← België

G. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250307.1N.7 Rolnummer: C.24.0048.N Zaak: G. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-03-25 Raadplegingen: 733 - laatst gezien 2026-06-18 02:36 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die erop van toepassing zijn; hij moet de juridische aard en gevolgen van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven of de rechtsgevolgen die zij daaraan hebben verbonden, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, wijzigen of vervangen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, het voorwerp van de vordering niet wijzigt en daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Gerechtelijk recht - Rechtspleging - Taak van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Voorwaarden Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) - Recht van verdediging - Taak van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Voorwaarden Fiche 3 Gelet op het algemeen rechtsbeginsel houdende de partijautonomie in het civiele geding kunnen procespartijen door middel van een procedureakkoord over een punt in feite of in rechte het debat beperken en zodoende de rechter binden; dergelijk procedureakkoord moet niet uitdrukkelijk maar wel zeker zijn; een procedureakkoord kan voortvloeien uit gelijkluidende conclusies van de partijen, voor zover zij doelbewust een bepaalde betwisting uitsluiten; het kan daarentegen niet voortvloeien uit een louter gebrek aan betwisting. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) - Taak van de rechter - Partijautonomie - Procedureakkoord - Bepaalde betwisting uitsluiten - Voorwaarde Tekst van de beslissing Nr. C.24.0048.N P. G eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen G. V., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 mei

  1. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die erop van toepassing zijn. Hij moet de juridische aard en gevolgen van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven of de rechtsgevolgen die zij daaraan hebben verbonden, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, wijzigen of vervangen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, het voorwerp van de vordering niet wijzigt en daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent.
  3. Gelet op het algemeen rechtsbeginsel houdende de partijautonomie in het civiele geding kunnen procespartijen door middel van een procedureakkoord over een punt in feite of in rechte het debat beperken en zodoende de rechter binden. Dergelijk procedureakkoord moet niet uitdrukkelijk maar wel zeker zijn. Een procedureakkoord kan voortvloeien uit gelijkluidende conclusies van de partijen, voor zover zij doelbewust een bepaalde betwisting uitsluiten. Het kan daarentegen niet voortvloeien uit een louter gebrek aan betwisting.
  4. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de partijen gehuwd zijn in 2015 onder een huwelijkscontractueel bedongen stelsel tot scheiding van goederen; - zij uit de echt gescheiden zijn in 2018 en nog steeds betwisting voeren in het raam van de vereffening-verdeling van hun huwelijksgoederen, waaronder hun gezinswoning; - zij allebei de preferentiële toewijzing van die woning vorderen; - aangezien het huwelijksvermogensstelsel ontbonden is vóór 1 september 2018, de partijen onderworpen zijn aan het ‘oude’ huwelijksvermogensrecht van vóór de wijziging ervan in 2018; - onder dit oude recht de wetsbepalingen aangaande de preferentiële toewijzing van de gezinswoning niet golden voor gehuwden onder het stelsel tot scheiding van goederen, tenzij zij het recht om de preferentiële toewijzing te vorderen hebben bedongen; - de partijen in hun huwelijkscontract dit recht uitdrukkelijk uitgesloten hebben; - evenmin een akkoord voorligt tot overname door de ene of de andere partij, zodat de notaris-vereffenaar tot verkoop van de gezinswoning moet overgaan.
  5. De appelrechter die aldus te kennen geeft dat, niettegenstaande beide partijen de preferentiële toewijzing van de gezinswoning vorderen, geen procedureakkoord voorligt tot toepassing van de wetsbepalingen aangaande de preferentiële toewijzing van die woning en vervolgens oordeelt dat bij gebrek aan akkoord tot overname door de ene of de andere partij tot notariële verkoop van de woning moet worden overgegaan, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op voor de eiser op 598 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat.. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans en Michael Traest en in openbare rechtszitting van 7 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250307.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.