← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.19 Rolnummer: P.25.0321.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-03-25 Raadplegingen: 650 - laatst gezien 2026-06-18 00:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Overeenkomstig artikel 35, § 4, Voorlopige Hechteniswet oordeelt de rechter onaantastbaar over de vraag of een invrijheidstelling tegen betaling van een borgsom, welke tot doel heeft de betrokkene ertoe aan te zetten na zijn invrijheidstelling te verschijnen bij de proceshandelingen of om zich aan te bieden ter tenuitvoerlegging van de beslissing, een voldoende alternatief is voor de verdere vrijheidsbeneming en in het licht van die doelstellingen oordeelt de rechter onaantastbaar over het bedrag van de borgsom rekening houdend met de financiële draagkracht van de betrokkene, waarbij hij overeenkomstig het tweede lid van artikel 35, § 4, Voorlopige Hechteniswet zijn beslissing ook kan gronden op ernstige vermoedens dat gelden of waarden afkomstig van het misdrijf in het buitenland zijn geplaatst ofwel verborgen gehouden en hij in dat geval het proportionaliteitsbeginsel in acht moet nemen; de periode dat de betrokkene van zijn vrijheid werd beroofd ingevolge zijn voorlopige hechtenis vormt geen in aanmerking te nemen criterium voor de bepaling van het bedrag van de borgsom en de enkele omstandigheid dat de betrokkene reeds in een andere procedure voorlopig in vrijheid werd gesteld tegen betaling van een borgsom, verplicht de rechter niet eenzelfde borgsom op te leggen of te motiveren waarom hij een hogere borgsom oplegt dan in die procedure en bij gebrek aan een daartoe strekkende conclusie moet de rechter de beslissing over het bedrag van de borgsom niet nader motiveren

(1).
(1)Cass. 11 februari 2020, AR P.20.0126.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.13, AC 2020, nr. 121; PH. DAENINCK, “Voorlopige hechtenis: over de omvang en andere vraagstukken van de borgsom”, T.Strafr. 2023, 207. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INVRIJHEIDSTELLING ONDER VOORWAARDEN Vrije woorden: Borgsom - Bedrag van de borgsom - Onaantastbare beoordeling door de rechter - Criteria ter vaststelling van het bedrag - Motivering van het bedrag - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder voorwaarden - Borgsom - Bedrag van de borgsom - Onaantastbare beoordeling door de rechter - Criteria ter vaststelling van het bedrag - Motivering van het bedrag - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder voorwaarden - Borgsom - Bedrag van de borgsom - Onaantastbare beoordeling door de rechter - Criteria ter vaststelling van het bedrag - Motivering van het bedrag - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 35, § 4 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0321.N L. A., beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden onder de modaliteit van het elektronisch toezicht, eiser, met als raadslieden mr. Hugo Vandenberghe, advocaat bij de balie Brussel, en mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 februari 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 5.1, 5.2, 5.3, en 6 EVRM, de artikelen 6, 48.1, 52.1 en 52.3 Handvest Grondrechten EU en de artikelen 16, 27 en 35 Voorlopige Hechteniswet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de proportionaliteit en de motivering van de gerechtelijke uitspraken. 2. Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie heeft geen algemene reikwijdte en is overeenkomstig artikel 51.1 van het Handvest maar van toepassing op de lidstaten wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Dat is hier niet het geval. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Eerste onderdeel 3. Het onderdeel voert aan dat de eiser zich sedert 25 september 2020 in voorlopige hechtenis bevindt en sinds december 2022 onder elektronisch toezicht; de redelijke termijn is overschreden en de bestreden beslissing brengt deze ondergane termijn van voorlopige hechtenis niet in rekening door alternatieve maatregelen op te leggen; de loutere vermelding van de wettelijke motieven tot voorlopige hechtenis volstaan daartoe niet; de voor de beoordeling van het vluchtgevaar in aanmerking te nemen criteria tonen aan dat er geen vluchtgevaar bij de eiser aanwezig is; het arrest heeft ten onrechte de werking van de verlopen termijn van de voorlopige hechtenis niet beoordeeld en ook niet mede betrokken in de concrete beoordeling van het verzoek van de eiser tot wijziging van de detentietitel. 4. Het arrest dat het beroepen vonnis bevestigt, beslist tot de onmiddellijke invrijheidstelling van de eiser mits betaling van een borgsom van 75.000,00 euro en naleving van bepaalde voorwaarden. Aldus heeft het arrest anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, wel de verlopen termijn van de voorlopige hechtenis in aanmerking genomen en heeft het wel eisers detentietitel gewijzigd. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel 5. Het onderdeel voert aan dat het arrest als bijkomende voorwaarde voor de omzetting van de detentietitel een borgsom oplegt van 75.000,00 euro, terwijl in een eerder arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 3 februari 2025 in de procedure van een Europees aanhoudingsbevel, een borgsom werd opgelegd van 20.000,00 euro als waarborg tegen eventueel vluchtgevaar; het arrest motiveert niet waarom het in deze procedure een borgsom van 75.000,00 euro oplegt, terwijl de voorlopige hechtenistermijn vier jaar en vijf maanden beloopt en in de andere procedure twee jaar; de beoordeling werd niet geïndividualiseerd in functie van de ingeroepen concrete termijnomstandigheden en in proportionaliteit met de vereiste van vluchtgevaar of recidive. 6. Krachtens artikel 5.3 EVRM moet eenieder die gearresteerd is of gevangen wordt gehouden, overeenkomstig lid 1
  1. c)van dit artikel onmiddellijk voor een rechter worden geleid of voor een andere autoriteit die door de wet bevoegd verklaard is om rechterlijke macht uit te oefenen en heeft hij het recht binnen een redelijke termijn te worden berecht of hangende het proces in vrijheid te worden gesteld. De invrijheidstelling kan afhankelijk worden gesteld van een waarborg voor de verschijning van de betrokkene in rechte. 7. Overeenkomstig artikel 35, § 4, Voorlopige Hechteniswet oordeelt de rechter onaantastbaar over de vraag of een invrijheidstelling tegen betaling van een borgsom, welke tot doel heeft de betrokkene ertoe aan te zetten na zijn invrijheidstelling te verschijnen bij de proceshandelingen of om zich aan te bieden ter tenuitvoerlegging van de beslissing, een voldoende alternatief is voor de verdere vrijheidsbeneming. 8. De rechter oordeelt in het licht van die doelstellingen onaantastbaar over het bedrag van de borgsom. Hij houdt daarbij rekening met de financiële draagkracht van de betrokkene. Overeenkomstig het tweede lid van artikel 35, § 4, Voorlopige Hechteniswet kan hij zijn beslissing ook gronden op ernstige vermoedens dat gelden of waarden afkomstig van het misdrijf in het buitenland zijn geplaatst ofwel verborgen gehouden. In dat geval moet het proportionaliteitsbeginsel in acht worden genomen. 9. De periode dat de betrokkene van zijn vrijheid werd beroofd ingevolge zijn voorlopige hechtenis vormt geen in aanmerking te nemen criterium voor de bepaling van het bedrag van de borgsom. 10. De enkele omstandigheid dat de eiser reeds in een andere procedure voorlopig in vrijheid werd gesteld tegen betaling van een borgsom, verplicht de rechter niet eenzelfde borgsom op te leggen of te motiveren waarom hij een hogere borgsom oplegt dan in die procedure. 11. Bij gebrek aan een daartoe strekkende conclusie moet de rechter de beslissing over het bedrag van de borgsom niet nader motiveren. 12. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 13. Ter verantwoording van de opgelegde borgsom oordeelt het arrest dat het gevaar voor onttrekking nog steeds actueel is, gelet op het internationale karakter van de ten laste gelegde feiten en verwijst het ook naar het lucratieve karakter van die feiten, zonder die beslissing nader te moeten motiveren bij gebreke van verweer met betrekking tot de in acht te nemen criteria voor de bepaling van het bedrag van de borgsom. Aldus verantwoordt het arrest naar recht de beslissing over de opgelegde borgsom en is die regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede middel 14. Het middel voert schending aan van de artikelen 2, 5 en 8 EVRM, de artikelen 6, 47, 48 en 52 Handvest Grondrechten EU, de artikelen 16, 27 en 35 Voorlopige Hechteniswet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht bij gerechtelijke uitspraken: de eiser heeft voor het appelgerecht aangevoerd dat hij tijdens zijn detentie werd getroffen door zeer ernstige gezondheidscomplicaties met een acuut levensbedreigend gevaar en dat hij af te rekenen heeft met psychische verwikkelingen, die zich manifesteren onder de vorm van chronische psychische decompensatie met anxio-depressieve kenmerken, waarvoor hij in behandeling is bij een psychiater bij wie hij maandelijks wordt opgevolgd; het arrest betrekt die persoonlijke medische toestand niet bij de beoordeling van de ingeroepen wetsbepalingen; het arrest betrekt eisers gezondheidstoestand niet bij de evaluatie van een mogelijk vluchtgevaar en recidivegevaar. 15. Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie heeft geen algemene reikwijdte en is overeenkomstig artikel 51.1 van het Handvest maar van toepassing op de lidstaten wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Dat is hier niet het geval. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 16. Het middel heeft weliswaar een geheel van feitelijke gegevens aangevoerd betreffende de medische toestand van de eiser, maar het heeft niet gepreciseerd dat zijn hechtenistoestand onder de modaliteit van het elektronisch toezicht onverenigbaar is met die medische toestand. Het arrest dat de invrijheidstelling van de eiser beveelt tegen de betaling van een borgsom en het voldoen aan een aantal voorwaarden hoeft op een dergelijk verweer niet te antwoorden. In zoverre kan het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.19 Gerelateerde publicatie(
  2. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.