← België

O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 429

, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Fiches 2 - 5 Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat uitspraak doet over een door de beklaagde opgeworpen onbevoegdheid én over de controle van de bijzondere opsporingsmethoden is in zoverre het de bevoegdheid betreft vatbaar op grond van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering voor een onmiddellijk cassatieberoep, zodat er geen afstand daarvan kan worden verleend; de uitspraak over de bijzondere opsporingsmethoden is evenwel geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering noch een beslissing als bedoeld door het tweede lid van die bepaling, zodat daarvoor de afstand van het cassatieberoep wel kan worden verleend. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Afstand - Strafvordering Vrije woorden: Voorbereidende beslissing of beslissing van onderzoek - Beslissing inzake de onbevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling - Onmiddellijk cassatieberoep - Afstand van het cassatieberoep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 189ter - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 420

, eerste en tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Vrije woorden: Voorbereidende beslissing of beslissing van onderzoek - Beslissing inzake de bijzondere opsporingsmethoden - Onmiddellijk cassatieberoep - Afstand van het cassatieberoep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 189ter - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 420

, eerste en tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat uitspraak doet over de bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling en over de bijzondere opsporingsmethoden - Onmiddellijk cassatieberoep - Afstand van het cassatieberoep - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 189ter - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 420

, eerste en tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat uitspraak doet over de bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling en over de bijzondere opsporingsmethoden - Onmiddellijk cassatieberoep - Afstand van het cassatieberoep - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 189ter - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 420

, eerste en tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0105.N D. O., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9880 Aalter, Beukenpark 111, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 december

  1. De eiser voert in een memorie grieven aan. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep indien het Hof van oordeel zou zijn dat zijn cassatieberoep voorbarig is. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  2. Volgens artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die hij uiterlijk vijftien dagen vóór de rechtszitting ter griffie van het Hof doet toekomen. Deze termijn is een volle termijn wat inhoudt dat vijftien volledig vrije dagen moeten worden gelaten tussen de dag van neerlegging van de memorie en de dag van de rechtszitting. Dit betekent dat indien de zestiende of de zeventiende dag vóór de rechtszitting een zaterdag of zondag zijn, de memorie ervoor moet zijn neergelegd.
  3. De naleving van de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn van twee maanden om de memorie in te dienen, ontslaat de eiser in cassatie niet van de verplichting om eveneens de in het eerste lid van dit artikel bepaalde volle termijn van vijftien dagen te respecteren.
  4. De eiser heeft zijn memorie ter griffie van het Hof ingediend op dinsdag 25 februari 2025, dit is minder dan vijftien volle dagen voor de rechtszitting van dinsdag 11 maart
  5. De memorie is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Afstand van het cassatieberoep
  6. Bij vonnis van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 18 december 2020 en vervolgens bij arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 6 september 2021 werd de eiser veroordeeld tot straf. De kamer van inbeschuldigingstelling te Brussel had voorafgaandelijk bij arrest van 14 mei 2020 geoordeeld dat de aangewende bijzondere opsporingsmethoden door geen enkele onregelmatigheid, verzuim of nietigheid waren aangetast.
  7. Het arrest van 6 september 2021 werd vernietigd bij arrest P.21.1245.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.1 van het Hof van 11 januari 2022, met verwijzing van de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
  8. Bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 26 mei 2023 werd de eiser opnieuw veroordeeld. Dit arrest werd vernietigd bij arrest P.23.0887.N ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240123.2N.9 van het Hof van 25 januari 2024 met verwijzing van de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, anders samengesteld.
  9. Bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 6 november 2024 werd gelet op eisers aanvoering dat in dit dossier sprake was van een onwettige burgerinfiltratie, het dossier overgemaakt aan de procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen om bij toepassing van artikel 189ter Wetboek van Strafvordering de zaak aan te brengen bij de kamer van inbeschuldigingstelling voor de in artikel 235ter Wetboek van Strafvordering bedoelde controle. Dit is het thans bestreden arrest.
  10. Het arrest verwerpt eisers aanvoering dat niet de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen bevoegd is om van de vordering van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Antwerpen kennis te nemen, maar wel de kamer van inbeschuldigingstelling te Brussel. Het arrest oordeelt verder dat er geen gegevens zijn die zouden kunnen wijzen op de inzet van F.D. als burgerinfiltrant en dat er geen onregelmatigheden zijn begaan bij de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden.
  11. In zoverre het arrest uitspraak doet over de door de eiser opgeworpen onbevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen, staat tegen die beslissing op grond van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering onmiddellijk cassatieberoep open.
  12. In zoverre is er geen grond om de eiser akte te verlenen van zijn afstand.
  13. Voor het overige bevat het arrest geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering noch een beslissing als bedoeld door het tweede lid van die bepaling.
  14. In zoverre moet aan de eiser akte worden verleend van zijn afstand. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep in zoverre het arrest uitspraak doet bij toepassing van de artikelen 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering. Verwerpt het verzoek om afstand voor het overige. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240123.2N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150519.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160406.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.