← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 420

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Afstand - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) - Ontvankelijkheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 420

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) - Afstand - Ontvankelijkheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 420, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0802.N L. D.C., burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Pieterjan Van Muysen, advocaat bij de balie Gent, tegen M. D.B., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 15 december

  1. De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep in de volgende bewoordingen: “(…) aangaande de beschikkingen inzake de gerechtskosten, waaronder de rechtsplegingsvergoeding werden de debatten heropend. Bijgevolg staat tegen deze beschikking geen cassatieberoep open. Eiseres in cassatie doet dan ook afstand zonder berusting van haar voorziening in cassatie voor zover deze betrekking heeft op de beschikking aangaande de gerechtskosten.” De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Volgens artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering staat slechts cassatieberoep open tegen een eindbeslissing op de burgerlijke rechtsvordering. Het bestreden vonnis beslist onder meer als volgt: “Heropent ambtshalve het debat met betrekking tot de gerechtskosten en meer specifiek de kosten van deskundige V. en de interesten op de door de eerste rechter toegekende schadevergoeding van 1.500 euro. Zegt voor recht dat partijen dienaangaande standpunt kunnen innemen (…). Stelt de zaak, wat deze punten betreft in voortzetting (…).” Het arrest is dan ook geen eindbeslissing in de zin van de voormelde bepaling. De door de eiser gedane afstand doet daaraan geen afbreuk. Het cassatieberoep is wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. Middelen
  3. De middelen die geen verband houden met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 93,91 euro, waarvan 58,91 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.