← België

T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 203

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grievenstelsel - Grievenformulier - Saisine van het appelgerecht - Wegverkeer - Verval van het recht te sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Grief beperkt tot de straf - Uitsluiting van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Beslissingsonderdeel dat afscheidbaar is van het beslissingsonderdeel over de straf - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 203

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0114.N E. T., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, beiden advocaat bij de balie Gent, beiden met kantoor te 9000 Gent, Baudelostraat 36, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 17 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 202, 203 en 204 Wetboek van Strafvordering: het oordeel dat het vonnis waarbij een beveiligingsmaatregel ex artikel 42 Wegverkeerswet werd opgelegd en waarin expliciet werd berust en waarbij enkel hoger beroep werd ingesteld tegen de beslissing over de straf, kracht van gewijsde heeft wat betreft de beveiligingsmaatregel waardoor de herziening moet worden beoordeeld door de rechter die de maatregel heeft uitgesproken, is niet naar recht verantwoord; de devolutieve werking van eisers hoger beroep verplicht het appelgerecht de eiser rijgeschikt te verklaren wanneer hij bewijst dat hij niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen.
  3. Artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het recht van hoger beroep vervalt indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen uiterlijk dertig dagen na de dag van de uitspraak indien het een op tegenspraak gewezen vonnis betreft.
  4. Artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat op straffe van verval van het hoger beroep het verzoekschrift of het grievenformulier (hierna het grievenformulier) nauwkeurig de grieven moet bepalen die tegen het vonnis worden ingebracht en dat dit grievenformulier moet worden ingediend binnen dezelfde termijn als de verklaring van hoger beroep.
  5. Een grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming vraagt door het appelgerecht.
  6. Uit de artikelen 203, § 1 en 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en hun wetsgeschiedenis volgt dat de saisine van het appelgerecht in de eerste plaats wordt bepaald door de verklaring van hoger beroep en vervolgens binnen de door die verklaring bepaalde grenzen verder door de in het grievenformulier opgegeven grieven.
  7. Indien in de verklaring van hoger beroep wordt aangegeven dat het hoger beroep is beperkt tot de in het grievenformulier vermelde grieven, is de saisine van het appelgerecht beperkt tot de in het grievenformulier vermelde beslissingsonderdelen, alsook tot de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden.
  8. Artikel 42, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt: “Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld.”
  9. Uit die bepaling volgt dat de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid een bewezenverklaring vereist van een overtreding van de politie over het wegverkeer of van een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader. Die vervallenverklaring is niet afhankelijk van de door de rechter uit te spreken straf.
  10. Uit de voormelde bepalingen volgt verder dat indien een appellant in zijn verklaring van hoger beroep verwijst naar de in het grievenformulier vermelde grieven en hij in dat grievenformulier als grief enkel het beslissingsonderdeel aanwijst betreffende de aan de appellant opgelegde straf en daarbij uitdrukkelijk de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid als grief uitsluit, de saisine van het appelgerecht is beperkt tot de straf en niet slaat op de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid. Dit is immers een beslissingsonderdeel dat te onderscheiden valt van het beslissingsonderdeel over de straf.
  11. De omstandigheid dat volgens artikel 42, tweede lid, Wegverkeerswet het uitspreken van de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid in elke aanleg mogelijk is en dit ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld, laat niet toe anders te oordelen. Er blijkt niet dat de wetgever met deze bepaling wenste af te wijken van de devolutieve werking van het hoger beroep en het grievenformulier en aan het appelgerecht de rechtsmacht wilde verlenen om zich steeds te kunnen uitspreken over het opleggen van vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid en dit ongeacht of de daaromtrent door de eerste rechter genomen beslissing niet werd aangevochten.
  12. Daaruit volgt bovendien dat aangezien het beslissingsonderdeel betreffende de vervallenverklaring wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid niet tot de saisine van het appelgerecht behoort, het appelgerecht zich niet kan uitspreken over een verzoek tot herziening van de maatregel als bedoeld door artikel 44 Wegverkeerswet.
  13. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  14. Het bestreden vonnis dat aldus oordeelt, verantwoordt de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 4 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.