id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025
Art. 203
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Hoger beroep - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter - Grievenformulier - Saisine van het appelgerecht - Grief die is beperkt tot de opgelegde hoofdstraf - Bijkomende straffen - Beslissingsonderdeel dat onafscheidbaar is van het beslissingsonderdeel betreffende de hoofdstraf - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 203
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr.
P.25.0040.N A. E. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 4 december 2024 (nr. 1121/2024). De eiser voert geen middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 203, § 1 en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
- Artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het recht van hoger beroep vervalt indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen uiterlijk dertig dagen na de dag van de uitspraak indien het een op tegenspraak gewezen vonnis betreft.
- Artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat op straffe van verval van het hoger beroep het verzoekschrift of het grievenformulier (hierna het grievenformulier) nauwkeurig de grieven moet bepalen die tegen het vonnis worden ingebracht en dat dit grievenformulier moet worden ingediend binnen dezelfde termijn als de verklaring van hoger beroep.
- Een grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming vraagt door het appelgerecht.
- Uit de artikelen 203, § 1 en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en hun wetsgeschiedenis volgt dat de saisine van het appelgerecht in de eerste plaats wordt bepaald door de verklaring van hoger beroep en vervolgens binnen de door die verklaring bepaalde grenzen verder door de in het grievenformulier opgegeven grieven.
- Uit die bepalingen volgt verder dat indien in de verklaring van hoger beroep wordt aangegeven dat het hoger beroep is gericht tegen alle beschikkingen van het beroepen vonnis en in het grievenformulier slechts bepaalde grieven worden opgegeven, de saisine van het appelgerecht is beperkt tot de in het grievenformulier vermelde beslissingsonderdelen, alsook tot de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden.
- Indien een appellant in het grievenformulier als grief de met het beroepen vonnis opgelegde hoofdstraf vermeldt en dus aangeeft dat hij dat beslissingsonderdeel in hoger beroep wenst hervormd te zien, dan voert hij noodzakelijk ook een grief aan betreffende de aan de appellant opgelegde bijkomende straffen, die immers beslissingsonderdelen zijn die onafscheidbaar zijn van het beslissingsonderdeel betreffende de hoofdstraf. De omstandigheid dat de appellant in zijn grievenformulier uitdrukkelijk aangeeft dat hij enkel de hervorming wenst van de hoofdstraf en dus formeel geen grief aanvoert betreffende een bijkomende straf, laat niet toe anders te oordelen. Het appelgerecht moet een dergelijke beperking in het grievenformulier buiten beschouwing laten.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - het beroepen vonnis van 23 januari 2024 heeft de eiser voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A en E samen veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf en een vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig met de beveiligingsmaatregel van vier examens en onderzoeken; - de eiser heeft verklaard hoger beroep in te stellen tegen alle beschikkingen van het beroepen vonnis en heeft in zijn grievenformulier als grief enkel het opleggen van de hoofdgevangenisstraf vermeld, die hij wenste vervangen te zien door een werkstraf.
- Het bestreden vonnis oordeelt dat enkel de aan de eiser opgelegde hoofdgevangenisstraf tot de appelsaisine behoort (p. 7, randnr. 2.4) en dat de vervallenverklaring met de herstelproeven en -examens definitief vaststaat (p. 7, randnr. 3.2, eerste alinea). Die beslissingsonderdelen zijn nochtans onafscheidelijk verbonden met het beslissingsonderdeel van de aan de eiser opgelegde hoofdgevangenisstraf. Die beslissing van het appelgerecht is dan ook niet naar recht verantwoord. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing over de appelsaisine leidt tot de vernietiging van de aan de eiser voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A en E opgelegde bestraffing met inbegrip van zijn veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Het laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit de appelsaisine bepaalt voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A en E en dit het beroepen vonnis bevestigt voor de aan de eiser voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A en E opgelegde bestraffing en de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een derde van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 111,43 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 4 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.6 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div