id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250314.1N.2 Rolnummer: C.23.0475.N Zaak: BELGSISCHE STAAT, MIN JUSTITIE contra K. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-04-23 Raadplegingen: 453 - laatst gezien 2026-06-19 00:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250314.1N.2 Fiche Bij gebrek aan een definitie in de Kansspelwet, moet het begrip “dagbladhandelaar” worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis, namelijk als een handelaar waarvan de verkoop van dagbladen tot zijn hoofdactiviteit behoort
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Vrije woorden: Kanspelen - Dagbladhandelaar - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers - 07-05-1999 - Art. 43/4, § 5, 1° - 77 ELI link Pub nr 1999010222 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0475.N
- BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, met kantoren te 1000 Brussel, Waterloolaan 115,
- KANSSPELCOMMISSIE, met zetel te 1000 Brussel, Kantersteen 47, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.753, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen S.K., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 7 april
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 18 februari 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid
- De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: waar de eisers het bestreden vonnis bekritiseren in zoverre de rechtbank, ondanks de vaststelling dat de verweerder slechts zeer weinig dagbladen verkocht, beslist dat hij als een handelaar moet worden beschouwd die dagbladen verkocht, is die kritiek onontvankelijk aangezien deze opkomt tegen een feitelijke beoordeling van de rechter.
- De uitleg van het begrip “dagbladhandelaar” uit artikel 43/4, § 5, 1°, Kansspelwet betreft een rechtsvraag en vraagt geen feitelijke beoordeling. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 43/4, § 5, 1°, Kansspelwet mogen buiten voormelde kansspelinrichtingen klasse IV de weddenschappen op sportevenementen en op paardenrennen, tevens worden aangenomen, bij wijze van strikt omschreven nevenactiviteit, door de dagbladhandelaars, natuurlijke personen of rechtspersonen, die als commerciële onderneming zijn ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen, voor zover ze niet worden aangenomen in gelegenheden waar alcoholische dranken worden verkocht voor verbruik ter plaatse. De Koning bepaalt de omschrijving van de nevenactiviteit en de nadere voorwaarden die de dagbladhandelaars moeten naleven voor de aanneming van deze weddenschappen. Zij dienen te beschikken over een vergunning klasse F
- Bij gebrek aan een definitie in de Kansspelwet, moet het begrip “dagbladhandelaar” worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis, namelijk als een handelaar waarvan de verkoop van dagbladen tot zijn hoofdactiviteit behoort.
- De rechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerder een handelszaak uitbaat, genaamd Falcon Supermarket; - hij op 2 december 2021 van de tweede eiser de hernieuwing van zijn kansspelvergunning klasse F2 voor het aannemen van weddenschappen in een dagbladhandel verkreeg; - tijdens een politiecontrole op 22 januari 2022 werd vastgesteld dat de verweerder slechts enkele persartikelen in zijn handelszaak had en dat deze handelszaak eerder een supermarkt dan een dagbladhandel was; - in een navolgend proces-verbaal van 26 januari 2022 werd vermeld dat de verweerder nooit een officiële leverancier van persartikelen heeft gehad maar dat hij zich bevoorraadde via Dagbladhandel T.; - de tweede eiser op 27 april 2022 besliste om de F2-vergunning van de verweerder in te trekken en een administratieve geldboete van 15.000 euro op te leggen; - het niet ter discussie staat dat de handelszaak van de verweerder, zoals de naam reeds doet vermoeden, een supermarkt is; - uit de vaststellingen van de verbalisanten op 22 januari 2022 blijkt dat de verweerder in zijn supermarkt op dat ogenblik geen dagbladen te koop aanbood en slechts een zeer beperkt aanbod aan weekbladen; - het dan ook vaststaat dat de verweerder slechts een zeer beperkt aantal dagbladen verkocht en dat hij hierop geen winst maakte; - door te eisen dat iemand slechts als “dagbladhandelaar” kan worden beschouwd indien de verkoop van dagbladen de hoofdactiviteit is van de handelaar, voegt de tweede eiser een voorwaarde toe aan artikel 43/4, § 5, 1°, Kansspelwet die hierin niet terug te vinden is en dus ook niet bekend kon zijn aan de verweerder.
- De rechter die op grond van deze redenen de beslissing van de Kansspelcommissie van 27 april 2022 in de sanctieprocedure S2022/030 lastens de verweerder vernietigt en zegt voor recht dat aan laatstgenoemde geen administratieve geldboete wordt opgelegd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 14 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250314.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250314.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div