← België

S. contra Stad Antwerpen

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250314.1N.3 Rolnummer: F.24.0010.N Zaak: S. contra Stad Antwerpen Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-04-23 Raadplegingen: 453 - laatst gezien 2026-06-18 16:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Een vreemde oorzaak vereist dat de eigenaar zich in de ontoerekenbare onmogelijkheid bevindt om een einde te maken aan de belastbare toestand; bij de beoordeling van deze onmogelijkheid wordt rekening gehouden met het onvoorzienbare of onvermijdbare karakter van het beletsel om hieraan te verhelpen. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Vreemde oorzaak - Begrip Wettelijke bepalingen: Belastingreglementen op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen van de stad Antwerpen voor de aanslagjaren 2016 tot en met 2019 en 2020 tot en met 2025 - 17-12-2019 - Art. 9.14 Tekst van de beslissing Nr. F.24.0010.N J.S., die woonplaats kiest bij gerechtsdeurwaarderskantoor Agerant bv, met kantoor te 2018 Antwerpen, Balansstraat 117, eiser, met als raadsman mr. Piet Tulkens, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Nerviërsstraat 23/5, tegen STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met zetel te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1, verweerster, met als raadsman mr. Carl Van Onsem, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2610 Antwerpen (Wilrijk), Groenenborgerlaan

  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 september
  2. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel
  3. Krachtens artikel 9.14 van de belastingreglementen op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen van de stad Antwerpen voor de aanslagjaren 2016 tot en met 2019 en 2020 tot en met 2025 is van de belasting vrijgesteld de eigenaar die geen einde kan stellen aan de belastbare toestand ingevolge een vreemde oorzaak die de eigenaars niet kan worden toegerekend. Een vreemde oorzaak vereist dat de eigenaar zich in de ontoerekenbare onmogelijkheid bevindt om een einde te maken aan de belastbare toestand. Bij de beoordeling van deze onmogelijkheid wordt rekening gehouden met het onvoorzienbare of onvermijdbare karakter van het beletsel om hieraan te verhelpen.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat : - voor het aanslagjaar 2019 de eiser geen overmacht aantoont aangezien uit geen enkel gegeven blijkt dat hij in de kwestieuze periode zijn zaken niet op normale wijze kon beheren; - hoewel de eiser het bestaan van het belastbaar feit voor het aanslagjaar 2020 op 1 januari 2020 op zich niet betwist, hij zich eveneens beroept op overmacht, teneinde de vrijstelling van de belasting te verkrijgen; - hiervoor moet aangetoond worden dat men tevergeefs alle stappen heeft genomen die een goede huisvader in dezelfde omstandigheden zou genomen hebben om de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid te vermijden of tijdig te beëindigen en de eiser hiervan de bewijslast draagt; - wat betreft zijn financiële toestand de eiser slechts fragmentarische stukken voorlegt waaruit geenszins kan worden afgeleid dat hij niet in de mogelijkheid was om de werken uit te voeren of te laten uitvoeren en dat de financiële problemen die ervoor gezorgd zouden hebben dat hij niet in staat was om tijdig een einde te stellen aan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid, niet blijken uit enig objectief gegeven; - de eiser voor wat de ingeroepen ernstige gezondheidsproblemen betreft, medische attesten voorlegt, die onvoldoende zijn teneinde fiscale overmacht aan te tonen voor aanslagjaar 2020, vermits deze attesten niet aantonen dat de gezondheidsproblemen van die aard waren dat de eiser geen werken kon uitvoeren of laten uitvoeren aan het pand; - niets de eiser bovendien verhinderde om, indien hij zelf niet over de nodige financiële middelen en fysieke mogelijkheden zou beschikken, wat niet het geval is, de woning in de staat waarin ze zich bevond, te verkopen.
  5. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de gezondheidstoestand van de eiser of zijn financiële toestand geen vreemde oorzaak uitmaken zoals bedoeld in artikel 9.14 van de voormelde belastingreglementen, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 229,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250314.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.