← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.8 Rolnummer: P.24.1796.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-03-25 Raadplegingen: 444 - laatst gezien 2026-06-15 13:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Uit de bepaling van artikel 5 Drugswet volgt dat de nieuwe overtreding moet zijn gepleegd voordat vijf jaar zijn verlopen vanaf de datum dat de eerdere veroordeling kracht van gewijsde heeft verkregen

(1).
(1)In deze zaak werd de beklaagde in eerste aanleg veroordeeld in staat van wettelijke herhaling, maar in beroep werd de bijzondere herhaling van artikel 5 Drugswet weerhouden. De problematiek die hier aan de orde is betreft de aanvangsdatum van de termijn van 5 jaar bedoeld in dat artikel, met name op het ogenblik van het definitief worden van de veroordeling waarop de herhaling wordt gebaseerd of, naar analogie met de wettelijke herhaling, vanaf het ondergaan of het verjaard zijn van de straf. Het Hof oordeelde reeds dat indien in drugzaken de bijzondere herhaling niet mogelijk is, de wettelijke herhaling nog steeds mogelijk blijft- zie Cass. 13 januari 2009, AR P.08.1626.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.3, AC 2006, nr. 26 maar contra Cass. 13 juni 2007, AR P.07.0608.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070613.4, AC 2007, nr.
  1. AW Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Drugswet - Artikel 5 - Bijzondere herhaling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 5 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: HERHALING Vrije woorden: Drugswet - Artikel 5 - Bijzondere herhaling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 5 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1796.N B. A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Manu Bande, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 4 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van de beginselen van het recht van verdediging en van tegenspraak: het oordeel van de appelrechters dat het voor de eiser onmogelijk was de trap naar boven te nemen, is manifest incorrect en blijkt uit geen enkel dossiergegeven dat hen voorlag; de appelrechters hadden het debat moeten heropenen, opdat de eiser daarover tegenspraak had kunnen voeren; door dat te hebben nagelaten, hebben zij eisers recht van verdediging miskend.
  4. Het arrest (p. 9-11) leidt het oordeel dat eisers verklaring ter rechtszitting dat de iphone 13 niet hem maar een vriend toebehoorde ongeloofwaardig is, niet enkel af uit de overweging dat het voor hem fysiek onmogelijk was de trap te nemen, maar ook uit de vaststelling in het proces-verbaal van de huiszoeking dat de eiser op dat ogenblik herstellende was van een verkeersongeval en in een ziekenhuisbed op het gelijkvloers lag en dat hij toen enkel dat toestel bij zich had. Bovendien wenste de eiser de naam van zijn vriend niet te noemen en had hij tijdens het vooronderzoek verklaard dat het wel degelijk zijn toestel betrof, hetwelk hij inmiddels had verkocht. Het middel dat die redenen niet in de kritiek betrekt, berust op een onvolledige lezing van het arrest. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  5. Voor het overige vereist het middel een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Derde middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195, tweede lid (thans vijfde lid), Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het beginsel van het recht van verdediging: met het oordeel dat de eiser tijdens het vooronderzoek had verklaard dat de iphone 13 zijn toestel betrof en dat er daardoor geen reden is om verder onderzoek te doen naar gegevens zoals de snapchataccounts, baseert het arrest zich op één enkele van alle context ontdane stelling uit eisers verhoor en gaat het voorbij aan alle overige verklaringen van de eiser zonder bovendien te antwoorden op de in appelconclusie aangevoerde betwistingen over het gebruik van het toestel.
  7. De rechter beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren. Dat de rechter met opgave van redenen een verklaring op een punt geloofwaardig acht zonder verder in te gaan op de overige elementen van die verklaring, houdt geen schending in van artikel 6 EVRM of een miskenning van het recht van verdediging. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Met de reden die het middel aanhaalt, beantwoordt en verwerpt het arrest het bedoelde verweer, zonder dat het dient in te gaan op elk van de in appelconclusie vermelde feitelijke gegevens die louter werden aangevoerd tot staving van dat verweer, zonder een afzonderlijk verweer te vormen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  9. Voor het overige verplicht het middel, dat geen miskenning van de bewijskracht van akten aanvoert, tot een onderzoek van feiten waartoe het Hof niet bevoegd is of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 55bis, eerste lid, Strafwetboek: het arrest stelt vast dat de eiser zich in staat van bijzondere herhaling bevindt omdat de bewezenverklaarde feiten werden gepleegd binnen de vijf jaar na het in kracht van gewijsde treden van zijn eerdere veroordeling door de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 11 mei 2017; de bewezenverklaarde feiten situeren zich echter pas vanaf 8 december 2022, wat meer dan vijf jaar sedert het definitief worden van die veroordeling is; aldus is de beslissing dat de eiser zich in staat van bijzondere herhaling bevindt, niet naar recht verantwoord.
  11. Artikel 5 Drugwet bepaalt: “In geval van herhaling binnen vijf jaar na een veroordeling wegens overtreding van deze wet of van de besluiten ter uitvoering ervan, kunnen de correctionele straffen worden verdubbeld en de criminele straffen worden verzwaard overeenkomstig artikel 54 van het Strafwetboek.”
  12. Uit die bepaling volgt dat de nieuwe overtreding moet zijn gepleegd voordat vijf jaar zijn verlopen vanaf de datum dat de eerdere veroordeling kracht van gewijsde heeft verkregen.
  13. Het arrest (p. 12-13) oordeelt: “[De eiser] bevindt zich ingevolge zijn laatste correctionele veroordeling door de rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 11.05.2017 dat in kracht van gewijsde is getreden op het ogenblik van de huidige feiten en waarvan een eensluidend verklaard afschrift met bewijs van niet-verhaal bij het strafdossier werd gevoegd en waarbij [de eiser] werd veroordeeld wegens overtreding van de wet van 24 februari 1921 (Drugwet) of van de besluiten ter uitvoering ervan, in staat van bijzondere herhaling. De lastens [de eiser] bewezenverklaarde feiten (…) werden gepleegd binnen de vijf jaar na het in kracht van gewijsde treden van de voormelde veroordeling.”
  14. Het arrest dat de eiser veroordeelt wegens overtreding van de Drugwet in de periode tussen 8 december 2022 en 1 februari 2023 en daarbij vaststelt dat hij zich in staat van bijzondere herhaling bevindt op grond van een eerdere veroordeling die op 11 juni 2017 kracht van gewijsde heeft verkregen, dit is nadat daarna meer dan vijf jaar zijn verlopen, schendt artikel 5 Drugwet. Het middel is in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie
  15. De vernietiging van de beslissing om voor de eiser bijzondere herhaling aan te nemen leidt tot de vernietiging van de aan hem opgelegde bestraffing, met inbegrip van de veroordeling tot de betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Het laat de overige beslissingen van het arrest onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het voor de eiser de toestand van bijzondere herhaling aanneemt en hem veroordeelt tot straf en een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 186,67 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250311.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070613.4 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.