← België

BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra VAN AUTRYVE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250303.3N.8 Rolnummer: S.23.0051.N Zaak: BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra VAN AUTRYVE Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Insolventierecht - Strafrecht Invoerdatum: 2025-03-24 Raadplegingen: 851 - laatst gezien 2026-06-16 17:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250303.3N.8 Fiches 1 - 2 Uit artikel 1675/9, §§ 1, 2°, 2 en 3 Gerechtelijk Wetboek en artikel 464/1, § 8, derde en vierde lid Wetboek van Strafvordering volgt dat in het raam van een collectieve schuldenregeling, de Federale Overheidsdienst Financiën, zoals iedere schuldeiser, ertoe gehouden is namens de eiser tijdig aangifte van schuldvordering te doen van de door de schuldenaar opgelopen strafrechtelijke boetes, verbeurdverklaringen en kosten en dat bij gebrek aan tijdige aangifte de door artikel 1675/9, § 3, Gerechtelijk Wetboek bepaalde sanctie, erin bestaande dat de schuldeiser onweerlegbaar wordt vermoed afstand te hebben gedaan van zijn schuldvordering, van toepassing is; noch artikel 464/1, § 8, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, dat enkel betrekking heeft op de kwijtschelding of vermindering van straffen in het raam van een collectieve insolventieprocedure, noch enige andere wetsbepaling voorziet in een uitzondering op de verplichting om tijdig aangifte te doen van penale boetes en verbeurdverklaarde sommen en op de eraan gekoppelde sanctie

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Vrije woorden: Strafrechtelijke veroordeling - Geldboete - Geen aangifte - Afstand schuldvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) - 12-12-1808 - Art. 464/1, § 8, derde en vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808121250 Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1675/9, §§ 1, 2°, 2 en 3 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Thesaurus CAS: STRAF - GELDBOETE EN OPDECIEMEN Vrije woorden: Collectieve schuldenregeling - Strafrechtelijke veroordeling - Geldboete - Geen aangifte - Afstand schuldvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) - 12-12-1808 - Art. 464/1, § 8, derde en vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808121250 Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1675/9, §§ 1, 2°, 2 en 3 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Tekst van de beslissing Nr. S.23.0051.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging van de Cel Collectieve Procedure Oost-Vlaanderen, met kantoren te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6, bus 201, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, bij wie de eiser woonplaats kiest, tegen
  1. mr. Patricia VAN AUTRYVE, in haar hoedanigheid van schuldbemiddelaar, met kantoor te 9800 Deinze, Wellebeekstraat 19 bus A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0832.727.479,
  2. M. Y.,
  3. G. G.,
  4. AGENTSCHAP VLAAMSE BELASTINGDIENST, met zetel te 9300 Aalst, Vaartstraat 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0316.380.841,
  5. STAD GENT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met burelen te 9000 Gent, Botermarkt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.451.227,
  6. FARYS, met zetel te 9000 Gent, Stropstraat 1, en ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0200.068.636,
  7. ELECTRABEL nv, met zetel te 1000 Brussel, Simon Bolivarlaan 36, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.170.701,
  8. ADVOCATENKANTOOR HEIRMAN bv, met zetel te 9080 Lochristi, Koning Albertlaan 158 bus 102, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0833.258.803,
  9. E-LEGAL bv, voorheen ADVOCATENKANTOOR KOEN VANDE WALLE, met zetel te 8750 Wingene, Bruggestraat 29, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0463.366.228,
  10. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367,
  11. BOND MOYSON, met zetel te 9000 Gent, Vrijdagmarkt 9, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0923.019.435, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 17 april
  12. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 13 januari 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  13. Artikel 1675/9, § 1, 2°, Gerechtelijk Wetboek, bepaalt dat de griffier uiterlijk vijf dagen na de uitspraak van de beschikking van toelaatbaarheid deze overeenkomstig artikel 1675/16 ter kennis moet brengen van de schuldeisers. Krachtens artikel 1675/9, § 2, Gerechtelijk Wetboek, moet de aangifte van schuldvordering uiterlijk een maand na de toezending van de beschikking van toelaatbaarheid bij de schuldbemiddelaar worden verricht, hetzij bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbericht, hetzij bij aangifte op zijn kantoor met ontvangstbericht gedagtekend en ondertekend door de bemiddelaar of zijn gemachtigde. Die aangifte omschrijft de aard van de schuldvordering alsmede de verantwoording ervan, het bedrag ervan in hoofdsom, interesten en kosten, de eventuele redenen van voorrang, alsook de procedures waartoe ze aanleiding kan geven. Artikel 1675/9, § 3, Gerechtelijk Wetboek, bepaalt dat indien een schuldeiser niet binnen de in § 2, eerste lid, bedoelde termijn, aangifte van schuldvordering doet, de schuldbemiddelaar hem bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs ervan op de hoogte brengt dat hij over een laatste termijn van vijftien dagen beschikt, te rekenen van ontvangst van deze brief, om alsnog aangifte te doen. Indien de aangifte niet binnen die termijn wordt gedaan, wordt de betrokken schuldeiser geacht afstand te doen van zijn schuldvordering. In dat geval verliest de schuldeiser zijn recht om zich te verhalen op de schuldenaar en de personen die voor hem een persoonlijke zekerheid hebben gesteld. Hij herwint dit recht in geval van afwijzing of herroeping van de aanzuiveringsregeling.
  14. Krachtens artikel 464/1, § 8, derde en vierde lid, Wetboek van Strafvordering worden, indien de veroordeelde het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, de veroordelingen tot een geldboete, een bijzondere verbeurdverklaring en tot de gerechtskosten verder ten uitvoer gelegd door de federale overheidsdienst Financiën “via de uitoefening van de rechten die de wet toekent aan de schuldeisers in het raam van de collectieve insolventieprocedure”.
  15. Uit deze bepalingen volgt dat in het raam van een collectieve schuldenregeling, de Federale Overheidsdienst Financiën, zoals iedere schuldeiser, ertoe gehouden is namens de eiser tijdig aangifte van schuldvordering te doen van de door de schuldenaar opgelopen strafrechtelijke boetes, verbeurdverklaringen en kosten en dat bij gebrek aan tijdige aangifte de door artikel 1675/9, § 3, Gerechtelijk Wetboek bepaalde sanctie, erin bestaande dat de schuldeiser onweerlegbaar wordt vermoed afstand te hebben gedaan van zijn schuldvordering, van toepassing is. Noch artikel 464/1, § 8, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, dat enkel betrekking heeft op de kwijtschelding of vermindering van straffen in het raam van een collectieve insolventieprocedure, noch enige andere wetsbepaling voorziet in een uitzondering op de verplichting om tijdig aangifte te doen van penale boetes en verbeurdverklaarde sommen en op de eraan gekoppelde sanctie. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.
  16. De door het middel aangevoerde tegenstrijdigheid betreft een juridische tegenstrijdigheid. In zoverre het middel schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 2.659,47 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 3 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250303.3N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250303.3N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.