, maar in een afzonderlijke overeenkomst werd geregeld, geen afbreuk doet aan het verband tussen de overdracht van vermogensrechten en de arbeidsovereenkomst; - elke overeenkomst voor de overdracht van vermogensrechten naar de ermee verband houdende arbeidsovereenkomst verwijst door te bepalen dat de overdracht van vermogensrechten slechts betrekking heeft op de auteurswerken waaraan de auteur of de uitvoerende kunstenaar heeft meegewerkt in uitvoering van de arbeidsovereenkomst; - de vergoeding voor de overdracht van de auteursrechten en de naburige rechten duidelijk verband houdt met de dienstbetrekking omdat ze er niet zou zijn zonder de dienstbetrekking; - de eerdere beslissing dat een dergelijke vergoeding geen arbeidsrechtelijk loon is, niet wegneemt dat dit toch loon kan zijn in de zin van artikel 2, eerste lid, Loonbeschermingswet; - de vraag of er al dan niet een aanwijsbaar mathematisch verband bestaat tussen de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten en het contractueel bedongen loon, niet relevant is omdat het geen antwoord biedt op de vraag of de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten te beschouwen is als een in geld waardeerbaar voordeel waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever; - ook de uiteenzetting over het ruim gebruik dat werd gemaakt van de primaire, secundaire en afgeleide exploitatierechten die door de auteurs of uitvoerende kunstenaars aan de werkgever werden overgedragen, niet relevant is omdat het evenmin een antwoord biedt op de vraag of de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten te beschouwen is als een in geld waardeerbaar voordeel waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever.
  11. De appelrechters die op grond van die redenen oordelen dat de vergoedingen voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten die de eiseres aan haar werknemers-auteurs en -uitvoerende kunstenaars moet betalen, te beschouwen zijn als loon in de zin van artikel 2 Loonbeschermingswet, waarop socialezekerheidsbijdragen zijn verschuldigd, verantwoorden hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 258,77 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 3 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250303.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.