id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.16 Rolnummer: P.25.0294.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-03-10 Raadplegingen: 591 - laatst gezien 2026-06-18 13:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Het misdrijf van verboden wapendracht, zoals strafbaar gesteld door artikel 9 Wapenwet 2006, vereist als constitutieve bestanddelen het zonder wettige reden dragen van een vrij verkrijgbaar wapen buiten de eigen woning; het dragen van een wapen, zoals hier bedoeld, bestaat in het bij zich hebben van een wapen zodat men het onmiddellijk buiten de woning kan gebruiken; enkel het gedeelte van de woning dat dienst doet als huisvesting wordt hier als woning beschouwd en de plaats waar het wapen wordt gedragen buiten de woning, dient geen openbaar karakter te hebben
(1); een gemeenschappelijke gang in een complex met meerdere woongelegenheden, waarvan de drager van het wapen er een betrekt, ook al is die gang niet voor het algemene publiek toegankelijk, valt niet onder een woning zoals hier bedoeld.
(1)Cass. 24 september 2014, AR P.14.1098.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140924.3, AC 2014, nr. 552, met concl. van advocaat-generaal VANDERMEERSCH, op datum in Pas., ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140924.
- Thesaurus CAS: WAPENS Vrije woorden: Verboden wapendracht - Vrij verkrijgbare wapens - Constitutieve bestanddelen - Dragen zonder wettige reden buiten de eigen woning - Plaats zonder openbaar karakter - Gemeenschappelijke gang in complex met meerdere woongelegenheden - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens - 08-06-2006 - Art. 9 - 30 ELI link Pub nr 2006009449 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Verboden wapendracht - Vrij verkrijgbare wapens - Constitutieve bestanddelen - Dragen zonder wettige reden buiten de eigen woning - Plaats zonder openbaar karakter - Gemeenschappelijke gang in complex met meerdere woongelegenheden - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens - 08-06-2006 - Art. 9 - 30 ELI link Pub nr 2006009449 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0294.N S. H., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Dietrich Bourguignon, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1180 Ukkel, Vossendreef 6/3, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 5, eerste lid, 21, § 4 en § 5, Voorlopige Hechteniswet en artikel 9 Wapenwet 2006: het arrest oordeelt ten onrechte dat er lastens de eiser ernstige aanwijzingen van schuld bestaan voor feiten gekwalificeerd als het dragen van een vrij verkrijgbaar wapen zonder wettige reden, namelijk een alarmpistool in de gemeenschappelijke gang van een studentenhuis waar de eiser verblijft; enkel het zonder reden dragen van een vrij verkrijgbaar wapen buiten de woning is strafbaar; de gemeenschappelijke gang maakt echter deel uit van de woning van de eiser, zodat de eiser het wapen in die gang zonder meer mocht dragen (eerste onderdeel); bovendien heeft de gemeenschappelijke gang geen openbaar karakter aangezien het gebouw niet toegankelijk is voor het publiek, maar enkel voor de personen die de toestemming hebben er te zijn, zoals de huurders van een kot (tweede onderdeel); aldus zijn de vermelde constitutieve bestanddelen van het misdrijf niet aanwezig.
- Artikel 9 Wapenwet 2006 bepaalt: “Het dragen van een vrij verkrijgbaar wapen is alleen toegestaan aan diegene, die daartoe een wettige reden kan aantonen.”
- Het misdrijf van verboden wapendracht, zoals met die bepaling strafbaar gesteld, vereist als constitutieve bestanddelen het zonder wettige reden dragen van een vrij verkrijgbaar wapen buiten de eigen woning. Het dragen van een wapen, zoals hier bedoeld, bestaat in het bij zich hebben van een wapen zodat men het onmiddellijk buiten de woning kan gebruiken. Enkel het gedeelte van de woning dat dienst doet als huisvesting wordt hier als woning beschouwd. De plaats waar het wapen wordt gedragen buiten de woning, dient geen openbaar karakter te hebben. Een gemeenschappelijke gang in een complex met meerdere woongelegenheden, waarvan de drager van het wapen er een betrekt, ook al is die gang niet voor het algemene publiek toegankelijk, valt niet onder een woning zoals hier bedoeld.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt: “Uit de vaststellingen van de verbalisanten blijkt dat er een huls van het alarmpistool in de gemeenschappelijke gang van het studentenhuis werd gevonden. Hieruit volgt dat er ernstige aanwijzingen zijn dat [de eiser] het geladen wapen buiten zijn eigen woning heeft gedragen.” Aldus verantwoordt het arrest de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert miskenning aan van de motiveringsplicht: het arrest beantwoordt niet het in eisers appelconclusie gevoerde verweer dat hij het wapen niet in het openbaar heeft gedragen.
- Met de redenen vermeld in het antwoord op het eerste middel, beantwoordt het arrest wel degelijk eisers verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140924.3 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140924.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div