id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.16 Rolnummer: P.24.1722.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-03-25 Raadplegingen: 417 - laatst gezien 2026-06-15 14:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 4 De bewijskracht en de bewijswaarde van akten zijn twee onderscheiden juridische begrippen aangezien de bewijskracht van een akte slaat op het verbod voor de rechter om van een geschrift, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging te geven die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, met andere woorden om het geschrift te doen liegen, terwijl de bewijswaarde van een geschrift slaat op het geloof dat de rechter bij de bewijswaardering kan of moet hechten, al naargelang het geval, aan het geschrift; een cassatiemiddel dat deze onderscheiden juridische begrippen door elkaar gebruikt is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk, ook al wordt in artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet het begrip bewijskracht gehanteerd waar bewijswaarde wordt bedoeld. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Proces-verbaal van de politie - Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet - Begrip - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht Vrije woorden: Proces-verbaal van de politie - Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet - Begrip - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Vrije woorden: Artikel 62, eerste lid - Proces-verbaal van de politie - Bewijskracht en bewijswaarde - Gebruik in artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet van het begrip bewijskracht daar waar bewijswaarde wordt bedoeld - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Onduidelijk middel Vrije woorden: Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet - Proces-verbaal van de politie - Bewijskracht en bewijswaarde - Middel dat de onderscheiden begrippen door elkaar gebruikt - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1722.N M. A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 30 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 8.17 Burgerlijk Wetboek: de verbalisant heeft enkel vastgesteld dat de eiser beweerd zou hebben eigenaar te zijn van het voertuig; hij heeft echter geenszins vastgesteld dat dit daadwerkelijk het geval is; uit het verder onderzoek zou blijken dat het voertuig naderhand werd verzekerd door de vennootschap M. en dat het voorschot voor de aankoop van het voertuig werd betaald door de broer van de eiser; ten slotte blijkt uit het onderzoek dat het voertuig finaal geïmmatriculeerd werd op naam van de vennootschap X groep, waarmee de eiser geen uitstaans heeft; door aan het aanvankelijk proces-verbaal wettelijke bewijswaarde toe te kennen, miskent het bestreden vonnis artikel 8.17 Burgerlijk Wetboek; de verklaring van de eiser dat hij eigenaar is van het voertuig, levert geen bewijs van de eigendomstitel op. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet en artikel 29 WAM: het aanvankelijk proces-verbaal heeft enkel bewijswaarde tot het bewijs van het tegendeel wat het niet-verzekerd rijden en de niet correcte inschrijving van het voertuig betreft maar geenszins voor wat de eigendomstitel aangaat; het onderzoek heeft het bewijs van het tegendeel opgeleverd; de eiser is geenszins de eigenaar van het voertuig. Het derde onderdeel voert miskenning van de bewijskracht van akten aan: het bestreden vonnis bevat een overtollig motief door zelf abstractie te maken van de bijzondere bewijswaarde van het aanvankelijk proces-verbaal; het bestreden vonnis miskent geenszins de regels van het bewijs door vast te stellen dat niet M.E. de eigenaar is van het voertuig; het miskent de bewijskracht van het aanvankelijk proces-verbaal en bij uitbreiding zelfs van de navolgende processen-verbaal door te oordelen dat de eiser eigenaar is van het betrokken voertuig; het onderzoek heeft dit geenszins aangetoond.
- Artikel 8.17 Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de bewijsregeling in strafzaken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De bewijskracht en de bewijswaarde van akten zijn twee onderscheiden juridische begrippen. De bewijskracht van een akte slaat op het verbod voor de rechter om van een geschrift, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging te geven die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, met andere woorden om het geschrift te doen liegen. De bewijswaarde van een geschrift slaat op het geloof dat de rechter bij de bewijswaardering kan of moet hechten, al naargelang het geval, aan het geschrift.
- Een cassatiemiddel dat deze onderscheiden juridische begrippen door elkaar gebruikt is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk, ook al wordt in artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet het begrip bewijskracht gehanteerd waar bewijswaarde wordt bedoeld.
- In zoverre het middel de begrippen bewijskracht en bewijswaarde door elkaar gebruikt, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Het bestreden vonnis oordeelt met opgave van redenen dat ook indien wordt aangenomen dat aan de vermeldingen van de verbalisant in het aanvankelijk proces-verbaal geen bijzondere bewijswaarde kan worden toegekend, uit de beschikbare gegevens blijkt dat de eiser de werkelijke eigenaar was van het voertuig en dat zijn andersluidende aanvoeringen niet geloofwaardig zijn. In zoverre het middel opkomt tegen die onaantastbare beoordeling van de feiten door het appelgerecht of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel opkomt tegen het oordeel dat de vaststellingen van de verbalisant in het aanvankelijk proces-verbaal bijzondere bewijswaarde hebben en dat het tegenbewijs daarvan niet wordt geleverd, is het gericht tegen overtollige redenen. In zoverre is het middel, dat niet tot cassatie kan leiden, niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek .
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div